Prisoner of Love (1946-1966)

Een van de eerste zwarte popsterren is bariton Billy Eckstine (1914-1993). Zijn carrière liep gelijk op met de opkomst van de bebop in de jaren ’40. Saxofonist Charlie Parker werd eind jaren ’40 ook een superstar met z’n strings die hem opsloten in de roem. Hoewel Mr. B en Bird nog steeds worden gewaardeerd als grote musici wordt de grootte van hun roem nu niet meer begrepen. Ze moesten in een Amerika dat mindere witte talenten meer kansen bood allebei vechten tegen vooroordelen.

James Brown heeft het mede dankzij Billy Eckstine 20 jaar later makkelijker. Allebei goede bandleiders. De tijden zijn veranderd. Brown zet ‘Prisoner of Love‘ naar z’n hand en boekt zijn eerste hit. Een song uit 1931 van Russ Columbo en Clarence Gaskill met tekst van Leo Robin. Gevangen door liefde. Of in de tijd. Hoe dan ook muziek die boeit.

02_05740904

Why should I be a lone soul
Why can’t I be my own soul
Alone from night to night you’ll find me
Too weak to break the chains that bind me
I need no shackles to remind me
I’m just a prisner of love
For one comand I stand and wait now

From one who’s master of my Fate now
I can’t escape for it’s too late now
I’m just a prisoner of love
What’s the good of my caring if someone is sharing
Those arms with me
Although she has another
I can’t have another
For I’m not free
She’s in my dreams awake or sleeping
Up on my knees to her I’m creeping
My very life is in her keeping
I’m just a prisoner of love. 
Love.

Picture 9

Foto 1: Martha Holmes, Billy Eckstine wordt onder veel hilariteit aangehaald door een fan na een concert, 1949.

Foto 2: Martha Holmes, Billy Eckstine met van links naar rechts ‘pianist Bobby Tucker, golf pro Charles Sifford, agent Mike Hall, road manager Bernie Ebbins, personal manager Milton Ebbins, Mr. B, magazine writer Hal Webman & press agent Frances Stillman who surround singer Billy Eckstine (3L) under Paramount theater marquee adorned w. Eckstine’s name and picture‘. New York, 1949  [toegeschreven: 1950].

Advertenties

Route 66: Bobby Troup (1964)

Pianist, songwriter en acteur Bobby Troup (1918-1999) speelt in 1964 het in 1946 door hem geschreven nummer ‘Route 66‘. Over de autosnelweg tussen Chicago en Los Angeles. Nat King Cole neemt het al in 1946 op. Het filmpje begint met zangeres Julie London, de echtgenote van Troup. In een Snader Telescription uit 1951 speelt Nat King Cole het nummer met Irving Ashby (g), Joe Comfort (b) en Jack Costanzo (conga).

If you ever plan to motor west,
travel my way, take the highway that is best.
Get your kicks on Route sixty-six.

It winds from Chicago to LA,
more than two thousand miles all the way.
Get your kicks on Route sixty-six.

Now you go though Saint Looey
Joplin, Missouri,
and Oklahoma City is mighty pretty.
You see Amarillo,
Gallup, New Mexico,
Flagstaff, Arizona.
Don’t forget Winona,
Kingman, Barstow, San Bernandino.

Foto: Bobby Troup en Julie London, 1955-1960

Harp met Adele Girard en Dorothy Ashby

Adele Girard (1913-1993) speelt op harp de sterren van de hemel. Met bas en gitaar. In een soundie van 3 minuten die Globe Productions produceerde van 1941 tot 1946. ‘Harp Boogie’ is een improvisatie van Girard op een bluesthema. De titel zegt: Adele Girard beating out hot boogie with her harp plus the dancing of Rusha Holden. Het swingt.

Casper Reardon was de eerste harpist in de jazz. Hem bleef het verwijt achtervolgen dat-ie niet wist te swingen. Dorothy Ashby gaat verder en brengt de harp naar de bebop. Een kwartet zonder piano of gitaar geeft haar veel vrijheid op haar album In A Minor Groove uit 1958.

Foto: Portret van Johnny Hodges, Rex Stewart, Adele Girard, Harry Carney, Barney Bigard en Joe Marsala. Turkse Ambassade, Washington DC (1938-1948).

My Heart Belongs To Daddy (1938-1946-1954)

Mary Martin (1913-1990) zingt My Heart Belongs To Daddy in Night and Day (1946). Een fictieve biografie van tekstdichter Cole Porter (1891-1964). Homosexueel, gelukkig getrouwd en briljant. Hij schreef de song voor de broadwayshow Leave It To Me! (1938) die Martin tot ster maakte.

