Girl From Ipanema: Shepp en Getz (1964-65)

Archie Shepp neemt op 16 februari 1965 The Girl From Ipanema op. Voor het album Fire Music op Impulse. In de liner notes zegt Shepp ‘it’s a sort of a pop art and I like the tune’. Shepps solo speelt met het minieme septiemakkoord. Hij rukt de song uit elkaar en laat het swingen. Samen met onder meer Ted Curson (tp), Marion Brown (as) en Joe Chambers (dr).

Stan Getz begeleidt Astrud Gilberto met zijn kwartet in de beach party movie Get Yourself A College Girl (1964). Tom Jobim schrijft het nummer in 1963 en het wordt een wereldsucces samen met de Bossa Nova. Het is kiezen tussen de dag van Getz en de nacht van Shepp.

Tall and tan and young and lovely, the girl from Ipanema goes walking
And when she passes, each one she passes goes – ah
When she walks, she’s like a samba that swings so cool and sways so
gently
That when she passes, each one she passes goes – aah
Ooh But he watches so sadly, How can he tell her he loves her,
Yes he would give his heart gladly,
but each day when she walks to the sea,
she looks straight ahead not at him,
Tall, and tan, and young, and lovely, the girl from Ipanema goes walking
And when she passes, he smiles – but she doesn’t see 

Foto: Astrud Gilberto en Stan Getz (1964)

Film en Jazz: Mickey One (1965)

Alle saxofonisten wilden klinken als Stan Getz (1927-1991). De mooiste klank in de business. Hij was geen Earl, Count of Duke, maar ‘The Sound’. Getz bewijst het in het openingsnummer ‘Once Upon a Time‘ van Mickey One van Arthur Penn. Met meesterhand schrijft Eddie Sauter de arrangementen. In 1991 registreert Getz samen met pianist Kenny Barron met de dood in het lijf nog het uitgebeende People Time.

Mickey One is een Amerikaanse film met een Europees handschrift. Vormcitaten van Fellini en inhoudelijke ratatouille van de voorman van de Nouvelle Vague, Jean-Luc Godard blijken al uit de opening. De film peurt in de film noir, dat oer-Amerikaanse genre dat Warren Beatty als Mickey tot een Philip Marlowe maakt. Nog Amerikaanser zijn Getz en Sauter met hun muziek. De soundtrack bindt alle elementen samen.

Foto 1: Hoes met de soundtrack van Getz en Sauter van Mickey One, 1965

Foto 2: Stan Getz met drummer Joe Harris in de Kopenhaagse jazzclub Montmartre, omstreeks 1955-1960. Credits: Erik Petersen

The Beatles: A Hard Day’s Night (1964)

De eerste videoclip ooit. Richard Lester draait in 1964 A Hard Day’s Night. Een dag uit het leven van The Beatles. Ze reizen per trein van Liverpool naar Londen om in een televisieshow op te treden. Het draait om de muziek. Verwikkelingen zorgen voor gebruikelijke vertragingen.

De fans die The Beatles opjagen zijn echt. Slim gemonteerd door de film. Het heeft iets weg van een documentaire. Met een tijdsbeeld van de Swinging Sixties. Een jaar later maakt Richard Lester Help!. Deze keer in kleur. Al een stap verder van de oorsprong en op weg naar het einde.

It’s been a hard day’s night, and I’ve been working like a dog
It’s been a hard day’s night, I should be sleeping like a log
But when I get home to you I find the things that you do
Will make me feel alright

Foto: The Beatles in A Hard Day’s Night

This Strange Effect: Dave Berry en Tony Boltini (1966)

Dave Berry was populair in België en Nederland. Daar had-ie in 1965 een nummer-1 hit met This Strange Effect. Zijn image ontwikkelde zich van wollen truien en hoedjes tot zwarte handschoenen en kleding. Alvin Stardust pikte dat later op. Ik herinner me nog dat Berry op het podium een sigaret rechtzette en toezong. De ultieme vorm van Strange.

Circusdirecteur Tony Boltini engageert Berry in februari 1966 voor enkele optredens. Als publiciteitststunt showt-ie Berry in een rijdende leeuwenkooi op het museumplein. Deze keer lopen de wilde beesten buiten. De reportage haalt het avondjournaal. Jongerencultuur laat ouderen verbijsterd achter. Dat was nog maar het begin van de Sixties.

Ray Davies van The Kinks schreef This Strange Effect:
You’ve got this strange effect on me,
And I like it.
You’ve got this strange effect on me,
And I like it.
You make this world seem right,
You make my darkness bright, yes,
You’ve got this strange effect on me,
And I like it, and I like it

Foto: Dave Berry in 1965

Shoop Shoop Song: Aretha, Betty en Cher

Aretha Franklin en The Blossoms in 1965. Ze overtreffen de versie van de Shoop Shoop Song (It’s in His Kiss) uit 1964 van Betty Everett. Geschreven door Rudy Clark. Aretha is Queen of Soul en een begenadigd pianiste. Maar het is haar volle, krachtige en soepele stem die overtuigt.

