Invitation: 1950-1952-1958-1975

Lana Turner schittert met Ray Milland in A Life of Her Own (1950) van ‘vrouwenregisseur’ George Cukor. De soundtrack met het hoofdthema is van de Pools-Amerikaanse componist Bronislaw Kaper (1902-1983) die vanaf 1935 onder contract stond bij ‘major’ MGM. Omdat A Life of Her Own het aan de kassa niet zo goed deed werd het thema in 1952 als titelsong voor het romantische drama Invitation hergebruikt. Paul Francis Webster schreef er een tekst bij. Zo werd een ‘standard’ geboren.

7390

Wherever I go
You’re the glow of temptation
Glancing my way
In the grey of the dawn

And always your eyes
Smile that strange invitation
When you are gone
Where oh, where have you gone?

Dexter Gordon speelt met gitarist Philip Catherine in 1975 een van z’n beste solo’s ooit. Volgens Gordon zelf. Hij benadrukt het jagend-spookachtige aspect van het thema meer dan John Coltrane die in z’n befaamde vertolking uit juli 1958 de spanning opbouwt met lange lijnen.

Foto: Affiche van ‘A Life of Her Own‘ (1950).

Levenswandel Dance Hall: 1954

Londen, 1954. Teddy (=Edwardian) Girls worden bewonderd door Teddy Boys. Strak in het pak. Terugblikkend op de jaren 1952-1956 zegt Simon Napier-Bell dat het begrip en de naam rock’n’roll en teenager geleidelijk ontstaan. Halbstarken in Duitsland, Teddy Boys in Engeland of Nozems in Nederland. Tieners zoeken een identiteit. Het ontstaan van jongerencultuur gaat niet gelijk op met de rock’n’roll, maar krijgt er smoel door. Wat toen de ouderen schrik aanjoeg doet nu vertederend aan.

George Zimbel (1929) noemt zichzelf een documentaire fotograaf. Hij zegt dat het de informatie is die de kijker pakt, maar pas de fotograaf bindt het door zijn persoonlijke kijk en technische kennis samen. In 1954 heeft de vetkuif in een New Yorks-Ierse danshal bekijks. Zimbel schept diepte en onderscheid en voegt zijn blik toe aan de vele blikken die alle kanten opschieten. Signalen ventileren boodschappen na sluitingstijd.

Foto 1: Teddy Girls are admired by a group of Teddy Boys at Clapham Common, South London in 1954

Foto 2: George Zimbel, Irish Dancehall, The Bronx 1954 ©George S. Zimbel 1954/2007

Foto 3: Teddy Boys Mecca Dance Hall, Tottenham London 1954

Samia Gamal danst: 1952-1963

Samia Gamal (1924-1994) danst in Ma takulshi la hada (Don’t Tell Anyone) uit 1952 van regisseur Henry Bakarat. Met muziek van zanger en acteur Farid al-Atrache, de broer van tragische held Asmahan. Farid vindt troost bij Samia met wie hij van 1947 tot 1952 in vele films samenwerkt.

In Tarik al shaitan (The Way of the Devil) uit 1963 van Kamal Attia oogt Samia grijzer. De liefde van de Egyptische man gaat via de buik.

Foto: Egyptische poster van Samia Gamal, 1958

Sun Sun Babae (1952-53)

Peggy, Cherie en Babette DeCastro zijn de Cubaanse Andrew Sisters. In 1942 verhuizen ze van Havana naar Miami. In hun grootste succes Teach Me Tonight is hun Latin achtergrond niet meer te herkennen. De Cubaanse nachtegalen volgen een ander ritme.

Sun Sun Babae is in 1952 geschreven door Rogelio Martínez en past binnen de Afro-Cubaanse muziek. Het gaat over een nachtegaal als liefdesboodschapper:

Sun sun sun sun sun babae (x..)
Pajaro lindo de la madrugada (x2)

Pajaro lindo sun sun
Que pajaro mas bonito
Pajaro lindo sun sun
Llevale llevale llevale
Una mensaje a mi amada
Pajaro lindo sun sun
Dile que la quiero mucho
Siempre sera idolatrada
Pajaro lindo sun sun

Trompettist  en peetvader van de Afro-Cuban Jazz Mario Bauzá speelt Sun Sun in een Cine de Rumberas. De Rumberas film is een Mexicaans subgenre dat speelt in nachtclubs en van 1945 tot 1960 immens populair. Makkelijk te produceren. Langbenige Rumberas dansen op het ritme van Bauzá’s scherp swingende orkest. Sexy koningin, Reina del Tropico Ninón Sevilla danst en zingt Sun Sun in Aventura en Río (1953). Altijd feest. Alsof het nummer nooit stopt:

Foto: De DeCastro Sisters

Tijdsbeeld van Slim Aarons is niet schraal

Het is 1952. Marilyn Monroe sorteert thuis haar fanmail en zet haar beste beentje voor. Zo lijkt het. In passende kledij vol kant. Haar eerste hoofdrol in Niagara die haar lanceert als sexsymbool moet nog komen. Toch weet celebrity-fotograaf Slim Aarons (1916-2006) haar al te vinden.

Het is 1961. Een zwembad op het dak in Athene. Badmuts van de omkijkende vrouw is afgestemd op haar roomkleurige badpak. Het natuursteen op de schoorsteen doet denken aan strakke designhuizen in de bossen. Helemaal 1961. De van champagne nippende vrouw met rode hoed staart in het Colony Hotel te Palm Beach naar een modeshow.

