Johnny Otis: Hand Jive (1958)

Johnny Otis (1921-2012) is niet meer. Ontdekker van Etta James die ook niet meer is. In 1958 schreef-ie zijn bekendste nummer ‘Willie and the Hand Jive‘ en verkocht 1,5 miljoen stuks. De dans ontstond in Londen in de jaren ’50. Bij de opkomst van rock and roll en R&B.

I know a cat named Way Out Willie
He’s got a cool little chick named Rockin’ Nillie
He can walk and stroll and Susie Q
And do that crazy hand jive too

Papa told Willie, you’ll ruin my home
You and that hand jive have got to go
Willie said, Papa, don’t put me down
They’re doin’ the hand jive all over town

Mama, Mama look at Uncle Joe
He’s doin’ that hand jive with sister Flo
Grandma gave baby sister a dime
Said, do that hand jive one more time

Hand Jive is geinspireerd op Bo Diddley. Titel ‘Bo Diddley‘, hij speelde niet het nummer dat was afgesproken. Diens optreden in 1955 in de Ed Sullivan show toont een hakkende slaggitaar die Otis later toepast.

Foto: Johnny Otis als bandleider in de jaren ’50 met zijn orkest

Ragazzi d’Italia: 1951-1958

Kijken uit liefde wordt scopofilie of voyeurisme genoemd. In de feministische filmtheorie blokkeert de mannelijke blik de plek en het plezier van vrouwen in de bioscoop of bij het bladeren in een tijdschrift. Het geeft te denken hoe mannen zich ontwikkelen. Alleen aan tafel ontmoet Sophia Loren in 1958 blikken. Maar niet van de mannen in het zwart achter haar. Want die kijken naar degenen die naar La Loren kijken.

Sommige beelden lijken gemaakt om vooroordelen over mannen te bevestigen. Maar hoe komen ze tot stand? Ruth Orkin ziet dat studente Jinx Allen in Florence aandacht trekt en laat haar nogmaals door de haag mannen lopen. Orkin drukt af en haar faam is gemaakt. De mannelijk blik staat er krachtig op. Of het wel of niet is geënsceneerd. Onbeweeglijk.

Foto 1: Sophia Loren in Merano, 1958.

Foto 2: American Girl in Italy, Florence, 22 augustus 1951. Credits: Ruth Orkin

Kerst met Ben van Meerendonk (1953-58)

Fotograaf, ofwel ‘fotojournalist’ Ben van Meerendonk (1913-2008) richt in 1945 het Algemeen Hollands Fotopersbureau (AHF) op. Dat wordt uiteindelijk een eenmanszaak. Het IISG noemt ‘alledaagse gebeurtenissen uit het Amsterdamse straatbeeld‘ een van zijn specialismen. Dit is Ben:

Vaak wordt met nostalgie omgekeken. Vroeger was alles beter. Er was saamhorigheid. In de armoede waren de mensen solidair. Zou het? Op 19 december 1953 schrijven agenten bonnen uit voor foutgeparkeerde auto’s. We weten het dankzij Ben van Meerendonk die het zonder poespas registreert. Ook toen liet het gezag zich gelden. Prettige kerst.

Foto 1: Verkoop van kerstbomen op het Singel, 8 december 1958. Credits: Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG, Amsterdam.

Foto 2: Ben van Meerendonk aan het werk met zijn Speed-Graphic-camera.

Foto 3: Foutgeparkeerde auto’s worden door de politie bekeurd, Reguliersbreestraat, 19 december 1953. Credits: Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG, Amsterdam.

Come Fly With Me met Frank Sinatra (1958)

Come Fly With Me wordt in 1957 voor Frank Sinatra gecomponeerd door Jimmy Van Heusen met tekst van Sammy Cahn. Van Heusen redt The Voice in 1951 na een zelfmoordpoging. Eind jaren ’50 is zo te horen het exotisch avontuur gelokaliseerd in Bombay, Peru en Acapulco Bay.

