Tin Tan en de Mambo (1950-1951)

Tin Tan (1915-1973) geboren als Germán Valdés was een populaire Mexicaanse muzikale komiek en acteur die speelde in meer dan 100 films. Tijdens de gouden eeuw van de Mexicaanse cinema (1936-1969) kon hij floreren. Het fragment uit El Revoltoso (1951) toont zijn timing, humor, bravoure, meesterschap en danskunst. Tin Tan is een kruising van Jackie Chan, Victor Borge, André van Duin en Los Tres Gallos Mexicanos.

garcia_cabral01_big

¡ Hu !
Sí, sí, sí, yo quiero mambo, mambo
Sí, sí, sí, yo quiero mambo, mambo
Sí, sí, sí, yo quiero mambo…¡ Hu !

De in de late jaren ’40 door Perez Prado gepopulariseerde mambo is de achtergrond van het fragment van Simbad El Mareado (1950). Om er vanaf te wijken. Prado had zich in 1949 in Mexico Stad gevestigd. Zijn ‘Yo quiero mambo’ (of Mambo no. 5) gaat over in een parodie van Noord-Amerikaanse bebop met scatzang in de uitbundige versie zoals Dizzy Gillespie die na 1945 praktiseerde in nummers als ‘A Night in Tunisia’. Al een parodie op zichzelf. Om dat te overtreffen gaat Tin Tan over de top.

Foto: Affiche van Ernesto Cabral van Simbad El Mareado (Sinbad, de Duizelige).

Advertenties

Invitation: 1950-1952-1958-1975

Lana Turner schittert met Ray Milland in A Life of Her Own (1950) van ‘vrouwenregisseur’ George Cukor. De soundtrack met het hoofdthema is van de Pools-Amerikaanse componist Bronislaw Kaper (1902-1983) die vanaf 1935 onder contract stond bij ‘major’ MGM. Omdat A Life of Her Own het aan de kassa niet zo goed deed werd het thema in 1952 als titelsong voor het romantische drama Invitation hergebruikt. Paul Francis Webster schreef er een tekst bij. Zo werd een ‘standard’ geboren.

7390

Wherever I go
You’re the glow of temptation
Glancing my way
In the grey of the dawn

And always your eyes
Smile that strange invitation
When you are gone
Where oh, where have you gone?

Dexter Gordon speelt met gitarist Philip Catherine in 1975 een van z’n beste solo’s ooit. Volgens Gordon zelf. Hij benadrukt het jagend-spookachtige aspect van het thema meer dan John Coltrane die in z’n befaamde vertolking uit juli 1958 de spanning opbouwt met lange lijnen.

Foto: Affiche van ‘A Life of Her Own‘ (1950).

Ville de Liege, een voorbeeld (1913-1950)

413242-8413c5a74c37cdc0f0c4b589c9395020

Internet is geknipt voor narrowcasting, zoals het heet. Ofwel het bedienen van een specifieke doelgroep op een speciale plaats met specifieke informatie. Alles over Nepal, de geschiedenis van Oost-Groningen, Humphrey Bogart of de parenteel van een individu. Tot in details komt een onderwerp beschikbaar voor de liefhebber. In zo’n reservaat ontstaat door smaak en interesse een sentimenteel museum.

Ville-de-Liege-01

Neem de Ville de Liège. In 1913 gebouwd op de Cockerill werf in het Antwerpse Hoboken. In twee wereldoorlogen ingezet, in 1936 tot carferry omgebouwd, omgedoopt tot de London-Istanbul. Daarna tijdelijk herdoopt tot HMS Algoma en HMS Ambitious. In 1950 uit de vaart genomen. Een Belgische pakketboot met een roemruchte geschiedenis.

1914_v11

Interessant? Ach, een vaartuig voor het collectief geheugen. Door terug te kijken helpt het ons vooruit. Dat kan ook de buitenstaander meeslepen. Maar die zoekt eerder het bijzondere in het gewone, dan andersom. De achtersteven blijkt fotogeniek. De geschiedenis kijkt de Ville de Liège in de kont. Zomaar een boot als spiegel van de verloren tijd die sommigen willen bewaren. Om herinneringen blijvend vast te houden.

Foto 1: Ville de Liège

Foto 2: Ansichtkaart van de Ville de Liège bij vertrek uit Oostende

Foto 3: Ville de Liège

Esther Bubley: Girls in Arlington (1943)

Fotojournaliste Esther Bubley (1921-1998) werkt in 1942 en 1943 voor de Office of War Information (OWI) van Roy Stryker. Eind 1943 volgt ze hem naar  een project voor de Standard Oil Company (New Jersey). Zomer 1943 is ze in Arlington om het thuisfront te fotograferen. Meisjes in overheidsdienst nemen tijdens de oorlog leeggekomen plekken in. Is het meisje dat in het pension haar haar wast dezelfde die fotografeert?

