I am not Gary

De Canadese kunstenaar Stan Douglas maakt de verwarring simpel in zijn short I’m not Gary. Maar schept bij de kijkers verwarring. Een afgerond Monodrama met begin, midden en eind. De zwarte man is niet inwisselbaar. Wat worden ze verwacht te zien? Een verschil met het voor CBS-televisie geproduceerde ‘Survivor: Guatamala‘. Verwarring in het programma is het onderwerp. Het verwijst niet naar de buitenwereld.

Treffender kan het verschil tussen beeldende kunst en beeldcultuur, tussen binnenkant en buitenkant, tussen concentratie en verstrooiing, tussen cinema en televisie niet worden geschetst. Invulling en opvulling.

Foto: Stan Douglas, ‘Monodramas’, 1991: I’m Not Gary | © Stan Douglas

Beauty, Brains and Power in de Schaak Show

Een strand, een zee, een paard, een dame, en ervoor een dame in badpak. Da’s Aleksandra Kosteniuk. Deze Russische grootmeester was van 2008 tot 2010 wereldkampioene schaken bij de vrouwen. Ze profileert zichzelf als ‘Chess Queen‘. Een lange weg sinds de Brits-Tsjechische Vera Menchik (1906-1944), de eerste wereldkampioene.

De Duitse kunstenares Sarah Ortmeyer en het Gentse museum voor hedendaagse kunst S.M.A.K. ‘realiseren met SCHAAK SHOW de eerste Belgische solopresentatie van Sarah Ortmeyer.’ Met pin-up foto’s van halfnaakte vrouwelijke schaakgrootmeesters. Dat u het weet. Deze kunstenares eigent zich een traditie toe en vult die met Playboy, Mickey Mouse, Chanel, de Eiffeltoren, Karl Lagerfeld en maatschappijkritiek.

Wat mannen en vrouwen beweegt om schaken met erotiek te verbinden hoort bij het spel van aantrekken en afstoten. In ieder geval kegelen sterke schaaksters de theorie omver dat vrouwen er niets van kunnen. Daarbij zijn ze knap genoeg om er gaaf uit te zien. Wie zet?

Foto 1: Aleksandra Kosteniuk

Foto 2: Sonja Graf (links) en Vera Menchik, 1936

Foto 3: Gil Elvgren, Your Move, 1964

Andre Kertesz en Willi Baumeister in Meudon (1928)

De Hongaarse fotograaf André Kertész (1894-1985) drukt af. Meudon, 1928. Het lijkt een surrealistisch schilderij van Giorgo de Chirico. Of een film van Luis Buñuel. Een viaduct met een trein die het beeld inrijdt. Stoomwolken zoals het hoort. Passanten. Aflopende straat. Op de voorgrond een man met hoed en een in kranten verpakt object.

Wat zien we? Daar loopt de Duitse schilder Willi Baumeister (1889-1955). Een vriend van Kertész. Volgens degenen die het duizend jaar lang zouden weten een maker van Entartete Kunst. Wat er onder zijn kranten verstopt zit blijft geheim. Een schilderij? Het zou zomaar kunnen. Er gebeurt niets dat regels overtreedt. We weten niet waar te moeten kijken.

Foto 1: André Kertész, Meudon, Paris, 1928

Foto 2: Zoom/ uitsnede van foto 1

Aji V.N. is eenkleurig en veelzijdig

De afgelopen tentoonstelling All About Drawing waarin 100 Nederlandse Kunstenaars ‘inzicht geven in de ontwikkeling van de tekenkunst in Nederland vanaf de jaren zestig tot nu’ in het Stedelijk Museum Schiedam kende voor mij een verrassing. De Indiër Aji V.N. die in Rotterdam woont. Ik had nog nooit van hem gehoord.

Aji combineert melancholie en passie, en heeft volgens een criticus drie inspiratiebronnen: liefde, muziek en het gretige leven zoals Vincent van Gogh dat leefde. Aji gaat uit van emotie en borduurt voort op de Italiaanse transavangardisten. Zeg maar, terugspringend over de avant-garde. Enfin, da’s marketingtaal. Zijn monochrone werken met houtskool of waterverf vaak in liggend formaat moeten zichzelf staande houden.

Dat doen ze voor mij niet altijd. Dan worden vormentaal en symboliek te zwaar. Maar als Aji lichtheid weet te pakken, dan heeft-ie beet. Zijn keuze voor Nederland is een plaatsbepaling voor open grenzen.

Foto 1: zonder titel, 2008; houtskool op getint papier (selectie All About Drawing)

Foto 2: zonder titel, 2006; waterverf op papier