Tin Tan en de Mambo (1950-1951)

Tin Tan (1915-1973) geboren als Germán Valdés was een populaire Mexicaanse muzikale komiek en acteur die speelde in meer dan 100 films. Tijdens de gouden eeuw van de Mexicaanse cinema (1936-1969) kon hij floreren. Het fragment uit El Revoltoso (1951) toont zijn timing, humor, bravoure, meesterschap en danskunst. Tin Tan is een kruising van Jackie Chan, Victor Borge, André van Duin en Los Tres Gallos Mexicanos.

garcia_cabral01_big

¡ Hu !
Sí, sí, sí, yo quiero mambo, mambo
Sí, sí, sí, yo quiero mambo, mambo
Sí, sí, sí, yo quiero mambo…¡ Hu !

De in de late jaren ’40 door Perez Prado gepopulariseerde mambo is de achtergrond van het fragment van Simbad El Mareado (1950). Om er vanaf te wijken. Prado had zich in 1949 in Mexico Stad gevestigd. Zijn ‘Yo quiero mambo’ (of Mambo no. 5) gaat over in een parodie van Noord-Amerikaanse bebop met scatzang in de uitbundige versie zoals Dizzy Gillespie die na 1945 praktiseerde in nummers als ‘A Night in Tunisia’. Al een parodie op zichzelf. Om dat te overtreffen gaat Tin Tan over de top.

Foto: Affiche van Ernesto Cabral van Simbad El Mareado (Sinbad, de Duizelige).

Advertenties

Prisoner of Love (1946-1966)

Een van de eerste zwarte popsterren is bariton Billy Eckstine (1914-1993). Zijn carrière liep gelijk op met de opkomst van de bebop in de jaren ’40. Saxofonist Charlie Parker werd eind jaren ’40 ook een superstar met z’n strings die hem opsloten in de roem. Hoewel Mr. B en Bird nog steeds worden gewaardeerd als grote musici wordt de grootte van hun roem nu niet meer begrepen. Ze moesten in een Amerika dat mindere witte talenten meer kansen bood allebei vechten tegen vooroordelen.

James Brown heeft het mede dankzij Billy Eckstine 20 jaar later makkelijker. Allebei goede bandleiders. De tijden zijn veranderd. Brown zet ‘Prisoner of Love‘ naar z’n hand en boekt zijn eerste hit. Een song uit 1931 van Russ Columbo en Clarence Gaskill met tekst van Leo Robin. Gevangen door liefde. Of in de tijd. Hoe dan ook muziek die boeit.

02_05740904

Why should I be a lone soul
Why can’t I be my own soul
Alone from night to night you’ll find me
Too weak to break the chains that bind me
I need no shackles to remind me
I’m just a prisner of love
For one comand I stand and wait now

From one who’s master of my Fate now
I can’t escape for it’s too late now
I’m just a prisoner of love
What’s the good of my caring if someone is sharing
Those arms with me
Although she has another
I can’t have another
For I’m not free
She’s in my dreams awake or sleeping
Up on my knees to her I’m creeping
My very life is in her keeping
I’m just a prisoner of love. 
Love.

Picture 9

Foto 1: Martha Holmes, Billy Eckstine wordt onder veel hilariteit aangehaald door een fan na een concert, 1949.

Foto 2: Martha Holmes, Billy Eckstine met van links naar rechts ‘pianist Bobby Tucker, golf pro Charles Sifford, agent Mike Hall, road manager Bernie Ebbins, personal manager Milton Ebbins, Mr. B, magazine writer Hal Webman & press agent Frances Stillman who surround singer Billy Eckstine (3L) under Paramount theater marquee adorned w. Eckstine’s name and picture‘. New York, 1949  [toegeschreven: 1950].

Sweet Smell of Success: 1957

Sweet Smell of Success is een meesterwerk van Alexander Meckendrick uit 1957. Journalist J.J. Hunsecker is Burt Lancaster. Martin Milner speelt Steve Dallas, een gitarist in een jazzkwintet die iets krijgt met Hunseckers zus. Deze verhindert dat en neemt daartoe Sidney Falco in de arm. Gespeeld door Tony Curtis. Hunsecker is meedogenloos.

