The Outer Limits (1963-1965)

The Outer Limits is een TV-serie die van 1963 tot 1965 werd uitgezonden. De voorloper van Star Trek. Het was het tijdperk van the New Frontier, een begrip dat in 1960 door president Kennedy in zijn aanvaardingstoespraak werd gemunt. Het luidde een tijdperk van hoopvolle verwachtingen in. Van de Maan tot mensenrechten, van welzijn tot werkgelegenheid en vrouwenrechten. Space was voor even hot.

207151main_vonbraun-kennedy

Wat blijft zijn de uiterlijkheden. Maar heeft de verkenning van het nieuwe grensgebied de nieuwe generatie veranderd? Gestempeld, ofwel geprägd? Van alles begon te schuiven. De seksuele moraal, de vermenging van rassen of het niet meer vanzelfsprekend aanvaarden van het gezag. Grenzen werden overschreden. Zien kunnen we het niet meer.

Het kan niet anders. In de iconografie van het recente verleden domineren vaststaande beelden de ideeëngeschiedenis. Wat van binnen zit is minder zichtbaar dan wat we nu met een vingerknop terughalen. Grenzen zijn lijnen in de tijd die vervagen omdat de herinnering stopt.

Foto: President John F. Kennedy en Wernher von Braun, 1963.

Advertenties

Martha & The Vandellas: Nowhere To Run in Detroit

Martha & The Vandellas weten in 1965 niet waarheen te vluchten. Of zich te verbergen. Dus dansen ze in de openbaarheid. In een autofabriek in Detroit waar de Ford Mustang wordt gemaakt. De cabriolet met open kap rolt van de band. Motown Sound in Motor City. Bijna 50 jaar later allebei uit de tijd. Meer dan terloops wordt het productieproces getoond.

Martha_and_the_Vandellas_1965

Nowhere To Run wordt in 1965 het meest succesvolle nummer van Martha & The Vandellas. Geschreven door team Holland-Dozier-Holland dat tot 1967 volop hits voor het label Motown schrijft. Totdat een geschil daaraan een eind maakt. Vluchten kan niet meer. Liefde is onherroepelijk:

Nowhere to run, baby nowhere to hide
Got nowhere to run, baby nowhere to hide

I know you’re no good for me
But free of you, I’ll never be
How can I fight a lover that’s sugar sweet
When it’s so deep, so deep, deep inside of me

My love reaches so high, you can’t get over it
So wide, you can’t get around, no

4489989705_d7af1d2195_z

Leadzangeres Martha Reeves, Rosalind Ashford en Betty Kelley kleuren in 1965 roze. De soul houdt het simpel. Motown plakte op Detroit dat er nu aan schilfers bijhangt. Kleur is geschiedenis. En de Mustang? Die roept associaties op om afstand te nemen van Detroit. Al in 1965.

Foto 1: Foto uit Billboard van Martha & The Vandellas, 17 april 1965.

Foto 2: Marthe & The Vandellas, Hoes ‘Dance Party‘ met ‘Nowhere To Run‘. Tamla Motown LP.  1965.

The Toys: Lovers Concerto (1965)

Girl group The Toys zingt in 1965 in HullabalooA Lover’s Concerto‘. Het wordt op 25 oktober uitgezonden. Petula Clark is gastvrouw. Met Barbara Parritt, June Montiero en Barbara Harris als leadzanger. Ze komen uit het New Yorkse Jamaica, het voormalige Rustdorp. Sandy Linzer en Denny Randell schrijven ‘Concerto‘. Een fijnzinnig nummer.

How gentle is the rain
That falls softly on the meadow,
Birds high up the trees
Serenade the clouds with their melodies

Oh, see there beyond the hill,
The bright colors of the rainbow.
Some magic from above
Made this day for us just to fall in love

tumblr_m9ya50vrCQ1rwqm4so1_1280

Concerto‘ is gebaseerd op Menuet in G major dat aan J.S. Bach werd toegeschreven, maar waarschijnlijk van Christian Petzold is. De Swingle Sisters gaven begin jaren ’60 het voorbeeld met hun bewerkingen van klassiek muziek. Ontlenen werkt. Ton Koopman speelt het origineel:

Foto: The Toys, What Baby Dolls in Teen Life, mei 1966.

The Supremes: I Hear A Symphony (1965)

The Supremes Florence Ballard, Mary Wilson en ‘leider’ Diana Ross zingen in 1965 hun nummer 1 hit I Hear a Symphony. Motown’s topteam Holland-Dozier-Holland schrijft het. Het optreden met strings in Hullabaloo van 18 oktober wekt de suggestie dat de muziek complex is dan ooit. En verwijst naar de titel. Maar het orkest speelt nauwelijks. De formule lijkt op het publiek van Where Did Our Love Go dat dient als opvulling. Het tweede optreden is in de Mike Douglas Show van 3 november 1965.

