Tragische held: Dean Reed

Kende Nederland de Amerikaanse acteur en zanger Dean Reed (1938-1986)? Reed veroverde als megaster in de marge de wereld via de flanken. Latijns-Amerika en Oost-Europa. Een Spaans liefdesliedje met Engels accent voor een Russisch publiek. In de nieuwjaarsshow Blauw Licht (Голубой огонек) uit 1967. Zo ziet vroeg globalisme van deze Kameraad Rockstar eruit. Volksentertainer Dean Reed woont sinds 1973 in Oost-Berlijn en vindt daar zijn eind. Met de vraag zelfmoord of moord?

Elizabeth… Elizabeth…
Hoy yo canto al amor por ti,
larari, larali,
tu encanto dicha me dará,
laralá, laralá

1979-russ-bam12

Was het een kogel van de KGB of de ontworteling die hem te veel werd? Bizarre verklaringen passen de tragische held. De Rode Elvis is z’n eigen lot niet meer meester. Hij zingt, acteert en leeft valse schijn. We weten zo goed als niks over hem. Was-ie Stasi-spion en goed als entertainer? De levensbeschrijving van Reed is een opeenstapeling van feitjes over zijn a-typische leven. Onwaar tragisch. Hij zingt ‘Without You’ in de Soviet-tvfilm ‘Wish You Well’ (Я желаю вам счастья). Schrijnend.

Foto: Uit Я желаю вам счастья, I Wish You Well, uit 1979. Soviet-productie met Dean Read rond de Baikal-Amoerspoorweg, BAM, naar het Verre Oosten.

Marquee: Marlon Brando

Beatnik Neal Cassady and Natalie Jackson

Marquee betekent feesttent en baldakijn. Met een lichtkrant of lichtbak. ’s Avonds het meest indrukwekkend. Licht is feest. Zonder licht kan film niet bestaan. Film wordt licht. Op de stoep van het theater wordt geflirt en afgesproken. Deze film of die andere? Maakt het uit? Als Marlon Brando maar meespeelt. De troonhemel is de luifel voor de sterren.

tumblr_m7vys7rpJ91rrnzfpo1_500

De tijd van de hoeden rijmt met de hoogtijdagen van Hollywood. Het studiosyteem garandeert vakwerk en een constante produktie. Distributie is de ultieme verstrooiing. The Wild One (1953), On the Waterfront (1954) en The Godfather (1972). Met die laatste zijn hoeden al teruggedrongen tot het doek. Theaters ontfermen zich over loslopende zielen die in de zaal een publiek vormen. Verlokken bestaat nog even. Tot nergens meer films vertoond worden en de 7de kunst wordt bijgezet.

tumblr_mgwcvwtenm1rzqrvno1_500

Foto 1: Allen Ginsberg, Beatnik Neal Cassady and Natalie Jackson, circa 1955. Credits: Allen Ginsberg/ Corbis.

Foto 2: Marquee On the Waterfront, zonder bron.

Foto 3: Marquee The Godfather, geen bron.

R van Robot

Robot Sabor

De R is de 18de letter. Koning, snelheid, regeneratie en aanvraag tegelijk. Met b drukt het kou uit: ‘brrrr’. En met g laat een hond afwijzing blijken: ‘grrrr’. Ronkend, redderend en uiteindelijk reutelend. Zoals elk wezen. Rechtschapen biedt de letter ruggesteun. Het weet wat resignatie is. Pas door de sterfelijkheid dol te draaien overstijgt het het raadsel.

De robot combineert een doorbloede ribbenkast met een raamwerk van draden. Zo’n Golem loopt van de Middeleeuwen naar de toekomst. Ter ziele raadt het zich een ziel. Bij ons is de blikken man verkleed voor het feest van herkenning. Om niet herkend te worden. Ons evenbeeld in de kinderwagen weet niet wat het ziet en huilt. De regelmaat wijkt eerst.

RUR-Capek-1920

Foto 1: Huilend jongetje in kinderwagen met blikken man.

Foto 2: Karel Capek, Rur. Robot, 1920. Zie ook: ‘Mezhrabpom: Loss of Sensation (1935)‘.

Isham Jones and his Orchestra (1933)

1933. Het Isham Jones & His Orchestra speelt. Voor Vitaphone. Een medley van populaire muziek. Dansmuziek zoals dat klinkt in de salons. Strak gespeeld met prachtige arrangementen van Gordon Jenkins die het orkest symfonisch laat klinken. Paul Whiteman is de grote concurrent die George Gershwin in 1924 opdracht geeft tot Rhapsody in Blue. Nieuwe kunstvormen haken bij oude aan om aan prestige te winnen. Ontlening.

Jones

Jazz en swing is de popmuziek van ooit. Met als laatsten Charlie Parker with Strings in 1950 en Dave Brubeck met Take Five in 1959. Toen was het afgelopen met de populariteit bij het grote publiek. Aficionado’s grasduinen door de geschiedenis van de populaire muziek en trekken zich terug in hun eigen reservaat. En vinden pareltjes tussen de muziek die niemand begrijpt. Of uit onwetendheid in de verkeerde hoek zet.

