Marquee: Marlon Brando

Beatnik Neal Cassady and Natalie Jackson

Marquee betekent feesttent en baldakijn. Met een lichtkrant of lichtbak. ’s Avonds het meest indrukwekkend. Licht is feest. Zonder licht kan film niet bestaan. Film wordt licht. Op de stoep van het theater wordt geflirt en afgesproken. Deze film of die andere? Maakt het uit? Als Marlon Brando maar meespeelt. De troonhemel is de luifel voor de sterren.

tumblr_m7vys7rpJ91rrnzfpo1_500

De tijd van de hoeden rijmt met de hoogtijdagen van Hollywood. Het studiosyteem garandeert vakwerk en een constante produktie. Distributie is de ultieme verstrooiing. The Wild One (1953), On the Waterfront (1954) en The Godfather (1972). Met die laatste zijn hoeden al teruggedrongen tot het doek. Theaters ontfermen zich over loslopende zielen die in de zaal een publiek vormen. Verlokken bestaat nog even. Tot nergens meer films vertoond worden en de 7de kunst wordt bijgezet.

tumblr_mgwcvwtenm1rzqrvno1_500

Foto 1: Allen Ginsberg, Beatnik Neal Cassady and Natalie Jackson, circa 1955. Credits: Allen Ginsberg/ Corbis.

Foto 2: Marquee On the Waterfront, zonder bron.

Foto 3: Marquee The Godfather, geen bron.

Advertenties

The Spotnicks 1962-1963

In 1954 filmt Nicholas Ray Johnny Guitar. Samen met Victor Young schrijft Peggy Lee de titelsong, die ze ook zingt. Dat doet ze dat jaar op televisie over. In 1962 maken The Spotnicks een instrumentele versie.

The Spotnicks is een Zweedse gitaarrockgroep uit Göteborg in de stijl van The Shadows of The Ventures. In 1961 ontlenen ze hun naam aan de Russische spoetnik. Ruimtepakken wordt hun truc. In de helmen is electronica ingebouwd. Tot 1963 bestaat de groep uit Bo Winberg (lead), Bob Lander (slag), Björn Thelin (bas) en Ove Johansson (drum).

Rocket Man is gebaseerd op het Russische Polyushko-polye dat het Rode Leger verheerlijkt. Albert Raisner kondigt in 1963 The Spotnicks aan die in Lyon voor de Franse TV zijn nummer The Last Space Train (Dernier Train de l’Espace) spelen. In 1974 zet ABBA het Zweedse succes voort.

Foto: Franse hoes van The Spotnicks, 1963

Sarah Vaughan on Telescriptions: 1951

Lou Snader maakt in 1951 en 1952 zijn telescriptions. Filmpjes van 3 minuten die direct worden opgenomen. In You’re Mine You! zingt Sarah Vaughan (1923-1990) The Nearness of You van Hoagy Carmichael met tekst van Ned Jones. Op het dak. Een vast nummer op haar repertoire:

Why do I just wither and forget all resistance
When you and your magic pass by
My hearts in a dither dear
When you’re at a distance
But when you are near, oh my

Its not the pale moon that excites me
That thrills and delights me,
Oh no
Its just the nearness of you

Het later bijgekleurde You’re Not The Kind van Will Hudson met tekst van Irving Mills neemt Sarah Vaughan ook op in de fameuze sessie met Clifford Brown in 1954. Het vormt de schatkamer van de jazz.

The Divine One scoorde hits als Broken Hearted Melody. Toch had ze minder faam dan Billie Holiday of Ella Fitzgerald. Groot bereik, vibrato en soepele stem voor de bebop maakten haar de betere zangeres. These Things I Offer You van Morty Nevins, Bennie Benjamin en George Weiss bieden Sassy in 1951 een andere jurk en oorbellen in hetzelfde decor.

