Angel D’Agostino en Angel Vargas (1943)

Ángel D’Agostino (1900- 1991) was orkestleider en pianist, maar haalde niet de faam van zijn collega’s. Zijn samenwerking met Angel Vargas (1904-1959) van 1932 tot 1947 is echter legendarisch. Vargas is de ultieme orkestzanger. D’Agostino en Vargas doen niet te moeilijk en koersen rechttoe rechtaan op ritme en gevoel. Da’s genoeg en voldoet.

Midden in de gouden tijd van de tango zingt Vargas in een film. Het is 1943. Carlos Gardel is een dode concurrent en Francisco Fiorentino een levende. Met het orkest van D’Agostino beheerst-ie de vloer.

Yo soy del barrio de Tres Esquinas,
viejo baluarte de un arrabal
donde florecen como glicinas
las lindas pibas de delantal.
Donde en la noche tibia y serena
su antiguo aroma vuelca el malvón
y bajo el cielo de luna llena
duermen las chatas del corralón.

Foto: Ángel D’Agostino en zijn orkest, met zanger Angel Vargas, 1940-1950

Tragische held: Osmar Maderna

Versleten taalgebruik zegt dat Osmar Maderna (1918-1951) voorgoed woont in het huis van zijn oudjes, La Casita de mis Viejos. Half ontstolen aan de dood schildert-ie tussen radiogolven van een voorbije tijd een toon en roept ultieme nostalgie op. Onbereikbaar ver weg.

Osmar Maderna is geen lost hero. Argentinië vierde onlangs de 90ste geboortedag van deze bandleider en pianist. Als Osvaldo Pugliese de Duke Ellington van de tango was, Miguel Caló Count Basie en Aníbal Troilo Stan Kenton, dan was Osmar Maderna Frédéric Chopin. De toque sutil y casi etéreo, met een subtiel en bijna hemels touché.

Volgens Henry Miller laat een tragische held zien wat hij of zij niet is geworden, maar had kunnen zijn. Het komt niet weer, maar is nooit weg. Een tragische geld krijgt contouren door een tragisch incident. Op 33-jarige leeftijd stort Osmar Maderna door roekeloos gedrag neer met zijn vliegtuig. Zorgeloos de dood tegemoet. Sans Souci zoals het orkest van Miguel Caló speelt. Op weg naar de Sterrenregen, Lluvia de Estrellas.