Foto 1: Fanmail, 1952. Marilyn Monroe. Copyright Slim Aarons

Foto 2: Penthouse Pool, 1961, Athene. Copyright Slim Aarons

Foto 3: Leisure and Fashion, 1961, Florida. Copyright Slim Aarons

The Song is Bird

Zoals Marc Myers opmerkt ontleen ook ik mijn kennis over Charlie Parker aan Phil Schaap. Het dagelijkse programma Bird Flight, ‘a radio show on WKCR’. Vergelijkbaar met de Concertzender dat vanwege omroepbelangen om zeep werd gebracht. Subsidies richten dan kwaad aan. Het New Yorkse WKCR bedelt soms om geld om in leven te blijven.

Bird dus. Bijnaam van altsaxofonist Charlie Parker (1920-1955). Met Louis Armstrong beschouwd als de grootste jazzmusicus ever. Van Bird bestaan slechts twee clips. Cameravoering van Hot House verduidelijkt dat Dizzy Gillespie bekender is. Die andere frontman van de bebop.

Charlie Parker was verslaafd en brandde aan twee kanten op. Hij leefde te kort en stierf bij een barones voor de televisie met The Dorsey Brothers’ Stage Show op. Opnamen met Strings zijn geweldig en het klassieke kwintet met Miles Davis (tp), Duke Jordan (p), Tommy Potter (b) en Max Roach (dr) uit 1948 is de top. Vastgelegd door Dean Benedetti.

Kunnen we de nagedachtenis aan Bird achterhalen? Zijn legacy. Was-ie muzikaal genie, genereus persoon, overlever die niet overleefde of iemand die zichzelf in de weg zat? Nee, hij past voor geen meter. We kunnen alleen luisteren. Zijn muziek moet het doen en vertelt het verhaal.

YouTube 1: Coleman Hawkins (ts) met Bird, Hank Jones (p), Ray Brown (b) en Buddy Rich (d) in Ballad en Celebrity (zonder Hawkins), 1950

YouTube 2: Dizzy Gillespie (tp), Bird, Dick Hyman (p), Sandy Block (b), Charlie Smith (d) in Hot House, 1952

Foto 1: Portret van Charlie Parker, Red Rodney, Dizzy Gillespie, Margie Hyams and Chuck Wayne, Downbeat, New York, ca. 1947; Foto: William Gottlieb

Foto 2: Portret van Charlie Parker, Three Deuces, New York, vermoedelijk maart 1948; Foto: William Gottlieb

Journey into Fame: Orson Welles in Holland

We zien een beroemdheid met een schare fans. Welgeteld twee mannen en dertien vrouwen. De handtekeningenjagers houden zich in, maar lijken het uit te schreeuwen van genot. Tuk op het buitenkansje in de nabijheid van de roem. Enkelen zijn gevangen in pure extase. Ze geloven niet wat er gebeurt en spelen de perfecte rol van bewonderaar. De vleugel benadrukt karakter en locatie van de samenzwering.

Op zaterdag 8 maart 1952 geeft Orson Welles in het Concertgebouw een voordracht. Het Utrechts Nieuwsblad van 10 maart wijdt er een stuk aan: Orson Welles zoekt een Salome. De toneelspeler, regisseur, filmacteur, goochelaar, avonturier en charmeur kwam met het vliegtuig uit Parijs zonder eigen koffer. Zonder schoon hemd. Hij betovert zijn publiek.

Welles is in 1952 bekend als Harry Lime uit The Third Man die op 20 januari 1950 zijn Nederlandse première beleeft. De kaskraker wordt hem toegerekend. Terwijl-ie een kleine rol speelt. Hetzelfde gebeurt met het script van Citizen Kane door Herman Mankiewicz dat Welles naar zich toetrekt. Welles koppelt roem aan eigendunk. Twee maanden later wint-ie in Cannes de Gouden Palm voor Othello. Dat flikt-ie nou weer wel. Echt.

Foto 1: Orson Welles temidden van bewonderaars in het Concertgebouw, Amsterdam, 8 maart 1952

Foto 2: Orson Welles in Othello, 1952

Mode met Roberto Capucci: 1952

Op 19 september 1952 arriveert modeontwerper Roberto Capucci op Schiphol. Pas 21 jaar oud. Het heeft net geregend. Paraplu’s worden weggemoffeld. De laatste mannequin is gehaast en de derde staat stil. Wonder boven wonder vormen ze toch een rij. Net eendjes. Achter de wolken schijnt de zon en kunstlicht laat de lichte mantel oplichten. Italianen maken kennis met een typische Ruisdael-lucht.

Roberto Capucci wandelt op Schiphol een zonnige toekomst tegemoet. Als voorloper van ontwerpers die tegen de beeldende kunst aanleunen. Geïnspireerd door Christian Dior’s New Look die in 1956 beantwoord wordt. Italiaanse mode wordt dat jaar geboren en gaat concurrentie aan met Parijs. De geüniformeerde man op de fiets brengt aan het licht wat de frivole Daltons missen: zwaarte.

Op de show later die dag toont Capucci in het Victoriahotel stoffen en zijn ware gezicht. Hij lijkt warempel op een jonge Nicolas Sarkozy die pas in 1955 wordt geboren. De vijf modellen kijken beroepsmatig toe.

Foto 1: Aankomst van de jonge Italiaanse mode-ontwerper Roberto Capucci en zijn mannequins op Schiphol, 18 september 1952

Foto 2: Modeshow van de Italiaanse ontwerper Roberto Capucci in het Victoria Hotel, Amsterdam, 18 september 1952