Foto: Sarah Vaughan met pianist in het decor van een Telescriptions-filmje, 1951

Levenswandel Dance Hall: 1954

Londen, 1954. Teddy (=Edwardian) Girls worden bewonderd door Teddy Boys. Strak in het pak. Terugblikkend op de jaren 1952-1956 zegt Simon Napier-Bell dat het begrip en de naam rock’n’roll en teenager geleidelijk ontstaan. Halbstarken in Duitsland, Teddy Boys in Engeland of Nozems in Nederland. Tieners zoeken een identiteit. Het ontstaan van jongerencultuur gaat niet gelijk op met de rock’n’roll, maar krijgt er smoel door. Wat toen de ouderen schrik aanjoeg doet nu vertederend aan.

George Zimbel (1929) noemt zichzelf een documentaire fotograaf. Hij zegt dat het de informatie is die de kijker pakt, maar pas de fotograaf bindt het door zijn persoonlijke kijk en technische kennis samen. In 1954 heeft de vetkuif in een New Yorks-Ierse danshal bekijks. Zimbel schept diepte en onderscheid en voegt zijn blik toe aan de vele blikken die alle kanten opschieten. Signalen ventileren boodschappen na sluitingstijd.

Foto 1: Teddy Girls are admired by a group of Teddy Boys at Clapham Common, South London in 1954

Foto 2: George Zimbel, Irish Dancehall, The Bronx 1954 ©George S. Zimbel 1954/2007

Foto 3: Teddy Boys Mecca Dance Hall, Tottenham London 1954

Bobby Rydell en Neil Sedaka op Cinebox (1962)

Cinebox is de voorloper van de muziekvideo. Een jukebox met 16mm-film. Frankrijk ontwikkelt rond 1960 de Scopitone, Italië de Cinebox, dat in de VS vanaf 1963 Colorama heette. Rond 1970 is de rage over. Filmpjes zijn bewaard gebleven en vullen de popgeschiedenis aan.

Sway van het Italiaans-Amerikaanse tieneridool Bobby Rydell wordt vermoedelijk rond 1962 opgenomen. Het is een bewerking van het Spaanse ¿Quién será? van Pablo Beltrán Ruiz waarmee Dean Martin in 1954 al scoorde. De in Italië populaire Neil Sedaka zingt in 1962 voor Cinebox-Colorama zijn nummer-1 hit Breaking Up Is Hard to Do

They say that breaking up is hard to do
Now I know, I know that it’s true
Don’t say that this is the end
Instead of breaking up I wish that we were making up again

I beg of you, don’t say goodbye
Can’t we give our love another try
Come on baby, let’s start a new
‘Cause breaking up is hard to do 

Foto: Frankie Avalon met Cinebox

Frank Philippi maakt beelden van Belgie

Frank Philippi (1921-2010) is de Belgische Ben van Meerendonk. Een fotograaf van alle markten thuis. In de Antwerpse Rex draait Night People uit 1954 van Nunnally Johnson met Gregory Peck. Zo dus.

Of mode in de stad met Mercedes en Martini of een meisje voor een jukebox in een café. Beelden zijn weg, komen nooit meer terug en zijn tot foto geworden. Kwaliteit van Philippi is dat opsmuk ontbreekt. Het spreekt vanzelf. Ik wil er niks over zeggen om het restje dagelijks leven zo min mogelijk te storen. Weemoed schrijnt met een dode open mond.

My Heart Belongs To Daddy (1938-1946-1954)

Mary Martin (1913-1990) zingt My Heart Belongs To Daddy in Night and Day (1946). Een fictieve biografie van tekstdichter Cole Porter (1891-1964). Homosexueel, gelukkig getrouwd en briljant. Hij schreef de song voor de broadwayshow Leave It To Me! (1938) die Martin tot ster maakte.

While tearing off a game of golf
I may make a play for the caddy
But when I do, I don’t follow through
Cause my heart belongs to Daddy

If I invite a boy some night
To dine on my fine food and haddie
I just adore, his asking for more
But my heart belongs to Daddy

Yes, my heart belongs to Daddy
So I simply couldn’t be bad
Yes, my heart belongs to Daddy
Da, Da, Da, Da, Da, Da, Da, Da, DAAAAD

So I want to warn you laddie
Though I know that you’re perfectly swell
That my heart belongs to Daddy
Cause my Daddy, he treats it so well

Het Great American Songbook heeft jazzmusici altijd aangetrokken. Charlie ‘Bird’ Parker (1920-1955) werkte in 1954 voor Verve aan een Cole Porter songbook. Hiermee zette-ie samen met producent Norman Granz een standaard. Nog voor het befaamde songbook van Ella Fitzgerald uit 1956. Bird stierf voordat zijn songbook album uitgebracht kon worden.

