Canada helpt Nederland (1945-47)

Canadese troepen rijden op 21 april 1945 door Winschoten. Een paard en wagen is in de colonne verzeild geraakt. Vaart en molens schitteren schilderachtig in de zon. Oorlog lijkt ver weg. Aan de overkant van het water zien inwoners het aan. Op 7 mei 1945 gedragen Utrechters zich zoals we het uit oorlogsfilms kennen. Spontaan zwaaiend met tulpen. De fotograaf laat de blik van de soldaat bij een mooi meisje uitkomen.

Een vervolg komt twee jaar later. De Nederlandse ambassadeur in Canada (1947-1950) Herman van Roijen begroet in juni 1947 Nederlandse immigranten die per schip in Montreal aankomen. Zijn echtgenote staat er in haar zomerjurk bij. Voorgoed bevrijd zwaait iedereen elkaar vrijheid toe.

Foto 1: Winschoten, uitzicht vanaf een dak op een kanaal en een weg die wordt gebruikt door militaire voertuigen, 21 april 1945

Foto 2: Menigte Nederlanders viert de bevrijding van Utrecht door het Canadese leger, 7 mei 1945

Foto 3: De Nederlandse ambassadeur in Canada, J.H. van Roijen begroet samen met zijn echtgenote de Nederlandse immigranten die met de boot in  Montreal aankomen, juni 1947

Advertenties

Richard Peter in Dresden (1945)

Richard Peter sr. (1895-1977) fotografeert de vernietigingen van de oorlog in zijn stad Dresden. Het Florence aan de Elbe wordt in de nacht van 13 of 14 februari 1945 vernietigd door een Brits bombardement. Een vuurstorm trekt tienduizenden mensen in de vlammen. Peter zoekt een antwoord op de catastrofe en krijgt navolgers in het fotograferen ervan.

Het bombardement is niet onomstreden. In de romans Het Stenen Bruidsbed (1959) van Harry Mulisch en Slaughterhouse Five (1969) van Kurt Vonnegut staat het bombardement centraal. De Duitse schrijver W.G. Sebald analyseert in Luftkrieg und Literatur de apathie van de Duitsers en het jarenlange taboe om naar de geallieerden te wijzen.

Foto 1: Richard Peter, Luftschutzwart. Totenkopf und Leiche in Uniform in einem Luftschutzkeller Dresden, St. Petersburger Straße. 1946.

Foto 2: Richard Peter, Allegorie der Güte. Dresden, Blick vom Rathausturm nach Süden. Sculptuur van Peter Pöppelmann, 1908/1910. Najaar 1945.

Trefzekere detective Mary Shanley (1937)

1937. De vrouwelijke New Yorkse detective Mary A. Shanley trekt haar revolver. Op zoek naar zakkenrollers. Haar enige angst is dat ze ‘tough‘ gevonden wordt. Stel je voor. Ze vindt niet dat cops er uit moeten zien als cops. Als kordate voorloper van Maggie Thatcher trekt ze een dienstwapen uit haar witte leren tasje. Deze verrassing is haar kracht.

Burgemeester LaGuardia die herinnerd wordt door het voorlezen van de strip Dick Tracy tijdens de krantenstaking van 1945 feliciteert Shanley. De documentaire Sleuthing Mary Shanley van Patrick Mullens geeft inzicht in het incident dat haar bijna haar zwaarbevochten carrière kostte. Maar wat kan deze mannetjesputter aan het wankelen brengen? Een mysterie.

Foto 1: Mary A. Shanley, New York City detective; de vanger van zakkenrollers vreest dat ze stoer lijkt, 1937

Foto 2: Mary A. Shanley wordt gefeliciteerd door burgemeester La Guardia; plaatsvervangend hoofdinspecteur John Lyons kijkt toe, 1937

Love Letters met Ketty Lester (1962)

Ketty Lester scoort in 1962 met Love Letters haar grootste succes. Tevens titelsong door Edward Heyman en componist Victor Young van de film uit 1945 van William Dieterle. Lester wordt vergeleken met Nancy Wilson en Dinah Washington die veel R&B met een beetje jazz mixen.

