Lata Mangeshkar in Dil Bhi Tera Hum Bhi Tere (1960). Met scooter

De stem van de ster van de Indiase filmmuziek Lata Mangeshkar flonkert in dit fragment van de Hindi-film uit 1960 ‘Dil Bhi Tera Hum Bhi Tere’. Van regisseur Arjun Hingorani en muziek van Anandji Veerji Shah en Kalyanji Veerji Shah. De song ‘Ye Wada Kare Jahan Bhi Rahe’ swingt alle kanten uit boven het acteren van Kumkum en Dharmendra dat wonderlijk vervreemdend ongelijk oploopt met de muziek die klinkt als een klok.

Het tijdsbeeld ontroert. Dat van een Italiaanse neo-realistische film uit 1950 die in 1960 in India is geland. Inclusief het icoon van een Vespa scooter die vrijheid symboliseert. Het had ook Brazilië of Mexico kunnen zijn. Maar de muziek maakt het India. Een stukje ‘Indian Holiday’ in 1960.

debut582

Foto: Kumkum en Dharmendra (rechts) in Dil Bhi Tera Hum Bhi Tere uit 1960. 

Johnny Staccato: 1959-1960

Johnny Staccato is John Cassavetes. Maar Johnny Staccato is ook een detective serie van NBC die in het seizoen 1959-1960 uitgezonden werd. Met succes. Johnny Staccato is een jazz-pianist in New York die bijklust als detective. John Cassavetes is de ultieme tough guy die zich kracht aanmeet en finesse suggereert. Het thema is van Elmer Bernstein.

Johnny Staccato is Film Noir. Vleugje avant-garde en beatnik met taaie straatwijsheid aangelengd. In het jaar van Michelangelo Antonioni’s L’Avventura die onder scherpe schaduwen de eenzaamheid verbeeldt. Waar mensen verdwijnen alsof het niks is. Zoals Johnny Staccato blijvend in de nacht van 1960 verdwijnt en blue notes hem begeleiden.

Staccato swingt dankzij het hollen en stilstaan van componist Elmer Bernstein. Onheilspellend toont het mysterie. Niet mis te verstaan ontrolt zich de soundtrack. Dubbelop. Vet en cool van romantiek. Zo stemmig.

beatniks

Foto: Still uit Johnny Staccato met John Cassavetes als pianist.

Johnny Cash and the Tennessee Two on THP: 1958-1959

In 1960 ontstaat de Tennessee Three. Voor die tijd vormen Marshall Grant en Luther Perkins de Tennessee Two. Een kwestie van optellen. De karakteristieke boom-chicka-boom van Luthers elektrische gitaar legt een bodem onder de muziek van Johnny Cash. Optreden maakt deel uit van de Town Hall Party show op 15 november 1958 in Los Angeles:

I keep a close watch on this heart of mine.
I keep my eyes wide open all the time.
I keep the ends out for the tie that binds.
Because you’re mine, I walk the line.

I find it very, very easy to be true.
I find myself alone when each day is through.
Yes, I’ll admit that I’m a fool for you.
Because you’re mine, I walk the line.

Town Hall Party was een radio en television show met country music die van 1951 tot 1961 werd uitgezonden. Door het tijdsverschil tussen de Oost- en de Westkust werd het programma opgenomen en is veel beeldmateriaal bewaard gebleven. Evenals I Walk The Line is Folsom Prison Blues een eigen nummer van Cash. Het combineert de genres van de train song en de prison song. In eenvoud dendert het door.

Foto: Luther Perkins, Johnny Cash en Marshall Grant (v.l.n.r.), 1955

E van Eclips

De vorm van de vijfde letter ontstaat uit een getralied venster of hek. Als een stom kwakende eend waggelt de e door ons alfabet. Existentie en voorkomen. Verduistering van een hemellichaam is een eclips. Het verdwijnt. Michelangelo Antonioni (1912-2007) laat in 1962 in L’Eclisse het verhaal uit de film verdwijnen. Eliminatie door uitbenen.