IJ

Isham Jones is nagenoeg vergeten. Terwijl-ie klassieke nummers als I’ll See You in My DreamsI’ll See You in My Dreams en There Is No Greater Love componeerde. Opgenomen in het American Songbook. De cross-overs naar Cuba met Siboney van Ernesto Lecuona en naar Rusland met een prelude van Sergej Rachmaninov benadrukken dat elk materiaal met klasse klinkt. In Toyland Club telt goed spel. Da’s de toverspreuk.

Foto 1: Isham Jones Orchestra, 1933.

Foto 2: Schermafbeelding uit de Vitaphone-film Isham Jones & His Orchestra

Le Petit Bal Perdu: Bourvil

Opperste melancholie van de Franse komische acteur Bourvil. Naïef en droog, niet per se humoristisch. Een kleinood uit 1961 van componist Gaby Verlor en tekstdichter Robert Nyel. Over een hopeloze verliefdheid, vlak na de oorlog. Van een klein bal waarvan de naam vergeten is. Twee geliefden verliezen zich in elkaar. Intens gelukkig. Als de accordeonist ophoudt met spelen, stopt de betovering. De avond valt. Ook over hun leven. Moeten ze terug naar de regelmaat? Is de zanger de man die nog steeds terugverlangt naar 1945? Mogelijk. Meer weemoed bestaat niet. Tegen het huilen aan. Over het voorbijgaan van het leven. Tristesse.

62b6d8f816862b51b8065cd3e0c23896.wix_mp_1024

C’était tout juste après la guerre,
Dans un p’tit bal qu’avait souffert.
Sur une piste de misère,
Y’en avait deux, à découvert.
Parmi les gravats ils dansaient
Dans ce p’tit bal qui s’appelait…
Qui s’appelait… qui s’appelait… qui s’appelait…

Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est de ces amoureux 
Qui ne regardaient rien autour d’eux. 
Y’avait tant d’insouciance 
Dans leurs gestes émus, 
Alors quelle importance
Le nom du bal perdu ?
Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu
Ce dont je me souviens c’est qu’ils étaient heureux 
Les yeux au fond des yeux
Et c’était bien…
Et c’était bien…

Ils buvaient dans le même verre,
Toujours sans se quitter des yeux.
Ils faisaient la même prière,
D’être toujours, toujours heureux.
Parmi les gravats ils souriaient 
Dans ce p’tit bal qui s’appelait… 
Qui s’appelait… qui s’appelait… qui s’appelait…

Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est de ces amoureux 
Qui ne regardaient rien autour d’eux. 
Y’avait tant d’insouciance 
Dans leurs gestes émus, 
Alors quelle importance
Le nom du bal perdu ?
Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu
Ce dont je me souviens c’est qu’ils étaient heureux 
Les yeux au fond des yeux
Et c’était bien…
Et c’était bien…

Et puis quand l’accordéoniste 
S’est arrêté, ils sont partis. 
Le soir tombait dessus la piste, 
Sur les gravats et sur ma vie. 
Il était redev’nu tout triste 
Ce petit bal qui s’appelait, 
Qui s’appelait… qui s’appelait… qui s’appelait… 

Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est de ces amoureux 
Qui ne regardaient rien autour d’eux. 
Y’avait tant de lumière,
Avec eux dans la rue, 
Alors la belle affaire 
Le nom du bal perdu. 
Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est qu’on était heureux 
Les yeux au fond des yeux.
Et c’était bien… 
Et c’était bien.

Foto: Bourvil met Jayne Mansfield bij een presentatie van Jacques Tati’s ‘Mon Oncle‘, 1958.

Late Spring: Yasujiro Ozu (1949)

Filmen is zo simpel. Niet overhaasten, tijd nemen. Op zithoogte. Banshun (Late Spring) uit 1949 van Yasujiro Ozu is verzadigd van ‘Japansheid’. Tempels, zentuinen, het landschap rond Kyoto. David Bordwell merkt in z’n monografie op dat het dient om het traditionele Japan te verzoenen met het nieuwe liberalisme van de bezettingstijd. Dat blijkt uit de fietsscène. Het kon ook een tochtje langs de Italiaanse Po zijn in een neo-realistische film als Luchino Visconti’s Ossesione (1943).

De vader (Chishu Ryu) liegt de dochter (Setsuko Hara) voor dat-ie hertrouwt zodat zij gerust kan trouwen. Van haar hoeft het niet. Maar als 25-jarige (‘Late Spring’) moet ze op zoek naar een man. De moderniteit van het naoorlogse Japan dwingt haar in een eng individualisme zonder zeggenschap. Wat mag ze denken? Verandering komt ten koste van iets. Dat besef ontroert. Niet uit vals sentiment, maar als verbeelding van de vergankelijkheid. De vader geeft dat iets door aan de dochter. Met liefde.

09_18_08i

Foto: Still van trouwscène uit Banshun (1949) van Yasujiro Ozu met vader (Chishu Ryu) die naar dochter (Setsuko Hara) kijkt.