While tearing off a game of golf
I may make a play for the caddy
But when I do, I don’t follow through
Cause my heart belongs to Daddy

If I invite a boy some night
To dine on my fine food and haddie
I just adore, his asking for more
But my heart belongs to Daddy

Yes, my heart belongs to Daddy
So I simply couldn’t be bad
Yes, my heart belongs to Daddy
Da, Da, Da, Da, Da, Da, Da, Da, DAAAAD

So I want to warn you laddie
Though I know that you’re perfectly swell
That my heart belongs to Daddy
Cause my Daddy, he treats it so well

Het Great American Songbook heeft jazzmusici altijd aangetrokken. Charlie ‘Bird’ Parker (1920-1955) werkte in 1954 voor Verve aan een Cole Porter songbook. Hiermee zette-ie samen met producent Norman Granz een standaard. Nog voor het befaamde songbook van Ella Fitzgerald uit 1956. Bird stierf voordat zijn songbook album uitgebracht kon worden.

Foto: Charlie Parker

NVB eist meer vlees, en loon (1948-49)

Demonstreren in het gelid. Dat konden communisten. In 1946 werd de Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB) opgericht. Mantelorganisatie van de CPN. Zeker niet vegetarisch zoals de demonstratie van 25 augustus 1948 toont. De communistische vrouwen eisen ‘meer vlees‘. Deze eis kan men zich anno 2011 nauwelijks meer voorstellen.

De eis ‘gelijk loon voor gelijke arbeid‘ daarentegen wel. Zoals op 25 maart 1949 blijkt. Nog steeds worden vrouwen onderbetaald. Achter deze vrouwen met hoofddoek houden de mannen een oogje in het zeil. Mannen gaan voor ‘vrede’. In 60 jaar is er veel veranderd, maar uiteindelijk weinig.

Foto 1: Demonstratie van de Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB) waarin “meer vlees” wordt geeist, Amsterdam, 25 augustus 1948. Credits: Ben van Meerendonk, collectie IISG Amsterdam.

Foto 2: Demonstratie van de Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB). Bord met tekst “Gelijk loon voor gelijke arbeid”, Amsterdam, maart 1949. Credits: Ben van Meerendonk, collectie IISG Amsterdam.

Operatie Paperclip: 1946

Een groep mannen. Niet te dik, goedgekleed, goedgemutst en blank. Ze staan voor een hek dat vermoedelijk het terrein waar ze werken omheint. Wie zijn ze? Waar zijn ze mee bezig? Waar bevinden ze zich?

Het gaat om Operatie Paperclip. Dat klinkt bevestigend. Aha, zult u misschien zeggen. Of het zegt u helemaal niets. Zijn het kantoormensen die metalen draadjes buigen? Past dat bij hun achtergrond? Hhmmm …

…  nee. Laat ik het maar zeggen. Het is een groep van 104 Duitse wetenschappers in 1946. Waaronder Werner von Braun die in 1960 president Eisenhower een Saturnus-raket showt. In een geheime operatie zijn ze naar de VS gebracht. In ruil voor hun kennis kregen ze een safe haven. Die nazi’s toch. Of kunnen we beter zeggen, die Amerikanen toch?

Foto: Groep van 104 Duitse wetenschappers in 1946, inclusief Werner von Braun (1e rij 7e van rechts) en Arthur Rudolf (1e rij 4e van links). Fort Bliss, Texas. 

A Matter of Life and Death

We houden de dood op afstand. Sommigen zijn er ambtshalve mee bezig en worden immuun. Anderen worden er direct mee geconfronteerd door ouders of vrienden die sterven. De achterblijvers schuiven een stukje op in de piramide van de dood. Een horribele promotie.

De dood van publieke figuren is publiek bezit. Maar de vorm van herdenken verandert. Vroeger bewonderde doodsmaskers, gebalsemde lijken en monumenten, nu het tekenen van digitale rouwregisters en een bloemenzee voor Lady Di, Michael Jackson of André Hazes.

Verpleegsters schakelen tussen leven en dood als begeleiders naar de onderwereld. Het Schimmenrijk is een verre van begerenswaardige plek die in de verbeelding angst oproept. Oorlog verhevigt pijn als jonge mannen sterven. Dat vrouwen mannen oplappen is een afwijking die films in stand houden. Daardoor blijft een drama op leven en dood waarin dood en erotiek in elkaar overlopen het ultieme beeld van urgentie.

Foto 1: Making Death Mask

Foto 2: Verpleegsters in de rechtbank, A Matter of Life and Death, Powell en Pressburger, 1946

Foto 3: Ayako Wakao in Akai Tenshi (Red Angel) van Yasuzo Masumura, 1966

B van Bikini

De B is de tweede letter. Belofte van het alfabet. Vanaf 1 juli 1946 deden Amerikanen atoomproeven middenin de Pacific. Op Bikini Atoll. Deel van de Marshall eilanden. Sinds 1 augustus 2010 is de nucleaire test site van Bikini Atoll toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Als les voor de toekomst. Want 1946 was er blind voor.

Matrozen op de Croisette zien het aan, de dame in de ligstoel toont overdressedEn geschokt. Brigitte Bardot in Bikini is er in 1953 voor gemaakt om de B te materialiseren. Als sexbom. Louis Réard introduceerde de tweedelige Bikini op 5 juli 1946 in Parijs. Meeliftend op publiciteit van de atoomproeven. Je kunt de B nageven dat het beeldige bochten en stevige slagen maakt.

Foto 1: Brigitte Bardot in Cannes, 1953

Foto 2: Atoomproeven Bikini Atoll, 1946