Come fly with me, let’s fly, let’s fly away
If you can use some exotic booze
There’s a bar in far Bombay
Come fly with me, let’s fly, let’s fly away

Come fly with me, let’s float down to Peru
In llama land there’s a one-man band
And he’ll toot his flute for you
Come fly with me, let’s take off in the blue

Het verhaal gaat dat Sinatra de hoes als advertentie voor TWA zag. In een album dat opgezet was als muzikale trip om de wereld. Hij had gelijk. Globalisme anno 1957 overheerst. Met Capri, Vermont, New York, Mandalay, Parijs, Londen, Brazilië, Hawaii, Chicago en Mexico. Nice trip!

Foto: Hoes Come Fly with Me (1958) met Frank Sinatra en orkest van Billy May

Herfstbladeren met Yves Montand (1951)

Yves Montand zingt Les Feuilles Mortes van dichter Jacques Prévert en componist Joseph Cosma in Parigi è sempre Parigi van Luciano Emmer. Parijs is altijd Parijs. Oudere zussen houden ervan.

Montand is 20 jaar dood. Zijn presentatie tussen chanson en jazz bedient de puristen niet. Maar alle anderen wel. Herfstbladeren leven altijd voort met de melancholie van het herinneren en het niet vergeten:

C’est une chanson qui nous ressemble,
Toi tu m’aimais et je t’aimais
Et nous vivions tous deux ensemble,
Toi qui m’aimais, moi qui t’aimais.

Mais la vie sépare ceux qui s’aiment,
Tout doucement, sans faire de bruit
Et la mer efface sur le sable
Les pas des amants désunis

Les Feuilles Mortes wordt door Johnny Mercer vertaald als Autumn Leaves en een instant jazz-klassieker. Miles Davis kiest het in 1958 voor Somethin’ Else van Cannonball Adderly. Middenin zijn Franse periode.

Foto: Yves Montand tussen filmopnamen van La Legge (1959) van Jules Dassin

Touch of Evil: Opening

1958. Een Mexicaanse grensplaats. Een man plant een tijdbom in de achterbak van een auto.  Een man en vrouw rijden langzaam naar de Amerikaanse grens. Pasgehuwden Miguel Mike Vargas (Charlton Heston) and Susie (Janet Leigh) passeren de auto enkele keren te voet. De auto steekt de grens over en ontploft. De inzittenden vertellen niks na.

Er wordt niet gesneden in dit shot. Alles in een beweging. Da’s de opening van Orson Welles’ Touch of Evil (1958) dat de laatste klassieke film noir wordt genoemd. Technisch pronken werkt. Maar de film heeft meer met sfeer dan met logica. Beter dan dit wordt het niet.

Foto: Janet Leigh in Touch of Evil (1958)

Echo uit de verte: Joao Gilberto

In Brazilië ontstaat in 1958 uit de samba de Bossa Nova. Gitarist João Gilberto komt met iets nieuws en componist Tom Jobim maakt er in 1963 met The Girl from Ipanema een wereldsucces van. Bossa betekent gezwel en kan opgevat worden als kronkel, bijzonder talent voor iets. De nieuwe flair breekt uit de zwaarte. Het culturele Braziliaanse zelfbewustzijn piekt in 1959 met Palmwinnaar Orfeu Negro.

In de Frans/Italiaans/Braziliaanse co-produktie Copacabana Palace uit 1962 zitten Gilberto en Jobim op het strand van Rio. Tussen Sylva Koscina en Mylène Demongeot. Een terloops document met Luiz Bonfá over de nieuwe stijl dat pas in 1967 in de VS wordt uitgebracht.

Chega de Saudade van tekstdichter Vinicius de Moraes uit 1958 in de uitvoering van João Gilberto is de eerste Bossa Nova song. Elsbeth Cardoso zingt het nog in oude stijl, maar pas daarna wordt alles anders.

Vai minha tristeza
E diz a ela
Que sem ela não pode ser
(Go, my sadness, go
And tell her that
It’s impossible without her.)

Foto: Sylva Koscina, João Gilberto, Tom Jobim en Mylène Demongeot (vlnr) in Copacabana Palace

Kentekenen van Zeeland

Foto’s van Zeeland. De Vlissingse boulevard en de grensovergang Sint Anna ter Muiden. Klopt dat? Hoe werkt het geheugen? De gestalte van de Belgische douanier meen ik te herkennen. Of beeld ik me het in? Mijn blote benen plakken aan de leren bekleding van de Borgward of Fiat. Toen op weg naar de Avenue Lippens in Knokke. Naar vishandel Depaepe om 2 ons krabsalade. Of al op de terugweg.