Church Bells May Ring: The Willows (1956)

Lead singer Tony Middleton en The Willows scoren in 1956 de hit ‘Church Bells May Ring‘. Een crossover van jazz, soul, R&B en Doo-Wop. Met een volop swingend orkest. En Neil Sedaka op chimes, klokkenspel, zo zegt de legende. De Canadese The Diamonds pikken het nummer op en brengen het nog hoger op de pop charts. Allerlei groepen coveren. The Willows profiteren er nauwelijks van. De tragiek van de muziekindustrie.

Ow-woh, ling a-ling a-ling,
A-ling a-ling, ding-dong,
(Ling, ling-dong.)
I love you, darlin’,
And I want you for my own.
(Ling, ling-dong.)
I’ll give you any-…
Anything that I own,
(Ling, ling-dong.)
You should have known,
Sweethea-ah-ah-art.

willows-2

In het Louis de Funès vehicle Nous irons à Deauville uit 1962 gaat Michel Serrault naar Deauville. Tony Middleton zingt als Tony Milton ‘Oh yeah ah ah!‘. Een slappe echo van de Church Bells. Hij woont begin jaren ’60 in Frankrijk. Want het leven gaat verder. Ook na een hit die er geen kon zijn, maar het uiteindelijk toch werd. Door de kwaliteit van de muziek.

Foto: The Willows in 1956.

Sweet Smell of Success: 1957

Sweet Smell of Success is een meesterwerk van Alexander Meckendrick uit 1957. Journalist J.J. Hunsecker is Burt Lancaster. Martin Milner speelt Steve Dallas, een gitarist in een jazzkwintet die iets krijgt met Hunseckers zus. Deze verhindert dat en neemt daartoe Sidney Falco in de arm. Gespeeld door Tony Curtis. Hunsecker is meedogenloos.

Chico-Hamilton-Quintet1-1

Een onderschrift bij een foto omschrijft het perfect: ‘The Chico Hamilton Quintet appeared in several scenes and helped shape the film’s hip, modernistic late-1950s atmosphere‘. De sfeer van Johnny Staccato of The Connection. Trouwens meer clichésituatie, dan echte vrijheid die het suggereert. Pas rond 1959 bevrijdt de jazz zich naar vrijere vormen. De muziek liep zo enkele jaren vooruit op wat in de jaren ’60 zou komen.

The Chico Hamilton Quintet-2

Foto 1: Success: ‘The Chico Hamilton Quintet appeared in several scenes and helped shape the film’s hip, modernistic late-1950s atmosphere’

Foto 2: Hoes van het album uit 1957 met muziek van ‘Sweet Smell of Success‘ door het Chico Hamilton Quintet.

Krzysztof Komeda: Roman Two (1964)

Poolse jazz uit 1964 met pianist Krzysztof Komeda. Een tragische held (1931-1969) . Hij zou furore maken met zijn filmmuziek voor z’n vriend Roman Polanski. En jong sterven. Het kwintet met Tomasz Stanko (tp), Michal Urbanak (ss), Maciej Suzin (bass) en Czesław ‘Mały’ Bartkowski (dr) speelt melancholieke muziek uit Polanski’s film ‘Mes in het Water‘ (Noz W Wodzie) uit 1962: Roman Two ofwel Dwojka Rzymska.

240183.1

Maakt rauwheid deze muziek zo explosief en apart? Is het zoals de biograaf van Tomasz Stańko Rafał Księżyk zegt dat Komeda modernist en romanticus was? In de traditie van Chopin die stilte kon laten klinken. Tussen de noten door. Is het dat Komeda op het hoogtepunt van de koude oorlog Oost met West verbond tot iets nieuws? Deze avant-garde laveert tussen herkenbaarheid en het verstoren ervan. Als de grootvader van Willem Breuker. Omdat het vol plezier inzichtelijk wordt gemaakt in het creatieve proces wordt de muziek zo spannend en invoelbaar. Top. 

cover

Foto 1: Uit: Mes in het Water, 1962

Foto 2: Hoes van Krzysztof Komeda: Soundtracks from Roman Polanski movies.

Marilyn Monroe: How Wrong Can I Be

Elke snipper van een beroemdheid telt. Eerste pogingen dragen de belofte in zich. Marilyn Monroe zingt in 1948. Manny Klein speelt trompet en Fred Karger piano. Het verhaal gaat dat Marilyn verliefd werd op Fred, maar-ie haar afwees omdat ze geen goede stiefmoeder voor zijn zoon uit een eerder huwelijk kon zijn. Een profetische blik. Bij Danziger Gallery in New York duikt een fotoserie op uit 1955 van Peter Mangone. Ongepolijst en zonder intentie genomen. Mangone was 15 jaar en is op 11 december 2012 overleden. Haar roem wordt zijn roem. Tot aan de laatste snipper.

PMA_MMO_QUAD_02_240

Foto: Peter Mangone, Marilyn Monroe. New York, 1955. Danziger Gallery.