Chico-Hamilton-Quintet1-1

Een onderschrift bij een foto omschrijft het perfect: ‘The Chico Hamilton Quintet appeared in several scenes and helped shape the film’s hip, modernistic late-1950s atmosphere‘. De sfeer van Johnny Staccato of The Connection. Trouwens meer clichésituatie, dan echte vrijheid die het suggereert. Pas rond 1959 bevrijdt de jazz zich naar vrijere vormen. De muziek liep zo enkele jaren vooruit op wat in de jaren ’60 zou komen.

The Chico Hamilton Quintet-2

Foto 1: Success: ‘The Chico Hamilton Quintet appeared in several scenes and helped shape the film’s hip, modernistic late-1950s atmosphere’

Foto 2: Hoes van het album uit 1957 met muziek van ‘Sweet Smell of Success‘ door het Chico Hamilton Quintet.

Orange was the Color of Her Dress (1964)

In 1964 toert Charles Mingus met z’n band door Europa. Op 19 april Luik, een week eerder Oslo, Noorwegen. De groep bestaat uit Charles Mingus (b), Eric Dolphy (as, fl, bcl), Clifford Jordan (ts), Jaki Byard (p) en Danny Richmond (dr). Trompettist Johnny Coles speelt een mooie solo die Eric Dolphy goedkeurend aanhoort. Enkele dagen later wordt Coles in een Parijs’ ziekenhuis opgenomen wegens een maagperforatie.

Componist en bassist Charles Mingus en filmster en icoon Audrey Hepburn komen samen in de kleur oranje. In 1964 verbeeldden ze ‘naturel‘, stijlvastheid en hedendaagsheid. Nu komt daar nostalgie bij. Hun kunst was het beste in hun tijd. Opgelost in de tijd, gone in the air.

Foto 1: DVD-Hoes van ‘Charles Mingus, Orange was the Color of Her Dress‘ (1964)

Foto 2: Audrey Hepburn is wearing a Givenchy burnt orange raw silk and shantung floor length coat over an off-white floor length dress with a tie at the waist and cowl neck, 1964. Credits: Condé Nast Archive/CORBIS

Gloria Rios en Mario Patron: Mexicaanse rock ‘n’ roll (1957)

La Locura del Rock’n Roll (1957) is een Mexicaanse film van Fernando Méndez die inspringt op de opkomst van de rock ‘n’ roll. Geportretteerd als een gekte. De Mexicaanse koningin van de rock Gloria Ríos verbindt dansend de boogie woogie met de rock. In de overgang naar de nieuwe muziek speelt pianist Mario Patrón een beslissende rol.

In een andere Mexicaanse rockfilm van dat jaar Los chiflados del rock and roll danst Gloria Ríos opnieuw de sterren van de hemel. Eerder bebop met Afro-Cubaanse invloed uit 1947 dan rock uit 1957. Het orkest van Mario Patrón grijpt weer terug naar Noord-Amerikaanse voorbeelden.

Foto: Affiche van La Locura del Rock’n Roll (1957) met zangeres Gloria Ríos

Sarah Vaughan on Telescriptions: 1951

Lou Snader maakt in 1951 en 1952 zijn telescriptions. Filmpjes van 3 minuten die direct worden opgenomen. In You’re Mine You! zingt Sarah Vaughan (1923-1990) The Nearness of You van Hoagy Carmichael met tekst van Ned Jones. Op het dak. Een vast nummer op haar repertoire:

Why do I just wither and forget all resistance
When you and your magic pass by
My hearts in a dither dear
When you’re at a distance
But when you are near, oh my

Its not the pale moon that excites me
That thrills and delights me,
Oh no
Its just the nearness of you

Het later bijgekleurde You’re Not The Kind van Will Hudson met tekst van Irving Mills neemt Sarah Vaughan ook op in de fameuze sessie met Clifford Brown in 1954. Het vormt de schatkamer van de jazz.

The Divine One scoorde hits als Broken Hearted Melody. Toch had ze minder faam dan Billie Holiday of Ella Fitzgerald. Groot bereik, vibrato en soepele stem voor de bebop maakten haar de betere zangeres. These Things I Offer You van Morty Nevins, Bennie Benjamin en George Weiss bieden Sassy in 1951 een andere jurk en oorbellen in hetzelfde decor.