Does he love me, I wanna know
How can I tell if he loves me so

(is it in his eyes) Oh no, you’ll be deceived
(is it in his eyes) Oh no, he’ll make believe
If you wanna know if he loves you so
It’s in his kiss (that’s where it is, oh yeah)

(or is it in his face) Oh no, it’s just his charm
(in his one embrace) Oh no, that’s just his arm
If you wanna know if he loves you so
It’s in his kiss (that’s where it is)
Oh oh, it’s in his kiss (that’s where it is)

Oh oh oh, kiss him and squeeze him tight
And find out what you wanna know
If it’s love, if it really is
It’s there in his kiss

In 1991 doet Cher het over en jaagt de song weer naar de top van de hitlijsten. Zo gaat het in de populaire muziek. Het nieuwe telt en niet altijd de kwaliteit. Maar de herinnering aan Aretha telt gelukkig zwaarder.

Foto: Aretha Franklin in de Columbia Records 30th Street Studio, 1960. Foto: Don Hunstein

The Star Who Came in from the Cold: Richard Burton

Een deel van het ANP-archief is sinds maart 2011 openbaar toegankelijk. Naast het unieke ANP-fotoarchief wordt ook een gedeelte van het ANP-tekstarchief uit de periode 1937-1984 toegankelijk en doorzoekbaar, aldus de in 2008 opgerichte ANP Foundation die ervoor zorgt dat het archief ontsloten wordt. Ons verleden wordt zichtbaar.

Op 25 april 1965 komen Elizabeth Taylor en Richard Burton bij Hoek van Holland ons land binnengewandeld. Liz krijgt een bos tulpen in handen gedrukt. Op Schiphol wandelt Burton de volgende dag verder. Hij maakt filmopnamen voor The Spy Who Came in from the Cold. De koude oorlog past een winderige dag. Nederlands zee- en luchttransport komt beide dagen uitgebreid in beeld. Volgens de state of the art van 1965.

Foto 1: 25 april 1965: Richard Burton en Elisabeth Taylor arriveren in Hoek van Holland per dagboot uit Harwich

Foto 2: 26 april 1965: Richard Burton op Schiphol voor filmopnamen van The Spy Who Came in from the Cold

Some Day My Prince Will Come

Disney giet zilveren Sneeuwwitje en Bill Evans maakt er goud van. De Bobby Fischer van de Jazz. Midden jaren ’50 onberispelijk begonnen en in 1980 slordig geëindigd. Maar zijn muziek is altijd sober, zelfs naakt en van zet tot zet navolgbaar zoals Billy Holiday of Frank Sinatra elke lettergreep accentueren. Woorden meanderend langs lange lijnen.

Some day my prince will come
Some day we’ll meet again
And away to his castle we’ll go
To be happy forever I know 

Some day when spring is here
We’ll find our love anew
And the birds will sing
And wedding bells will ring
Some day when my dreams come true

De opname op 19 maart 1965 voor het BBC-programma Jazz 625 valt aan het begin van Swinging London. Maar da’s andere swing. Pianist Evans speelt met bassist Chuck Israels en drummer Larry Bunker. Na dit Evans-gambiet is niets meer hetzelfde. Zelfs eeuwige Sneeuwwitje niet.

Tragische held: Krzysztof Komeda

Nóż w wodzie (Mes in het Water) dateert van 1962. De eerste lange speelfilm van Roman Polanski en de zevende voor pianist en componist Krzysztof Komeda (1931-1969). Als gevolg van een ongeluk overlijdt-ie te vroeg. In kleine kring is zijn roem gevestigd. Buiten Polen lijkt deze cult held vergeten. Of het moet voor de muziek van Rosemary’s Baby zijn.

Onder het communisme verkende Krzysztof Komeda de grenzen aan de vrijheid. Hij had het geluk dat Chroestjovs destalinisatie gelijk opging met zijn loopbaan die op het 1ste Jazzfestival van Sopot 1956 van start ging. Met een Gerry Mulligan-achtig kwintet. Of Lars Gullin? In elk geval klinkt er een echo van vrijheid die toentertijd gretig werd ontvangen.

Met Astigmatic werkt Komeda in 1965 de muziek van John Coltrane en Ornette Coleman uit. Een Europese variant die door de montage van versnellen en vervagen filmisch en energiek overkomt. Tomasz Stanko en Bernt Rosengren houden Krzysztof Komeda in de dood levend. Met een ode die wel en niet nostalgisch is: zowel eindpunt als vertrekpunt.