Blast of Silence: 1961

Frank Bono komt naar New York om een maffialeider te doden. Manhattan, 1961. Lange schaduwen, een levendige, gejaagde stad volop leegheid. Het is kerstmis. De dood loert om de hoek. Dat wordt een film noir, nog zwarter en cynischer dan anders. Blast of Silence is een zo nu en dan vergeten meesterwerk van Allen Baron met een jazzy score van Meyer Kupferman. Vergeten meesterwerken vormen de aparte categorie van ‘net niet‘. Van minor poets van de cinema. Ook dat past het thema.

blastOfSilenceTree

De ‘Face in the Crowd‘ van Bono is de stijlfiguur om tegenstellingen aan te dikken. De uitgesloten eenling draagt manmoedig het zelfgekozen lot. Zo lijkt het. Maar de kijker weet beter. Precies in het jaar dat op het scharnierpunt naar de moderne tijd de vervreemding de film overstroomt: Antonioni. De gemeenschap aanvaardt zo’n rol niet en straft Bono met de dood. Eeuwige stilte. In beelden en geluiden leeft de tijdscapsule voort.

Foto: Allen Baron als Frank Bono in Blast of Silence (1961)

Le Petit Bal Perdu: Bourvil

Opperste melancholie van de Franse komische acteur Bourvil. Naïef en droog, niet per se humoristisch. Een kleinood uit 1961 van componist Gaby Verlor en tekstdichter Robert Nyel. Over een hopeloze verliefdheid, vlak na de oorlog. Van een klein bal waarvan de naam vergeten is. Twee geliefden verliezen zich in elkaar. Intens gelukkig. Als de accordeonist ophoudt met spelen, stopt de betovering. De avond valt. Ook over hun leven. Moeten ze terug naar de regelmaat? Is de zanger de man die nog steeds terugverlangt naar 1945? Mogelijk. Meer weemoed bestaat niet. Tegen het huilen aan. Over het voorbijgaan van het leven. Tristesse.

62b6d8f816862b51b8065cd3e0c23896.wix_mp_1024

C’était tout juste après la guerre,
Dans un p’tit bal qu’avait souffert.
Sur une piste de misère,
Y’en avait deux, à découvert.
Parmi les gravats ils dansaient
Dans ce p’tit bal qui s’appelait…
Qui s’appelait… qui s’appelait… qui s’appelait…

Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est de ces amoureux 
Qui ne regardaient rien autour d’eux. 
Y’avait tant d’insouciance 
Dans leurs gestes émus, 
Alors quelle importance
Le nom du bal perdu ?
Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu
Ce dont je me souviens c’est qu’ils étaient heureux 
Les yeux au fond des yeux
Et c’était bien…
Et c’était bien…

Ils buvaient dans le même verre,
Toujours sans se quitter des yeux.
Ils faisaient la même prière,
D’être toujours, toujours heureux.
Parmi les gravats ils souriaient 
Dans ce p’tit bal qui s’appelait… 
Qui s’appelait… qui s’appelait… qui s’appelait…

Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est de ces amoureux 
Qui ne regardaient rien autour d’eux. 
Y’avait tant d’insouciance 
Dans leurs gestes émus, 
Alors quelle importance
Le nom du bal perdu ?
Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu
Ce dont je me souviens c’est qu’ils étaient heureux 
Les yeux au fond des yeux
Et c’était bien…
Et c’était bien…

Et puis quand l’accordéoniste 
S’est arrêté, ils sont partis. 
Le soir tombait dessus la piste, 
Sur les gravats et sur ma vie. 
Il était redev’nu tout triste 
Ce petit bal qui s’appelait, 
Qui s’appelait… qui s’appelait… qui s’appelait… 

Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est de ces amoureux 
Qui ne regardaient rien autour d’eux. 
Y’avait tant de lumière,
Avec eux dans la rue, 
Alors la belle affaire 
Le nom du bal perdu. 
Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est qu’on était heureux 
Les yeux au fond des yeux.
Et c’était bien… 
Et c’était bien.

Foto: Bourvil met Jayne Mansfield bij een presentatie van Jacques Tati’s ‘Mon Oncle‘, 1958.

Vladimir Nabokov door Carl Mydans: 1958

Vladimir Nabokov (1899-1977) was een invloedrijke Russische schrijver. Met zijn familie vluchtte hij voor de communisten en woonde in Berlijn en Parijs. In 1940 emigreerde hij naar de VS om daar in 1961 weer te vertrekken. Met zijn vrouw Véra trok hij in het Montreux Palace Hotel.