Interesseren oude foto’s me? Hoe komt dat? Zeker omdat ze op internet beschikbaar zijn en ik voor het grasduinen in beeldbanken verantwoording zoek? Klinkt dat vergezocht? Ben ik een schatgraver die eerst zelf de schat verstopt? Da’s kinderspel om terug te vinden.

Wat valt er zoal te zien op die oude foto’s? Onthullen ze iets wat verloren is? Dat doen foto’s in de regel. Maar ik heb toch niets verloren, behalve de verloren tijd? Hoe dan ook, nostalgie is beslist een reis die meer vragen stelt dan beantwoordt. Bloggers krijgen er geen genoeg van.

Waarom rijden auto’s naar rechts? Da’s een duistere zaak. Rukt beschaving vanuit het Westen op? Door politieke onrust dringt het heden zich telkens opnieuw op. Geen moment rust is ons gegund. Grenzen gaan open en dicht. Geschiedenis herhaalt zich. Op de Schelde wachten schepen op opkomend water voor Antwerpen. Er is niks veranderd. Het verleden moet levenslang in de wacht gesleept worden. Altijd.

Foto 1: Boulevard en rede van Vlissingen, na 1955

Foto 2: TP-61-13 Pontiac Star Chief Hardtop Coupe, Sint Anna ter Muiden, circa 1958

Come Rain or Come Shine

Op 10 januari 1958 neemt John Coltrane in New York Come Rain or Come Shine op. Volgens de discografie van Jepsen dezelfde sessie als Lush Life. Een kwintet met Donald Byrd (tp), Red Garland (p), Paul Chambers (b) en Louis Hayes (dr). Het verschijnt op The Last Trane als Prestige 7378, Amerikaanse persing. Een laatste stap voor Giant Steps. Het prijsje zit nog op mijn elpee: 9,90 gulden.

Maakt het iets uit of het regent of dat de zon schijnt? In de studio niet, maar op straat wel. Op 1 december 1962 regent het in Lake Grove Union Station in Lake Oswego, Oregon. Ralph Carson glimlacht naar de fotograaf. Dat weten we omdat het is geboekstaafd.

Architectuurfotograaf Julius Shulman (1910-2009) vereeuwigt  in 1956 een tankstation van Mobil Oil als icoon van het moderne leven. Schaduwen slaan hun slag. Da’s 16 jaar nadat Edward Hopper zijn beroemde Gas schildert. Tweemaal het Pegasus-symbool van Mobil Oil. Bij Hopper kan elk moment iets gebeuren. Afgezonderd staat alles stil zonder benzine.

Wat hebben John Coltrane, Mobil Oil, Pegasus, Ralph Carson, Julius Shulman en Edward Hopper met elkaar te maken? Zijn ze allen aangespoeld op een verlaten strand van het internet? Hun resten worden gejut voor een nieuw verhaal. Dat vertelt over regen en zonneschijn, over muziek en weemoed van de tijd die passeert. Come Rain or Come Shine.

Foto 1: Lake Grove Union Station, Lake Oswego, Oregon

Foto 2: Mobil Gas Station 1956

Foto 3: Gas van Edward Hopper, 1940

Transitie 1957

Iets hangt in de lucht. Rechts buiten het kader. Als de trapeze met menselijke kanonskogels. Vallen ze en slaan ze in? De goochelaar geeft een klap. Het gaat voorbij aan normale verhoudingen. De dikke dame zucht. Met haar hoed op de fiets op de draad in de nok. Het draait en draait. Iets kondigt zich aan, maar wat? Expo 58 in Brussel komt eraan.

Directeur vertoont dictatoriale trekjes. Publiek houdt de adem in. Het vergeet, maar kijkt reikhalzend vooruit. Spoetnik en Atomium maken ruimte. Laika blaft. Jerry Lee Lewis rockt. Alles wordt beter. AOW kondigt de verzorgingsstaat aan. De verandering heeft in 1957 de toekomst.

Foto 1: Het Atomium op de Wereldtentoonstelling te Brussel, 1957-1958

Foto 2: Circus Balay, Berlijn, 1957