Invitation: 1950-1952-1958-1975

Lana Turner schittert met Ray Milland in A Life of Her Own (1950) van ‘vrouwenregisseur’ George Cukor. De soundtrack met het hoofdthema is van de Pools-Amerikaanse componist Bronislaw Kaper (1902-1983) die vanaf 1935 onder contract stond bij ‘major’ MGM. Omdat A Life of Her Own het aan de kassa niet zo goed deed werd het thema in 1952 als titelsong voor het romantische drama Invitation hergebruikt. Paul Francis Webster schreef er een tekst bij. Zo werd een ‘standard’ geboren.

7390

Wherever I go
You’re the glow of temptation
Glancing my way
In the grey of the dawn

And always your eyes
Smile that strange invitation
When you are gone
Where oh, where have you gone?

Dexter Gordon speelt met gitarist Philip Catherine in 1975 een van z’n beste solo’s ooit. Volgens Gordon zelf. Hij benadrukt het jagend-spookachtige aspect van het thema meer dan John Coltrane die in z’n befaamde vertolking uit juli 1958 de spanning opbouwt met lange lijnen.

Foto: Affiche van ‘A Life of Her Own‘ (1950).

Ed Townsend: For Your Love (1958)

Edward Benjamin ‘Ed’ Townsend zingt z’n eigen compositie ‘For Your Love‘. The Blossoms (Fanita Barret, Gloria Jones, Nanette Williams en Annette Williams) vullen de zang hemels in. Plas Johnson scheurt op tenorsax. Gerald Wilson arrangeert de funky ballad die kruist tussen Doo-Wop en R&B. Mei 1958. Ed Townsend treedt op 31 mei op in The Dick Clark Saturday Night Beechnut Show. Het zorgt voor nodige bekendheid.

More foolish I grow
With each heart beat
But we all get foolish
That’s why I repeat

For your love (ahh, ahh, ahh, ahh), oh, I would do anything (ahh, ahh, ahh, ahh)
I would do anything, fo-o-or your kiss

ET-Nice2

Ed Townsend bleef in de muziekindustrie werken als songwriter en producer. Met Marvin Gaye scoort-ie in de jaren ’70. `Let’s Get It On‘. In 1958 gaat het nog gewoon over liefde. Zoals vaak in de popmuziek. Over dwaasheid en opoffering. Over kloppende harten. Vol ritme. Rhythm.

Foto: Ed Townsend in 1958.

Vladimir Nabokov door Carl Mydans: 1958

Vladimir Nabokov (1899-1977) was een invloedrijke Russische schrijver. Met zijn familie vluchtte hij voor de communisten en woonde in Berlijn en Parijs. In 1940 emigreerde hij naar de VS om daar in 1961 weer te vertrekken. Met zijn vrouw Véra trok hij in het Montreux Palace Hotel.

Bekend is Nabokov door zijn roman Lolita (1955) dat een schandaal en een succes wordt. Geen enkele gerenommeerde uitgeverij wilde het uitgeven zodat Nabokov bij de marginale Olympia Press in Parijs van Maurice Girodias uitkomt. Stanley Kubrick maakt er in 1962 een film van.

Nabokov voorzag tijdens zijn Amerikaanse jaren in zijn onderhoud door literatuur te geven op universiteiten. Hij woont vanaf 1953 in Ithaca, New York waar fotojournalist Carl Mydans hem in 1958 fotografeert. Nabokov werkt met systeemkaarten in zijn auto dat zijn kantoor is. Op weg naar een volgende bestemming. Om aan de analyse te ontkomen.

