Prokudin-Gorsky kleurt Rusland in foto’s: 1905-1917

20341v

Sergei Mikhailovich Prokudin-Gorsky (1863-1944) was een Russische fotograaf. Vanaf 1905 ontwikkelt hij een methode om kleurenfoto’s te maken. Met medewerking van tsaar Nicolaas II reist hij tot 1917 door het keizerrijk. Hij legt kerken, natuur, stadsgezichten, monumenten, volkeren en industrialisatie vast. Met een educatief doel.

429

De foto’s stralen verstilling uit. Mede veroorzaakt door het procedé dat de onderwerpkeuze beperkt. Er werden drie aparte foto’s met een geel, cyaan en magenta filter genomen. Herkenbaar aan de kleuren buiten de rand. De onderwerpen moesten bevroren worden. Het lukte Prokudin-Gorsky tijdens z’n leven niet de opnamen correct in kleur af te drukken.

03940v

1915. Prokudin-Gorsky zit in Moermansk naast twee mannen in kozakkenkleding. In 1948 koopt het Library of Congress de collectie. En drukt de rafelranden weg. Dat oogt terughoudend. Andrei Rublev en Theophanes de Griek lijken op te duiken in een fresco. Als in een film van Andrei Tarkovski die de Russische ziel zoekt. Vol spirituele beelden.

894

Foto 1: Kem-Pristan, groep spoorwegbouwers, 1916.

Foto 2: Zubtsov, aan de overkant van de Volga, 1910.

Foto 3: Groep, Moermansk. Rechts Sergei Mikhailovich Prokudin-Gorsky, 1915.

Foto 4: Fresco in de Kerk van Sint Joris (Staraia Ladoga), 1909.

Marilyn Monroe: How Wrong Can I Be

Elke snipper van een beroemdheid telt. Eerste pogingen dragen de belofte in zich. Marilyn Monroe zingt in 1948. Manny Klein speelt trompet en Fred Karger piano. Het verhaal gaat dat Marilyn verliefd werd op Fred, maar-ie haar afwees omdat ze geen goede stiefmoeder voor zijn zoon uit een eerder huwelijk kon zijn. Een profetische blik. Bij Danziger Gallery in New York duikt een fotoserie op uit 1955 van Peter Mangone. Ongepolijst en zonder intentie genomen. Mangone was 15 jaar en is op 11 december 2012 overleden. Haar roem wordt zijn roem. Tot aan de laatste snipper.

PMA_MMO_QUAD_02_240

Foto: Peter Mangone, Marilyn Monroe. New York, 1955. Danziger Gallery.

Speak Low & One Touch of Venus: 1943

Componist Kurt Weill zingt en speelt zijn eigen muziek. Dichter Ogden Nash schrijft de tekst. ‘Speak Low‘ wordt voor het eerst in 1943 gezongen door Mary Martin en Kenny Baker in de Broadway musical ‘One Touch of Venus‘. In de gelijknamige film speelt Ava Gardner in 1948 de hoofdrol. Eileen Wilson dubt en zingt de song met Dick Haymes.

Speak low when you speak, love,
Our summer day withers away
Too soon, too soon.
Speak low when you speak, love,
Our moment is swift, like ships adrift,
We’re swept apart too soon.
Speak low, darling speak low,
Love is a spark lost in the dark,
Too soon, too soon,
I feel wherever I go
That tomorrow is near, tomorrow is here
And always too soon.

Speak Low is een jazzstandard. In 1944 heeft het orkest van de Canadese Guy Lombardo een hit met zang van Billy Leach. West Coast drummer Shelly Manne speelt in Jazz Scene USA in 1962 met Conte Condoli (tp), Richie Kamuca (ts), Russ Freeman (p) en Monty Budwig (b).

Foto: Cover bladmuziek One Touch of Venus, 1943

NVB eist meer vlees, en loon (1948-49)

Demonstreren in het gelid. Dat konden communisten. In 1946 werd de Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB) opgericht. Mantelorganisatie van de CPN. Zeker niet vegetarisch zoals de demonstratie van 25 augustus 1948 toont. De communistische vrouwen eisen ‘meer vlees‘. Deze eis kan men zich anno 2011 nauwelijks meer voorstellen.

De eis ‘gelijk loon voor gelijke arbeid‘ daarentegen wel. Zoals op 25 maart 1949 blijkt. Nog steeds worden vrouwen onderbetaald. Achter deze vrouwen met hoofddoek houden de mannen een oogje in het zeil. Mannen gaan voor ‘vrede’. In 60 jaar is er veel veranderd, maar uiteindelijk weinig.

Foto 1: Demonstratie van de Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB) waarin “meer vlees” wordt geeist, Amsterdam, 25 augustus 1948. Credits: Ben van Meerendonk, collectie IISG Amsterdam.

Foto 2: Demonstratie van de Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB). Bord met tekst “Gelijk loon voor gelijke arbeid”, Amsterdam, maart 1949. Credits: Ben van Meerendonk, collectie IISG Amsterdam.

The Song is Bird

Zoals Marc Myers opmerkt ontleen ook ik mijn kennis over Charlie Parker aan Phil Schaap. Het dagelijkse programma Bird Flight, ‘a radio show on WKCR’. Vergelijkbaar met de Concertzender dat vanwege omroepbelangen om zeep werd gebracht. Subsidies richten dan kwaad aan. Het New Yorkse WKCR bedelt soms om geld om in leven te blijven.

Bird dus. Bijnaam van altsaxofonist Charlie Parker (1920-1955). Met Louis Armstrong beschouwd als de grootste jazzmusicus ever. Van Bird bestaan slechts twee clips. Cameravoering van Hot House verduidelijkt dat Dizzy Gillespie bekender is. Die andere frontman van de bebop.

Charlie Parker was verslaafd en brandde aan twee kanten op. Hij leefde te kort en stierf bij een barones voor de televisie met The Dorsey Brothers’ Stage Show op. Opnamen met Strings zijn geweldig en het klassieke kwintet met Miles Davis (tp), Duke Jordan (p), Tommy Potter (b) en Max Roach (dr) uit 1948 is de top. Vastgelegd door Dean Benedetti.

Kunnen we de nagedachtenis aan Bird achterhalen? Zijn legacy. Was-ie muzikaal genie, genereus persoon, overlever die niet overleefde of iemand die zichzelf in de weg zat? Nee, hij past voor geen meter. We kunnen alleen luisteren. Zijn muziek moet het doen en vertelt het verhaal.

YouTube 1: Coleman Hawkins (ts) met Bird, Hank Jones (p), Ray Brown (b) en Buddy Rich (d) in Ballad en Celebrity (zonder Hawkins), 1950

YouTube 2: Dizzy Gillespie (tp), Bird, Dick Hyman (p), Sandy Block (b), Charlie Smith (d) in Hot House, 1952

Foto 1: Portret van Charlie Parker, Red Rodney, Dizzy Gillespie, Margie Hyams and Chuck Wayne, Downbeat, New York, ca. 1947; Foto: William Gottlieb

Foto 2: Portret van Charlie Parker, Three Deuces, New York, vermoedelijk maart 1948; Foto: William Gottlieb