Dream a Little Dream of Me (1931-1969)

Mama Cass Elliot (1941-1974) gaat solo en zingt Dream a Little Dream of Me in 1970 in the Ray Stevens TV Show. De Mamas and Papas verkopen er 7 miljoen exemplaren van. Ooit begonnen als camp met een knipoog wordt het een succes. Het nummer wordt nu geassocieerd met de jaren 1968-1971, maar dateert van 1931. Met tekst van Gus Kahn.

Oudere generaties herinneren zich Kate Smith. Of in februari 1931 Ozzie Nelson. Of vier dagen later Wayne King. Of de Dorsey Brothers. Of Louis en Ella. Of Frankie Laine, Doris Day of Sylvie Vartan.

Stars shining bright above you
Night breezes seem to whisper “I love you
Birds singing in the sycamore tree
Dream a little dream of me

Just say goodnight and kiss me
Oh, hold me tight and tell me you miss me
While I’m alone and blue as can be
Dream a little dream of me

De Italiaanse bewerking die de Bulgaars-Franse yéyé zangeres Sylvie Vartan in 1969 in Doppia Coppia zingt loopt over van weemoed:

Balliamo stretti stretti
Stasera ricordiamo insieme
I giorni che han lasciato in noi
La nostalgia nel cuor

(We dansen af-gesloten
Vanavond herdenken we samen
De dagen die nog in ons zijn
De nostalgie in het hart)

Foto: Ozzie Nelson en zijn orkest

Afbeelding van een verongelukte auto: L. H. Hofland (1965-68)

De Utrechtse fotograaf L.H. Hofland (1909-1987) begon in 1927 met fotograferen en werkte daarna bijna 45 jaar als persfotograaf, waarvan 43 jaar in Utrecht. Afwisselend als vaste fotograaf voor verschillende Utrechtse kranten en als freelance fotojournalist. In 1973 verwierf Het Utrechts Archief zijn gehele negatievencollectie. In 2010 kreeg Hofland een tentoonstelling ‘Utrecht in de jaren ’60. Zoals dat heet: ’n tijdsbeeld.

Verongelukte auto’s verdienen in de jaren ’60 in Utrecht een foto. Een serveerster ramt op 27 juni 1966 de gevel van de Nachtegaalstraat 40. En op 6 juli 1965 staat een verongelukte auto op de Catharijnesingel/ Amsterdamsestraatweg. De Daf met het nummerbord ‘37-96-EG‘ op 3 oktober 1968 geeft het meest trieste plaatje. De krant zegt: ‘Dr. E. van der Schoot na aanrijding overleden: Ernstig ongeluk op rijksweg 22.

Collega-fotograaf R. Troost legt Hofland in 1972 vast. Ofwel: Fotopersbureau Hofland. Met zijn Linhof Technika loopbodemcamera.

Foto 1: L.H. Hofland, Afbeelding van een verongelukte auto op de Rijksweg 22 te Utrecht, ter hoogte van de Tamboersdijk, 1968. Credits Utrechts Archief

Foto 2: L.H. Hofland, Afbeelding van een verongelukte auto tegen de voorgevel van het huis Nachtegaalstraat 40 te Utrecht, 1966. Credits Utrechts Archief.

Foto 3: L. H. Hofland, Afbeelding van een verongelukte auto op de Catharijnesingel / Amsterdamsestraatweg te Utrecht, ter hoogte van de kruising met de Leeuwstraat, 1965. Credits Utrechts Archief

Foto 4: R. Troost, Portret van de Utrechtse fotograaf L.H. Hofland (1909-1987) met zijn Linhof Technika loopbodemcamera.

Johnny Cash: Ring of Fire

De Tennessee Three met Luther Perkins, Fluke Holland en Marshall Grant is de legendarische sound achter Johnny Cash. Het boom-chicka-boom van Luthers elektrische gitaar maakt de vroege nummers sterk. In Ring Of Fire aangevuld met twee mariachi-trompettisten. De bariton van The Man in Black is in anderhalve minuut tussen de hoge tonen klaar:

Love is a burning thing
and it makes a firery ring
bound by wild desire
I fell in to a ring of fire…

I fell in to a burning ring of fire
I went down,down,down
and the flames went higher.
And it burns,burns,burns
the ring of fire
the ring of fire.

Country, rock, gospel, blues, folk, het zit er allemaal in. Strak in het pak en strak in de maat. Tot 1968. Toen was het beste voorbij. Johnny Cash en de Tennessee Three tellen tot vier. Of tijdloos terug naar een.

Foto: Johnny Cash, 1959

Ed Kienholz gedenkt de oorlog

Onderdeel van de vaste opstelling van Museum Ludwig in Keulen is The Portable War Memorial (1968) van Ed Kienholz. Nederlanders zouden Kienholz kunnen kennen door de installatie The Beanery als het Stedelijk Museum het zou opstellen. Maar door een flinke verbouwing en het uitlopen ervan is de kroeg al jaren gesloten. De herhaaldelijke herinnering door publicist Henk Hofland dat het Stedelijk het werk niet toont grift het ontbreken ervan in ons cultureel geheugen. Het optimaliseert verlangen.

The Portable War Memorial is een gedenkteken voor de oorlog. In 1968 is de referentie naar Vietnam niet ver. Maar evenmin naar Iwo Jima. Ed Kienholz speelt met beelden in ons hoofd. Maar de hoofden onder de helmen zijn leeg. De verpakking is uniform. Wie lang kijkt ziet in de kritiek op de oorlog de gewenning eraan. Zoals altijd maakt vechten hongerig. Amerikanen nemen hot dogs mee. Want zaken gaan gewoon door. Juist tijdens oorlog. Zo’n idee is makkelijk verplaatsbaar.

Foto’s: The Portable War Memorial van Ed Kienholz in Museum Ludwig Keulen

Dubbelganger William

De double is een look-alike die lijkt maar niet is. In William Wilson verkent Edgar Allan Poe de dubbelganger die een soort tweeling is maar het niet is. Louis Malle maakt er in 1968 een film van. Een episode. Met Alain Delon in de hoofdrol. Het eindigt in de dood. Een sprong omlaag.

Aan tweelingen wordt veel toegekend. Ze representeren opposities die uiteindelijk tot een geheel worden. Complementaire functies zijn leven en dood, slecht en goed, jager en herder. Mogelijkheden te over. Tweelingen zouden speciale krachten hebben. Wie weet. In elk geval een vruchtbaar motief in de kunst. Graficus M.C. Escher tilt het een niveau hoger. Omdat het tekenende en het getekende in elkaar overlopen. Zo lijkt het.