Eddie Lang: There Will Be Some Changes Made (1928)

Gitarist Eddie Lang (1902-1933) wordt op 5 november 1928 begeleid door pianist Arthur Schutt. There’ll Be Some Changes Made is een song uit 1921 van componist Benton Overstreet met tekst van Billy Higgins. De als Salvatore Massaro geboren Italiaans-Amerikaanse Lang is de eerste jazzgitaar virtuoos. Hij werkt bij de orkesten van Paul Whiteman en Jean Goldkette, met bluesgitarist Lonnie Johnson en violist Joe Venuti. Hier toont-ie zich een minimalist in de stijl van Debussy, Satie of Mompou.

Klokkenspeler Justin Ring wordt toegevoegd op Church Street Sobbin’ Blues. De kerk is nooit ver weg. Een nummer uit 1919 van leden van de Louisiane Five (1918-1920). Opnieuw laat Lang in zijn spel meer weg dan in het dixieland-idioom van het nummer gebruikelijk is.

In A Regular Trouper uit 1932 begeleidt hij Ruth Etting in Without That Gal van Walter Donaldson, America’s Forgotten SweetheartEddie Lang komt in enkele filmpjes even in beeld en verdwijnt daarna voorgoed door een mislukte operatie aan de amandelen. Zijn Changes Are Made.

Without that man, I’m nearly crazy,
I’m in a fog, in a fog the whole night through!

Days, the days are so dreary,
The nights are so long,
My heart is so heavy,
Seems everything’s wrong.
There’s no today,
There’s no tomorrow,
I might forgive, but I can’t live without that man!

Foto: Eddie Lang

Andre Kertesz en Willi Baumeister in Meudon (1928)

De Hongaarse fotograaf André Kertész (1894-1985) drukt af. Meudon, 1928. Het lijkt een surrealistisch schilderij van Giorgo de Chirico. Of een film van Luis Buñuel. Een viaduct met een trein die het beeld inrijdt. Stoomwolken zoals het hoort. Passanten. Aflopende straat. Op de voorgrond een man met hoed en een in kranten verpakt object.

Wat zien we? Daar loopt de Duitse schilder Willi Baumeister (1889-1955). Een vriend van Kertész. Volgens degenen die het duizend jaar lang zouden weten een maker van Entartete Kunst. Wat er onder zijn kranten verstopt zit blijft geheim. Een schilderij? Het zou zomaar kunnen. Er gebeurt niets dat regels overtreedt. We weten niet waar te moeten kijken.

Foto 1: André Kertész, Meudon, Paris, 1928

Foto 2: Zoom/ uitsnede van foto 1

Sennett Bathing Beauties: 1918

Dit is feest zoals feest moet zijn. De titel zegt: Sennett girls in serpentine confetti. Het is 1918. De Bathing Beauties staan provocatief afgebeeld. Uitdagend, da’s de houding die opvalt. De pin-ups voor de soldaten in de Eerste Wereldoorlog. Regisseur en uitvinder van de slapstick Mack Sennett zet ze neer. Ze heten Gloria Swanson, Marie Prevost, Phyllis Haver, Juanita Hansen, Claire Anderson, Mary Thurman of Carole Lombard. Totdat in 1928 de Gay Twenties op een eind lopen.

Foto 1: Sennett girls in serpentine confetti, 1918

Foto 2: Mack Sennett Girls, tussen 1918 en 1928

Walk Don’t Run: The Ventures (1960)

The Ventures spelen met Bob Bogle (lead), Don Wilson (rythem), Nokie Edwards (bass) and George Babbett (drums) Walk, Don’t Run. Een nummer uit 1954 van jazzgitarist Johnny Smith dat weer is gebaseerd op Softly, as in an Morning Sunrise. Een song van Sigmund Romberg en Oscar Hammerstein II voor de 1928 operette The New Moon.

The Ventures uit Seattle scoren met Walk, Don’t Run in 1960 hun eerste hit. Die de Westcoast-stijl die voortborduurt op Stan Getz en Chet Baker en de Beach Boys aankondigt. Johnny Smith is de tussenpersoon.

Foto: Hoes van Walk, Don’t Run! van Johnny Smith (1954)