Bekend is Nabokov door zijn roman Lolita (1955) dat een schandaal en een succes wordt. Geen enkele gerenommeerde uitgeverij wilde het uitgeven zodat Nabokov bij de marginale Olympia Press in Parijs van Maurice Girodias uitkomt. Stanley Kubrick maakt er in 1962 een film van.

Nabokov voorzag tijdens zijn Amerikaanse jaren in zijn onderhoud door literatuur te geven op universiteiten. Hij woont vanaf 1953 in Ithaca, New York waar fotojournalist Carl Mydans hem in 1958 fotografeert. Nabokov werkt met systeemkaarten in zijn auto dat zijn kantoor is. Op weg naar een volgende bestemming. Om aan de analyse te ontkomen.

Foto 1, 2 en 3: Carl Mydans, Vladimir Nabokov in car, Ithaca, 1958

Foto 4: James Mason als Humbert Humbert en Sue Lyon als Dolores Haze in Lolita (1962) van Stanley Kubrick

The Spotnicks 1962-1963

In 1954 filmt Nicholas Ray Johnny Guitar. Samen met Victor Young schrijft Peggy Lee de titelsong, die ze ook zingt. Dat doet ze dat jaar op televisie over. In 1962 maken The Spotnicks een instrumentele versie.

The Spotnicks is een Zweedse gitaarrockgroep uit Göteborg in de stijl van The Shadows of The Ventures. In 1961 ontlenen ze hun naam aan de Russische spoetnik. Ruimtepakken wordt hun truc. In de helmen is electronica ingebouwd. Tot 1963 bestaat de groep uit Bo Winberg (lead), Bob Lander (slag), Björn Thelin (bas) en Ove Johansson (drum).

Rocket Man is gebaseerd op het Russische Polyushko-polye dat het Rode Leger verheerlijkt. Albert Raisner kondigt in 1963 The Spotnicks aan die in Lyon voor de Franse TV zijn nummer The Last Space Train (Dernier Train de l’Espace) spelen. In 1974 zet ABBA het Zweedse succes voort.

Foto: Franse hoes van The Spotnicks, 1963

Makkers Staakt Uw Wild Geraas (1960)

Makkers Staakt Uw Wild Geraas (1960) van Fons Rademakers won de Zilveren Beer op het Festival van Berlijn. Het speelt op de vooravond van Sinterklaas. De sfeer in Amsterdam is doortrokken van het komende heerlijke avondje. Tegen die achtergrond spelen de problemen van drie gezinnen. Een dramatisch contrast met de zeurende verwachting.

Toen leek het alsof er fors werd ingekocht. Maar de voorspoed ligt in 1960 nog om de hoek. Slenteren en kijken horen erbij en kosten niks. Etalages tonen wat jongetjes willen: treinen, kraanwagens en autootjes. Volwassen spelen graag mee. Die grote kinderen als ze uitgeraasd zijn.

Foto 1: ‘Enorme drukte in de Kalverstraat t.g.v. de koopavonden voor St. Nicolaas‘, 2 december 1960

Foto 2: DVD van ‘Makkers Staakt Uw Wild Geraas’ van Fons Rademakers, 1960

Foto 3: ‘Sint Nicolaas etalages in Amsterdam. Kinderen kijken naar de etalages‘, 22 november 1961

Tijdsbeeld van Slim Aarons is niet schraal

Het is 1952. Marilyn Monroe sorteert thuis haar fanmail en zet haar beste beentje voor. Zo lijkt het. In passende kledij vol kant. Haar eerste hoofdrol in Niagara die haar lanceert als sexsymbool moet nog komen. Toch weet celebrity-fotograaf Slim Aarons (1916-2006) haar al te vinden.

Het is 1961. Een zwembad op het dak in Athene. Badmuts van de omkijkende vrouw is afgestemd op haar roomkleurige badpak. Het natuursteen op de schoorsteen doet denken aan strakke designhuizen in de bossen. Helemaal 1961. De van champagne nippende vrouw met rode hoed staart in het Colony Hotel te Palm Beach naar een modeshow.

Foto 1: Fanmail, 1952. Marilyn Monroe. Copyright Slim Aarons

Foto 2: Penthouse Pool, 1961, Athene. Copyright Slim Aarons

Foto 3: Leisure and Fashion, 1961, Florida. Copyright Slim Aarons

Spycatcher Oreste Pinto

Wie Mata Hari is weten we. Exotische domheid, zoiets. Maar haar rationele tegenvoeter luitenant-kolonel Oreste Pinto is weggezakt uit het collectieve geheugen. Toch noemde generaal Eisenhower hem the greatest living authority on security. Of expert. Bronnen haperen. Waar is de herinnering aan Pinto gebleven? Deze maand is-ie 50 jaar dood.