Bij een eclips worden zon of maan verslonden door een monster. Vogels worden stil. Een totale maansverduistering is er op 13 maart 1960. In Florence voelt Antonioni gevoelens tot stilstand komen. Dat inzicht levert het idee voor een film. Kwakwaka’wakw dansen op 13 november 1914 rond een rokend vuur. Opdat het hemellichaam de maan uitspuugt.

Foto 1: Alain Delon en Monica Vitti in L’Eclisse van Michelangelo Antonioni. Credits 1962 Cineriz

Foto 2: Edward S. CurtisVerschillende Kwakiutl mensen dansen in een cirkel rond een rokend vuur, in een poging om een hemelwezen, van wie zij geloven dat het de maan doorslikte, te laten niezen zodat het de maan uitspuugt. 13 november 1914.

Mina als Queen of Screamers (1959)

Mina Mazzini (1940- ) zingt in de quizshow Il Musichiere van de RAI op 4 april 1959. De Muzikanten wordt geregisseerd door Antonello Falqui en gepresenteerd door Mario Riva. Uitgezonden van 7 december 1957 tot 7 mei 1960. Mina zingt Nessuno. Niemand, zelfs het lot zal de eeuwige liefde verbreken. Wie weet. Tot 1961 schreeuwt de Tigre di Cremona met krachtige stem in rock-‘n-roll-stijl. Daarna past ze zich aan.

Mina’s eerste hit is Tintarella di Luna uit 1960.s Nachts ‘manen’ op het dak om een wit kleurtje te krijgen is anders dan zonnen op het strand.

Tintarella di luna,
tintarella color latte
tutta notte sopra il tetto
sopra al tetto come i gatti
e se c’e’ la luna piena
tu diventi candida.
E se c’e’ la luna piena
tu diventi candida.
E se c’e’ la luna piena
tu diventi candida, candida, candida!

Foto 1: Mina en oprichter van de Happy Boys Nino Donzelli (1958)

Foto 2: Mina, hoes van Tintarella Di Luna (1959-1960)

Kunst van het Vallen: Bas Jan Ader en Asimo

Vallen is een kunst. Dat weet ik omdat ik met een gekneusde enkel aan huis gebonden ben. Ik viel verkeerd. Traplopen is een expeditie. Dat weet robot Asimo van Honda. Het mooist valt Bas Jan Ader in 1971. Met zijn minimalistische herinnering aan de Sprong in de Leegte uit 1960 van Yves Klein. Bas Jan Ader die in 1975 voorgoed in de leegte verdwijnt.

Struikelen is stotteren als vallen spreken is. Het Engelse ‘Stumbling‘ verbeeldt het gestrompel. De elegantie van het vallen door Yves Klein en Bas Jan Ader maakt jaloers. Hun val is kunst. Zonder verstuikte enkel.

Foto: Bas Jan Ader valt voor de vuurtoren van het Zeeuwse Westkapelle, 1971

Muddy Waters and his Mojo Working (1960)

Ann Cole (1924-) is haar tijd vooruit. In 1956 neemt ze ‘Got My Mojo Working‘ van Preston Foster op. Muddy Waters (1913-1983) wordt er vanaf 1957 bekend mee. Wegens auteursrechten spreekt in 1973 de rechter uit dat Foster de song schreef. Mojo is een verzamelnaam voor een talisman die aan de bezitter kracht geeft. Zoals een konijnenpoot die geluk zou brengen. Het kan macht geven of kwaad afweren.

Muddy neemt in een set op het Newport Jazzfestival At Newport 1960 op. Met Otis Spann (p, vcl), Pat Hare (g), James Cotton (harmonica), Andrew Stevens (b) en Francis Clay (dr). De Blues komt live naar de stad.