Foto: Charlie Parker

Walk Don’t Run: The Ventures (1960)

The Ventures spelen met Bob Bogle (lead), Don Wilson (rythem), Nokie Edwards (bass) and George Babbett (drums) Walk, Don’t Run. Een nummer uit 1954 van jazzgitarist Johnny Smith dat weer is gebaseerd op Softly, as in an Morning Sunrise. Een song van Sigmund Romberg en Oscar Hammerstein II voor de 1928 operette The New Moon.

The Ventures uit Seattle scoren met Walk, Don’t Run in 1960 hun eerste hit. Die de Westcoast-stijl die voortborduurt op Stan Getz en Chet Baker en de Beach Boys aankondigt. Johnny Smith is de tussenpersoon.

Foto: Hoes van Walk, Don’t Run! van Johnny Smith (1954)

Shake, Rattle and Roll: Big Joe Turner

Big Joe Turner (1911-1985) was een gewichtig man. Zijn machtige lichaam en stem hadden geen microfoon nodig. Hij overspande genres, van boogie-woogie, blues en R&B tot rock and roll. Shake, Rattle and Roll van Jesse Stone dateert uit 1954. Succes voor een zwart publiek in de gescheiden muziekindustrie. Stone gaat tegelijk met Bill Haley in zee voor een wit publiek. Met een gekuiste versie. Maar Joe Turner zingt:

I’m like a one-eyed cat peeping in a seafood store
I’m like a one-eyed cat peeping in a seafood store
Well, I can look at you and tell you ain’t no child no more

Ah, shake, rattle and roll, shake, rattle and roll
Shake, rattle and roll, shake, rattle and roll
Well, you won’t do right to save your doggone soul

I said, over the hill and way down underneath
I said, over the hill and way down underneath
You make me roll my eyes, Baby, make me grit my teeth

I said, shake, rattle and roll, shake, rattle and roll
Shake, rattle and roll, shake, rattle and roll
Well, you won’t do right to save your doggone soul

De clip komt uit de Rhythm and Blues Revue uit 1955. Een muzikale variety show in het Apollo Theatre in Harlem, New York City met Willie Bryant, Freddie Robinson, Lionel Hampton, Count Basie, Faye Adams, Bill Bailey, Herb Jeffries, Amos Milburn, Sarah Vaughan, Nipsey Russell, Big Joe Turner, Martha Davis, Little Buck, Nat ‘King’ Cole, Mantan Moreland, Cab Calloway en Ruth Brown. Een hoog gehalte R&B.

Willie Bryant introduceert Big Joe Turner. Die lijkt de tekst nog niet in zijn hoofd te hebben en kijkt steeds schuin links. Naar de assistent met de tekstborden. Paul Hucklebuck Williams soleert op tenor. Swell.

Foto: Prosperous Chicagoan spends evening at home. Big Joe Turner in 1941.

Smile, You Are On Candid Camera

Milaan. Italianen draaien zich om. Gli italiani si voltano. Maar naar wie? Mario De Biasi legt het vast in 1954. Kijken ze naar de Witte Dame, La Dama Bianca, of naar de fotograaf? Moeten we denken dat-ie achter de blikken van de werkloze mannen versmelt? We zien hem niet.

Een jaar later op 21 oktober 1955 in het Amsterdamse Amstel hotel. Persfotografen bij het bezoek van een andere Italiaanse Dama, Gina Lollobrigida. Van links naar rechts: Kruger, Pot, Stevens, Rona, Scherer. De rollen zijn omgedraaid. Betrapt door fotograaf Ben van Meerendonk.