Love letters straight from your heart
Keep us so near while apart
I’m not alone in the night
When I can have all the love you write

I memorise every line
And I kiss the name that you sign
And darling then I read again right from the start
Love letters straight from your heart

Toen paste liefde nog in een brief. Nu is het laatste postkantoor gesloten. Maar liefde komt nog steeds recht uit het hart. Zeker in songs.

Foto: Ketty Lester omstreeks 1962

Couplet 1945

Bokken worden van geiten gescheiden. In Duitsland en Japan wonen verliezers van de oorlog. Italianen zijn minder strikt en verklaren Rome tot open stad, città aperta. Zodat die stad verwoesting ontloopt. In Duitsland ruimen Trümmerfrauen puin. Zij zijn ware helden die door hard werk de heropbouw van hun land mogelijk maken. Herdenken geeft aan dat de oorlog voorbij is. Maar herdenking houdt de oorlog ook in stand.

De atoombom op Hiroshima noemen de Amerikanen Little Boy naar een personage uit The Thin Man van Dashiell Hammett. Het kondigt het naoorlogse Amerikaanse imperialisme aan dat de oude wereld opvolgt. Op de gebombardeerde vlakten van hun hoofdsteden bouwen Japanners en Duitsers een Wirtschaftswunder. Engelsen en Fransen zijn voorgoed weggezakt zoals hun onmacht in de Suez-crisis van 1956 aantoont.

Foto 1: De Rijkskanselarij in Berlijn. Datum van de foto is onbekend, maar op grond van de verwoestingen rondom het voormalige regeringscentrum kan het na mei 1945 zijn

Foto 2: Hiroshima, 6 augustus 1945, na de A-bom

Fiorello LaGuardia en Dick Tracy: Seventeen Days

New York’s burgemeester Fiorello LaGuardia wordt herinnerd door het voorlezen van Dick Tracy. De strip van Chester Gould. De kleine man was een van de grootste burgemeesters van de VS. Tijdens een staking van 17 dagen werden in juli 1945 geen kranten bezorgd. Rijen ontstonden omdat mensen gretig waren naar het oorlogsnieuws. Newspapers were a necessity. Radio sprong in het gat, maar kon het niet opvullen.

LaGuardia was een bondgenoot van president Roosevelt en moest vechten  tegen de verkiezingsmachine van de New Yorkse Democraten. Dat verklaart zijn uitspraak in Movietone vanaf 11’40”: And, so children what does that mean? It means that dirty money never brings any luck! 

In 1945 staan kranten in hoog aanzien omdat ze de vrijheid van meningsuiting representeren: No other medium can take the place of newspapers in the lives of the people. Da’s een waarheid van 1945.

Cartoon: Strip Dick Tracy met een bijrol voor tekenaar Chester Gould

Laura, the face in the misty lights

Ooit vroeg de eigenaar van een Brugs jazzcafé wat ik wilde horen. Nog in de tijd van de elpee. Bird with Strings antwoordde ik. Hij legde Laura op zijn Dual. De versie van zomer 1950. Charlie Parker met Strings was toen zo populair dat de studioband een working band werd en het tot in Carnegie Hall bracht. Ik bestelde nog een trappist.

Laura is film en song. De film noir van Otto Preminger uit 1944 met Gene Tierney en Dana Andrews was er het eerst. David Raskin maakte een jaar later de muziek, Johnny Mercer de lyrics. Film en song, Bird en Frank Sinatra, Woody Herman en Dick Haymes lopen door elkaar. Daar tussendoor loopt Laura. Da’s de Amerikaanse cultuur waarin alles op een hoogtepunt samenwerkt en dromen verkoopt. Zo ontstaan standards.

Laura is the face in the misty lights
Footsteps that you hear down the hall
The laugh that floats on a summer night
That you can never quite recall

And you see Laura on the train that is passing through
Those eyes how familiar they seem
She gave your very first kiss to you
That was Laura but she’s only a dream

Foto: Gene Tierney in Laura van Otto Preminger, 1944