Earl Bostic (1913-1965): Heavy op altsax

In de jaren ’70 kocht ik op het Waterlooplein een 78-toerenplaat met dit nummer. En op de andere kant Sweet Lorraine. Ik kende vaag de naam van de uitvoerder en kon mijn oren niet geloven toen ik thuis de plaat speelde. Met op vibes Gene Redd. De Wikipedia-pagina over Earl Bostic is of gekaapt door zijn nabestaanden of het vertelt de waarheid. Namelijk dat Bostic de technisch meest begaafde altsaxofonist was die zelfs die andere meester op alt Charlie ‘Bird’ Parker de baas was. Zou het echt?

EB

Het doet Earl Bostic (1913-1965) hoe dan ook tekort om hem de scheurende sax van de R&B te noemen die ruw huilebalk (cry-baby) songs speelt. Midden in de traditie staand verbindt hij Sidney Bechet met John Coltrane. Maar het is lastig oordelen want hij zette zijn ultieme technische kunnen nooit op de plaat. Tegen die andere alt Lou Donaldson zei hij: ‘Don’t play anything you can play good on a record, because people will copy it.’ Grootspraak? In elk geval jammer. Daarom moeten we het doen met Earl Bostic zoals hij niet is. Maar da’s goed genoeg.

Advertenties

J van Jazz

J maakt in het alfabet de tien vol. Als eerste terugblik. De geniale Charlie ‘Bird’ Parker laat 50 jaar na zijn dood nog dagelijks een echo op de altsax klinken. Zijn hoorn als bocht in de tijd. The joint is jumping. Jargon, jive, jobs, juicy, jazz. Muzikanten lachen om Jim Crow, media en publiek niet. Bix Beiderbecke of Clifford Brown, Eddie Lang of Charlie Christian, Chet of Miles schitteren in zwart-wit.

In de 20ste eeuw borrelden in dranklokalen en bordelen invloeden tot muziek. De Jazz Age was geboren. In 1938 wordt amusement in Carnegie Hall tot Amerikaanse kunstvorm. George Gershwin, Duke Ellington en Charles Mingus componeren het Great American Songbook. Eind jaren ’50 sluit Tin Pan Alley vol deuntjes. Jazz is voorgoed een bocht in de tijd. Een jubileum in de spiegel.

Foto 1: Portrait of Charlie Parker, Tommy Potter, Miles Davis, Duke Jordan, and Max Roach, Three Deuces, New York, N.Y. 1947

Foto 2: Duke Ellington Orkest, circa 1940-42