Begin jaren ’50 schreef Pinto Spycatcher en Friend or Foe over zijn leven als contra-spion. YouTube laat het afweten op zoek naar fragmenten met Bernard Archard in BBC’s Spycatcher (1959-1961) of de Nederlandse bewerking De Fuik (1962-63) met de magere Frits Butzelaar.

Mogelijke verklaring is dat Pinto beschuldigd werd van ijdelheid en fraude. Zijn Sherlockiaanse methode van deductie lijkt op die van een andere zo goed als vergeten bekende Nederlander. Namelijk Robert van Gulik met zijn Rechter Tie/Judge Dee-boeken. Succes is in Nederland soms de snelste weg naar onbekendheid. Tenzij men Mata Hari heet.

Foto 1: Boekomslag Oreste Pinto Spycatcher 2, Four Square Books, 1960

Foto 2: Kolonel Oreste Pinto (1889-1961), Nederlandse contraspionage officier

Foto 3. Boekomslag Oreste Pinto Spy Catcher, Berkley G-67, 1957

Reconstructie: Nurnberg 1961

Nürnberg 1961. De Nürnberger Nachrichten presenteert het verleden van dag tot dag. Zoals kranten doen. De tentoonstelling Wiederaufbau und Wirtschaftswunder doet hetzelfde. In welke stijl werden beschadigde steden herbouwd, origineel of modern? Men vond een mix in de herbouw van beeldbepalende monumenten en nieuwbouw van de rest.

Transparantie als symbool voor het Wirtschaftswunder. Het Duitse wonder wordt in 1979 door Rainer Werner Fassbinder gekarakteriseerd in Die Ehe der Maria Braun. Wat blijft staan dient het historisch geheugen van de bewoners. Münster koos voor oudbouw net als Leuven na de Eerste Wereldoorlog. Het geeft deze steden een toeristische voorsprong. Een terug in de tijd die niet echt is, maar echt lijkt. Dat voldoet.

Op 18 april 1961 schijnt de zon. Fremden brengen jaarlijks 35 miljoen D-Mark in het laatje. In een tijd die televisies verloot. Welvaart wordt opgebouwd en men voelt dat een weg naar boven is ingezet. Oorlog en woningnood zijn voorbij. De rondrit toont nieuwe dynamiek en is de introductie in het moderne leven. Zonder hoedjes in het hoedennet.

Foto: Stadsrondrit per bus langs de Weinstadel, Bezoekers besteden er 35 miljoen, 18 april 1961

Jazz en Film: The Connection

De liner notes van Ira Gitler bij het Blue Note album the music from The Connection vertellen een gelaagd verhaal. Junkies wachten in een New York appartement op de connection met drugs. Musici zijn acteurs in een toneelstuk uit 1959 van Jack Gelber in The Living Theatre. Pianist Freddie Redd componeert de muziek en wordt de Kurt Weill voor Gelber.

Altsaxofonist Jackie McLean doet ook mee . Zijn rol wordt groter omdat-ie goed acteert. Net als Dexter Gordon die de rol in Los Angeles speelt en in 1986 excelleert in ‘Round MidnightTheme for Sister Salvation laat niet los. Een mars met een droeve ballad als middenstuk.

In 1961 verfilmt Shirley Clark The Connection en geeft het stuk een nieuwe laag: iedereen is zijn eigen connection. Censuur vertraagt de distributie met anderhalf jaar. Ze filmt in 1985 Ornette Coleman – Made in America. Het stuk van Jack Gelber wordt in 2008 na 50 jaar opnieuw gespeeld. Met Jackie McLean’s zoon René in de rol van zijn vader.

Foto: Shirley Clark op de set van The Connection in 1961.

Jongens en meisjes, pas op

De homosexueel kan normaal lijken, dus pas op. Deze bewerking van de film Boys Beware! uit 1961 werd geproduceerd door Sid Davis in Inglewood, California. Met medewerking van de plaatselijke politie. In Girls Beware werden datzelfde jaar meisjes gewaarschuwd.

Zo’n film was blijkbaar een gat in de markt. Vrijheid is immers gewoon een woord voor niets te verliezen, zong Janis Joplin pas in 1971 in Me and Bobby McGee. Voor die tijd werd een vijandbeeld van communisten, homosexuelen of druggebruikers in stand gehouden: What Jimmy didn’t know was that Ralph was sick — a sickness that was not visible like smallpox, but no less dangerous and contagious–a sickness of the mind. You see, Ralph was a homosexual: a person who demands an intimate relationship with members of their own sex.

Met hun verkleedpartijen vormen Barbie en Ken de ultieme afspraak. In hun steriliteit hadden de poppen geen waarschuwing nodig. Ook 50 jaar geleden hield de strijd tussen de sexen meer aandacht vast.