Got my mojo working, but it just won’t work on you
Got my mojo working, but it just won’t work on you
I wanna love you so bad till I don’t know what to do

I’m going down to Louisiana to get me a mojo hand
I’m going down to Louisiana to get me a mojo hand
I’m gonna have all you women right here at my command

Got my mojo working, but it just won’t work on you
Got my mojo working, but it just won’t work on you
I wanna love you so bad till I don’t know what to do

Foto: Albumhoes Muddy Waters At Newport 1960

No Problem (1959)

In de trailer van Les liaisons dangereuses (1959) van Roger Vadim klonken Thelonious Monk’ hoekige piano en No Problem van Art Blakey. De soundtrack past bij Ascenseur pour l’échafaud (1958) van Louis Malle met Miles Davis en Des femmes disparaissent (1959) van Edouard Molinaro ook met Blakey. Jazz verbeeldde de opstand tegen de orde.

In club Saint-Germain spelen op 11 juli 1959 Bud Powell (p), Clark Terry (fl), Pierre Michelot (b), Barney Wilen (ts) en Kenny Clarke (d) No Problem. Sim Copans leidt in. Het trio van Powell wordt met Wilen en Terry tijdelijk uitgebreid om een brede Jazz Messengers sound te krijgen.

Foto: Bud Powell

Little Darling: (1953-1957-1960)

De Rocky Fellers bestonden uit vier Philipijnse broers: Tony, Junior, Eddie en Albert Maligmat, en vader Doroteo ‘Moro’ Maligmat. De groep had in 1963 een hit met ‘Killer Joe‘. Rond 1965 was hun roem voorbij.

De Rocky Fellers zingen Little Darlin’ in de Dinah Shore Chevy Show in 1960. Behoorlijk ‘over the top‘. Ook The Diamonds uit Canada worstelen met de overgang van doo-wop naar rock. Via calypso.

Eye, yi-eye-eye-eye
Yi-eye-eye-eye
Ya-ya-ya-ahh

Little darlin’, oh, little darlin’
Oh-oh-oh where a-are you?
My love-a, I was wrong-a
To-oo try to lo-ove two
A-hoopa, a-hoopa, hoopa
Kno-ow well-a that my love-a
Wa-as just fo-or you, oh only you

My darlin’, I need you
To call my own and never do wrong
To hold in mine your little hand
I’ll know too soon that all is so grand
Please, hold my hand

De mooiste versie is van The Gladiolas, de latere The Zodiacs. Little Darlin’ wordt in 1953 geschreven door Maurice Williams. Ya-ya-ya-ahh.

Foto: The Rocky Fellers omstreeks 1963

Framboise: Charles Aznavour en Boby Lapointe (1960)

In Tirez sur le Pianiste van François Truffaut (1932-1984) is Charles Aznavour de pianist in een tingeltangel op wie geschoten wordt. Boby Lapointe (1922-1972) is een kruising van Bourvil, Edward Lear en Seth Gaaikema. Truffaut kende hem van Le Cheval d’OrFramboise werd ondertiteld omdat producent Pierre Braunberger er geen touw aan vast kon knopen. Dienster Françoise wordt Framboise genoemd. That’s it.

Elle s’appelait Françoise,
Mais on l’appelait Framboise !
Une idée de l’adjudant
Qui en avait très peu, pourtant,
(Des idées)…

Elle nous servait à boire
Dans un bled du Maine-et-Loire;
Mais c’n’était pas Madelon
Elle avait un autre nom,
Et puis d’abord pas question
De lui prendre le menton…
D’ailleurs elle était d’Antib’s !

Quelle avanie !
Avanie et Framboise
Sont les mamelles du Destin !

Tirez sur le Pianiste is geen onderdeel van Truffauts Antoine Doinel-cyclus (1959-1970) met een opgroeiende Jean-Pierre Léaud. Don Allen noemt het zelfs een ‘offbeat masterpiece‘ met vermenging van genres. Truffaut vond het een mislukte film omdat-ie niks aan de kassa deed.

Foto: Filmposter van Tirez sur le Pianiste of Schiet op de Pianist (1960) van François Truffaut met Charles Aznavour als Charlie Kohler/ Edouard Saroyan