Foto: Sarah Vaughan met pianist in het decor van een Telescriptions-filmje, 1951

Harp met Adele Girard en Dorothy Ashby

Adele Girard (1913-1993) speelt op harp de sterren van de hemel. Met bas en gitaar. In een soundie van 3 minuten die Globe Productions produceerde van 1941 tot 1946. ‘Harp Boogie’ is een improvisatie van Girard op een bluesthema. De titel zegt: Adele Girard beating out hot boogie with her harp plus the dancing of Rusha Holden. Het swingt.

Casper Reardon was de eerste harpist in de jazz. Hem bleef het verwijt achtervolgen dat-ie niet wist te swingen. Dorothy Ashby gaat verder en brengt de harp naar de bebop. Een kwartet zonder piano of gitaar geeft haar veel vrijheid op haar album In A Minor Groove uit 1958.

Foto: Portret van Johnny Hodges, Rex Stewart, Adele Girard, Harry Carney, Barney Bigard en Joe Marsala. Turkse Ambassade, Washington DC (1938-1948).

So Long Eric: Luik 1964

19 april 1964. Twee weken na het Town Hall Concert en een maand na het Concert op Cornell. Mingus toert door Europa en doet het Luikse le Palais des Congrès aan voor een televisie uitzending. Tussen Parijs en Marseille. Precies twee maanden voordat Eric Dolphy in een Berlijns ziekenhuis aan diabetes sterft. Men vermoedt een drugsverslaving.

De groep bestaat uit Charles Mingus (b), Eric Dolphy (as, fl, bcl), Clifford Jordan (ts), Jaki Byard (p) en Danny Richmond (dr). Trompettist Johnny Coles is twee dagen daarvoor wegens een maagperforatie in een Parijs’ ziekenhuis opgenomen. Een muzikantenleven vraagt slachtoffers.

Eric Dolphy (1928-1964) past in een overgangstijd. Hij verbindt bebop met avant-garde, Edgard Varèse met Olivier Messiaen. Zijn fluit en basklarinet hypnotiseren op Meditations (on Integration). Mingus schreef het nadat Dolphy hem een artikel over gevangenissen liet zien. Een soort Guantanamo Bay 40 jaar eerder. Maar muziek is muziek, los van de sociale context. Zoals Dolphy zei: When you hear music, after it’s over, it’s gone, in the air. You can never capture it again. So long.

The Song is Bird

Zoals Marc Myers opmerkt ontleen ook ik mijn kennis over Charlie Parker aan Phil Schaap. Het dagelijkse programma Bird Flight, ‘a radio show on WKCR’. Vergelijkbaar met de Concertzender dat vanwege omroepbelangen om zeep werd gebracht. Subsidies richten dan kwaad aan. Het New Yorkse WKCR bedelt soms om geld om in leven te blijven.

Bird dus. Bijnaam van altsaxofonist Charlie Parker (1920-1955). Met Louis Armstrong beschouwd als de grootste jazzmusicus ever. Van Bird bestaan slechts twee clips. Cameravoering van Hot House verduidelijkt dat Dizzy Gillespie bekender is. Die andere frontman van de bebop.

Charlie Parker was verslaafd en brandde aan twee kanten op. Hij leefde te kort en stierf bij een barones voor de televisie met The Dorsey Brothers’ Stage Show op. Opnamen met Strings zijn geweldig en het klassieke kwintet met Miles Davis (tp), Duke Jordan (p), Tommy Potter (b) en Max Roach (dr) uit 1948 is de top. Vastgelegd door Dean Benedetti.

Kunnen we de nagedachtenis aan Bird achterhalen? Zijn legacy. Was-ie muzikaal genie, genereus persoon, overlever die niet overleefde of iemand die zichzelf in de weg zat? Nee, hij past voor geen meter. We kunnen alleen luisteren. Zijn muziek moet het doen en vertelt het verhaal.

YouTube 1: Coleman Hawkins (ts) met Bird, Hank Jones (p), Ray Brown (b) en Buddy Rich (d) in Ballad en Celebrity (zonder Hawkins), 1950

YouTube 2: Dizzy Gillespie (tp), Bird, Dick Hyman (p), Sandy Block (b), Charlie Smith (d) in Hot House, 1952

Foto 1: Portret van Charlie Parker, Red Rodney, Dizzy Gillespie, Margie Hyams and Chuck Wayne, Downbeat, New York, ca. 1947; Foto: William Gottlieb

Foto 2: Portret van Charlie Parker, Three Deuces, New York, vermoedelijk maart 1948; Foto: William Gottlieb