Foto 1, 2 en 3: Carl Mydans, Vladimir Nabokov in car, Ithaca, 1958

Foto 4: James Mason als Humbert Humbert en Sue Lyon als Dolores Haze in Lolita (1962) van Stanley Kubrick

Johnny Cash and the Tennessee Two on THP: 1958-1959

In 1960 ontstaat de Tennessee Three. Voor die tijd vormen Marshall Grant en Luther Perkins de Tennessee Two. Een kwestie van optellen. De karakteristieke boom-chicka-boom van Luthers elektrische gitaar legt een bodem onder de muziek van Johnny Cash. Optreden maakt deel uit van de Town Hall Party show op 15 november 1958 in Los Angeles:

I keep a close watch on this heart of mine.
I keep my eyes wide open all the time.
I keep the ends out for the tie that binds.
Because you’re mine, I walk the line.

I find it very, very easy to be true.
I find myself alone when each day is through.
Yes, I’ll admit that I’m a fool for you.
Because you’re mine, I walk the line.

Town Hall Party was een radio en television show met country music die van 1951 tot 1961 werd uitgezonden. Door het tijdsverschil tussen de Oost- en de Westkust werd het programma opgenomen en is veel beeldmateriaal bewaard gebleven. Evenals I Walk The Line is Folsom Prison Blues een eigen nummer van Cash. Het combineert de genres van de train song en de prison song. In eenvoud dendert het door.

Foto: Luther Perkins, Johnny Cash en Marshall Grant (v.l.n.r.), 1955

Tony Crombie and His Rockets (1957)

Drummer ‘The Baron‘ Tony Crombie (1925-1999) en zijn band treden op in Rock You Sinners (1957) van Denis Kavanagh. Tubby Hayes op sax. ‘In the early days of rock and roll, a disc jockey and his friend, a writer, want to put a rock show on TV‘, da’s het verhaal. DJ Philip Gilbert wordt ster en vervreemdt door zijn ijdelheid en egoïsme van zijn vrienden.

De Britse rock ‘n’ roll timmert vanaf 1953 aan de weg en komt een heel eind. Tony Crombie komt uit de jazz en keert daar na zijn uitstapje naar de rock ‘n’ roll weer naar terug. Zijn vakmanschap werkt overal.


Foto: Anthony John ‘Tony’ Crombie en zijn band die van 1956 tot 1958 bestaat

Samia Gamal danst: 1952-1963

Samia Gamal (1924-1994) danst in Ma takulshi la hada (Don’t Tell Anyone) uit 1952 van regisseur Henry Bakarat. Met muziek van zanger en acteur Farid al-Atrache, de broer van tragische held Asmahan. Farid vindt troost bij Samia met wie hij van 1947 tot 1952 in vele films samenwerkt.

In Tarik al shaitan (The Way of the Devil) uit 1963 van Kamal Attia oogt Samia grijzer. De liefde van de Egyptische man gaat via de buik.

Foto: Egyptische poster van Samia Gamal, 1958

Harp met Adele Girard en Dorothy Ashby

Adele Girard (1913-1993) speelt op harp de sterren van de hemel. Met bas en gitaar. In een soundie van 3 minuten die Globe Productions produceerde van 1941 tot 1946. ‘Harp Boogie’ is een improvisatie van Girard op een bluesthema. De titel zegt: Adele Girard beating out hot boogie with her harp plus the dancing of Rusha Holden. Het swingt.

Casper Reardon was de eerste harpist in de jazz. Hem bleef het verwijt achtervolgen dat-ie niet wist te swingen. Dorothy Ashby gaat verder en brengt de harp naar de bebop. Een kwartet zonder piano of gitaar geeft haar veel vrijheid op haar album In A Minor Groove uit 1958.

Foto: Portret van Johnny Hodges, Rex Stewart, Adele Girard, Harry Carney, Barney Bigard en Joe Marsala. Turkse Ambassade, Washington DC (1938-1948).

Wes Montgomery in Holland (1965)

Wes Montgomery (1923-1968) geeft les. Op 2 april 1965 in een televisiestudio. Aan Pim Jacobs (p), Ruud Jacobs (b) en Han Bennink (dr). Ze spelen voor de VPRO Nica’s Dream (1954) van Horace Silver. Een song geïnspireerd door barones Pannonica de Koenigswarter aan wie Thelonious Monk en Charlie Parker zoveel te danken hadden.