You’ve given me a true love
and every day I thank you love
For a feeling that’s so new
So inviting, so exciting

Whenever you’re near
I hear a symphony
A tender melody
Pulling me closer
Closer to your arms

Then suddenly, I hear a symphony
Ooh, your lips are touching mine
A feeling so divine
‘Till I leave the past behind
I’m lost in a world
Made for you and me

Whenever you’re near
I hear a symphony
Play sweet and tenderly
Every time your lips meet mine now baby

Leadzangeres Diana Ross wordt door fans verketterd omdat ze een kreng zou zijn. En Motown-baas Berry Gordy had versierd. Popsongs zingen kan ze. Billie Holiday is ze niet, maar Diana Ross voldoet. Hear.

Foto: Hoes I Hear A Symphony

Afbeelding van een verongelukte auto: L. H. Hofland (1965-68)

De Utrechtse fotograaf L.H. Hofland (1909-1987) begon in 1927 met fotograferen en werkte daarna bijna 45 jaar als persfotograaf, waarvan 43 jaar in Utrecht. Afwisselend als vaste fotograaf voor verschillende Utrechtse kranten en als freelance fotojournalist. In 1973 verwierf Het Utrechts Archief zijn gehele negatievencollectie. In 2010 kreeg Hofland een tentoonstelling ‘Utrecht in de jaren ’60. Zoals dat heet: ’n tijdsbeeld.

Verongelukte auto’s verdienen in de jaren ’60 in Utrecht een foto. Een serveerster ramt op 27 juni 1966 de gevel van de Nachtegaalstraat 40. En op 6 juli 1965 staat een verongelukte auto op de Catharijnesingel/ Amsterdamsestraatweg. De Daf met het nummerbord ‘37-96-EG‘ op 3 oktober 1968 geeft het meest trieste plaatje. De krant zegt: ‘Dr. E. van der Schoot na aanrijding overleden: Ernstig ongeluk op rijksweg 22.

Collega-fotograaf R. Troost legt Hofland in 1972 vast. Ofwel: Fotopersbureau Hofland. Met zijn Linhof Technika loopbodemcamera.

Foto 1: L.H. Hofland, Afbeelding van een verongelukte auto op de Rijksweg 22 te Utrecht, ter hoogte van de Tamboersdijk, 1968. Credits Utrechts Archief

Foto 2: L.H. Hofland, Afbeelding van een verongelukte auto tegen de voorgevel van het huis Nachtegaalstraat 40 te Utrecht, 1966. Credits Utrechts Archief.

Foto 3: L. H. Hofland, Afbeelding van een verongelukte auto op de Catharijnesingel / Amsterdamsestraatweg te Utrecht, ter hoogte van de kruising met de Leeuwstraat, 1965. Credits Utrechts Archief

Foto 4: R. Troost, Portret van de Utrechtse fotograaf L.H. Hofland (1909-1987) met zijn Linhof Technika loopbodemcamera.

The Honeycombs: Have I the Right? (1965)

De Noord-Londense The Honeycombs bestaan van 1963 tot 1967. De honingraten hebben een hit: Have I the Right? Honey Langtree is de vrouwelijke drummer die prikkend drumt. Bijzonder genoeg om te vermelden. Slag-, klap- en stampwerk staat centraal. Denis D’Ell ofwel Denis Dalziel sprint zingend naar het einde van dit snelle nummer.

Have I the right to hold you?
You know I’ve always told you
That we must never ever part.
No no no no no no

Have I the right to kiss you?
You know I’ll always miss you.
I’ve loved you from the very start.

Come right back I just can’t bear it
I’ve got this love and I long to share it
Come right back I’ll show my love is strong.
Oh yeah yeah

Punkband The Dead Kennedys zetten in 1979 Have I the Right? van Ken Howard en Alan Blaikley op het album Live at the The Deaf Club. Hun altijd gejaagde tempo verschilt niet eens zoveel van dat van The Honeycombs. Prettig gestoord als het ware. Muziek die blij bijblijft.

Foto: Platenhoes van ‘Have I The Right ‘ door The Honeycombs, 1964

Tragische held: Otis Redding

Otis Redding (1942-1967) is de King of Soul. Nog steeds. Een titel die hij deelt met James Brown en Sam Cooke. Op 10 december 1967 komt-ie om bij een vliegtuigongeluk in Lake Monona, Wisconsin. Samen met vier leden van zijn begeleidingsband de The Bar-Kays. De VS rouwt.