Vrouwen worden gehuisvest in Arlington Farms, Virginia. Net over de grens van Washington DC. Op weg naar kantoor wachten ze op de bus.

In 1950 kijkt Esther Bubley voor een zelfportret in de spiegel. Haar blik heeft al heel wat vastgelegd, en kijkt nu  naar zichzelf. Wat ziet ze?

Foto 1: Esther Bubley, Arlington, Virginia. Meisje wast het haar op Arlington Farms, een onderkomen voor vrouwen die tijdens de oorlog voor de overheid werken, juni 1943

Foto 2: Esther Bubley, Arlington Cemetery, Arlington, Virginia. Meisje neemt een foto van de ceremonie van het leggen van een krans op het graf van de Onbekende Soldaat, mei 1943

Foto 3: Esther Bubley, Arlington, Virginia. Wachtend op de bus bij Arlington Farms, een onderkomen voor vrouwen die tijdens de oorlog voor de overheid werken, juni 1943

Foto 4: Esther Bubley, Zelfportret, omstreeks 1950

The Song is Bird

Zoals Marc Myers opmerkt ontleen ook ik mijn kennis over Charlie Parker aan Phil Schaap. Het dagelijkse programma Bird Flight, ‘a radio show on WKCR’. Vergelijkbaar met de Concertzender dat vanwege omroepbelangen om zeep werd gebracht. Subsidies richten dan kwaad aan. Het New Yorkse WKCR bedelt soms om geld om in leven te blijven.

Bird dus. Bijnaam van altsaxofonist Charlie Parker (1920-1955). Met Louis Armstrong beschouwd als de grootste jazzmusicus ever. Van Bird bestaan slechts twee clips. Cameravoering van Hot House verduidelijkt dat Dizzy Gillespie bekender is. Die andere frontman van de bebop.

Charlie Parker was verslaafd en brandde aan twee kanten op. Hij leefde te kort en stierf bij een barones voor de televisie met The Dorsey Brothers’ Stage Show op. Opnamen met Strings zijn geweldig en het klassieke kwintet met Miles Davis (tp), Duke Jordan (p), Tommy Potter (b) en Max Roach (dr) uit 1948 is de top. Vastgelegd door Dean Benedetti.

Kunnen we de nagedachtenis aan Bird achterhalen? Zijn legacy. Was-ie muzikaal genie, genereus persoon, overlever die niet overleefde of iemand die zichzelf in de weg zat? Nee, hij past voor geen meter. We kunnen alleen luisteren. Zijn muziek moet het doen en vertelt het verhaal.

YouTube 1: Coleman Hawkins (ts) met Bird, Hank Jones (p), Ray Brown (b) en Buddy Rich (d) in Ballad en Celebrity (zonder Hawkins), 1950

YouTube 2: Dizzy Gillespie (tp), Bird, Dick Hyman (p), Sandy Block (b), Charlie Smith (d) in Hot House, 1952

Foto 1: Portret van Charlie Parker, Red Rodney, Dizzy Gillespie, Margie Hyams and Chuck Wayne, Downbeat, New York, ca. 1947; Foto: William Gottlieb

Foto 2: Portret van Charlie Parker, Three Deuces, New York, vermoedelijk maart 1948; Foto: William Gottlieb

Journey into Fame: Orson Welles in Holland

We zien een beroemdheid met een schare fans. Welgeteld twee mannen en dertien vrouwen. De handtekeningenjagers houden zich in, maar lijken het uit te schreeuwen van genot. Tuk op het buitenkansje in de nabijheid van de roem. Enkelen zijn gevangen in pure extase. Ze geloven niet wat er gebeurt en spelen de perfecte rol van bewonderaar. De vleugel benadrukt karakter en locatie van de samenzwering.

Op zaterdag 8 maart 1952 geeft Orson Welles in het Concertgebouw een voordracht. Het Utrechts Nieuwsblad van 10 maart wijdt er een stuk aan: Orson Welles zoekt een Salome. De toneelspeler, regisseur, filmacteur, goochelaar, avonturier en charmeur kwam met het vliegtuig uit Parijs zonder eigen koffer. Zonder schoon hemd. Hij betovert zijn publiek.

Welles is in 1952 bekend als Harry Lime uit The Third Man die op 20 januari 1950 zijn Nederlandse première beleeft. De kaskraker wordt hem toegerekend. Terwijl-ie een kleine rol speelt. Hetzelfde gebeurt met het script van Citizen Kane door Herman Mankiewicz dat Welles naar zich toetrekt. Welles koppelt roem aan eigendunk. Twee maanden later wint-ie in Cannes de Gouden Palm voor Othello. Dat flikt-ie nou weer wel. Echt.

Foto 1: Orson Welles temidden van bewonderaars in het Concertgebouw, Amsterdam, 8 maart 1952

Foto 2: Orson Welles in Othello, 1952