The End of A Love Affair van Edward Redding neemt Billie Holiday in 1958 op voor haar voorlaatste album Lady in Satin. Montgomery speelt het technisch onnavolgbaar en zijn noten volgen helder de woorden.

So I walk a little too fast and I drive a little too fast
And I’m reckless it’s true, but what else can you do at the
end of a love affair?

So I talk a little too much, and I laugh a little too much
And my voice is too loud, when I’m out in a crowd
So that people are apt to stare

Do they know, do they care, that it’s only that I’m lonely
and low as can be?
And the smile on my face isn’t really a smile at all!

Foto: Pim Jacobs en Wes Montgomery repeteren op 2 april 1965

Tragische held: Buddy Holly

Rock and roll pionier en vernieuwer Buddy Holly (1936-1959) krijgt een einde dat de tragische held past: het verkeersongeluk. Een vliegtuigje op weg van een schnabbel van Iowa naar Minnesota stort neer. Met een klap legendarisch. The Day the Music Died. Aan boord zijn ook de rockers Ritchie Valens en J. P. ‘The Big Bopper‘ Richardson.

Kathryn Murray introduceert eind 1957 Buddy Holly en The Crickets in The Arthur Murray Party. Ze vraagt begrip voor haar keuze. Dansleraar Murray laat Amerika dansen. ‘Arthur Murray Taught Me Dancing in a Hurry’, zoals Betty Hutton in de 1941-song zingt. Maar Holly, Jerry Allison (dr), Joe B. Mauldin (b) en Niki Sullivan (g) spelen Peggy Sue.

If you knew, Peggy Sue
Then you’d know why I feel blue
About Peggy, my Peggy Sue
Oh well, I love you, gal
and I love you Peggy Sue

Peggy Sue, Peggy Sue
Oh how my heart yearns for you.
Oh P-e-ggy.. P-e-ggy Sue
Oh, well, I love you gal
Yes I love you Peggy Sue

Peggy Sue Peggy Sue 
Pretty pretty pretty pretty Peggy Sue 
Peggy oh Peggy Sue
Oh well I love you gal and I need you Peggy Sue De 

Holly, Allison en Mauldin spelen ‘Oh, Boy!‘ in de Ed Sullivan Show van 26 januari 1958. De roem van Buddy Holly stijgt in 1957 en 1958 en eindigt op 3 februari 1959 met een klap. Zijn nagedachtenis moet het voortaan doen. Vernieuwers blijven niet jong. Maar 22 jaar is niet oud.

Foto 1: Alternatieve platenhoes uit 1962 (Coral) van The Chirping Crickets uit 1957

Foto 2: Groep mensen onderzoekt het vliegtuigwrak in een veld buiten Clear Lake, Iowa. Het vliegtuig stortte neer in de vroege ochtend van 3 februari 1959, en kostte de ‘Fifties rockers’ Buddy Holly, Ritchie Valens en ‘The Big Bopper’ het leven.

No Problem (1959)

In de trailer van Les liaisons dangereuses (1959) van Roger Vadim klonken Thelonious Monk’ hoekige piano en No Problem van Art Blakey. De soundtrack past bij Ascenseur pour l’échafaud (1958) van Louis Malle met Miles Davis en Des femmes disparaissent (1959) van Edouard Molinaro ook met Blakey. Jazz verbeeldde de opstand tegen de orde.

In club Saint-Germain spelen op 11 juli 1959 Bud Powell (p), Clark Terry (fl), Pierre Michelot (b), Barney Wilen (ts) en Kenny Clarke (d) No Problem. Sim Copans leidt in. Het trio van Powell wordt met Wilen en Terry tijdelijk uitgebreid om een brede Jazz Messengers sound te krijgen.

Foto: Bud Powell