Otis schrijft de meeste nummers zelf, maar zijn My Girl is een bewerking van de nummer 1 hit van The Temptations uit 1965:

I’ve got sunshine on a cloudy day.
When it’s cold outside I’ve got the month of May.
I guess you’d say
What can make me feel this way?
My girl (my girl, my girl)
Talkin’ ‘bout my girl (my girl).

I’ve got so much honey the bees envy me.
I’ve got a sweeter song than the birds in the trees.
I guess you’d say
What can make me feel this way?
My girl (my girl, my girl)
Talkin’ ‘bout my girl (my girl).

Otis krachtige en open manier van zingen maakt de nummers door zijn passie geloofwaardig en hem tot een icoon. Zijn grootste hit (Sittin’ on) The Dock of The Bay komt uit na zijn dood en is de eerste postume nummer 1 hit. Otis vertolkt stijlvol de Memphis Soul van het label Stax. De beat van de drum is hard en door het ritme goed dansbaar. De elektriserende zwoelheid spreekt vooral de emotie aan. Royal Funk.

Polly Maggoo en William Klein (1966)

De in Frankrijk wonende Amerikaanse fotograaf en regisseur William Klein (1928) draait in 1965 Qui êtes-vous, Polly Maggoo? Een satire op de modewereld. Zijn tijd als fotograaf bij Vogue inspireert hem. Dorothy McGowan is Polly Maggoo. Onderwerp van een film in de film die vraagt wie ze is. Qui êtes-vous? Wat zit er achter het masker aan de buitenkant?

Vrolijk maakt Klein de pracht van de modewereld belachelijk. Normaal is niet normaal. Maar wat niet normaal is kan toch normaal zijn. Ernst is scherts. De spanningsboog van William Klein bestaat uit onzin die de marges van onze acceptatie probeert op te rekken. Dat is het.

Foto: Dorothy McGowan en Jean Rochefort in Qui êtes-vous, Polly Maggoo? van William Klein, 1966

Wes Montgomery in Holland (1965)

Wes Montgomery (1923-1968) geeft les. Op 2 april 1965 in een televisiestudio. Aan Pim Jacobs (p), Ruud Jacobs (b) en Han Bennink (dr). Ze spelen voor de VPRO Nica’s Dream (1954) van Horace Silver. Een song geïnspireerd door barones Pannonica de Koenigswarter aan wie Thelonious Monk en Charlie Parker zoveel te danken hadden.

The End of A Love Affair van Edward Redding neemt Billie Holiday in 1958 op voor haar voorlaatste album Lady in Satin. Montgomery speelt het technisch onnavolgbaar en zijn noten volgen helder de woorden.

So I walk a little too fast and I drive a little too fast
And I’m reckless it’s true, but what else can you do at the
end of a love affair?

So I talk a little too much, and I laugh a little too much
And my voice is too loud, when I’m out in a crowd
So that people are apt to stare

Do they know, do they care, that it’s only that I’m lonely
and low as can be?
And the smile on my face isn’t really a smile at all!

Foto: Pim Jacobs en Wes Montgomery repeteren op 2 april 1965

Soul of The Four Tops: (1965-66)

In 1965 scoren The Four Tops hun eerste nummer 1 hit met I Can’t Help Myself (Sugar Pie, Honey Bunch). Geschreven en geproduceerd door Motown’s topteam Holland–Dozier–Holland. Levi Stubbs (lead), Renaldo Benson (bass), Lawrence Payton en Abdul Fakir blijven tot 1997 samen.

De topjaren zijn 1964-67. In de herfst van 1965 gaat de Ed Sullivan Show over op kleur. Da’s goed te merken. The Four Tops zingen er in 1966 hun tweede nummer 1 hit: Reach Out, I’ll Be There. In gele pakken met korte pijpen. Het wordt hun bekendste nummer. They’ll be there.

Now if you feel that you can’t go on (can’t go on),
Because all of your hope is gone (all your hope is gone),
And your life is filled with much confusion (much confusion),
Until happiness is just an illusion (happiness is just an illusion),
And your world around is crumbling down, darlin’,
(Reach out) Come on girl reach on out for me,
(Reach out) Reach out for me,
I’ll be there with a love that will shelter you,
I’ll be there with a love that will see you through,

Foto: Publiciteitsfoto van The Four Tops, rond 1965. V.l.n.r.: Lawrence Albert Payton, Levi Stubbs, Abdul “Duke” Fakir en Renaldo “Obie” Benson.