Ville de Liege, een voorbeeld (1913-1950)

413242-8413c5a74c37cdc0f0c4b589c9395020

Internet is geknipt voor narrowcasting, zoals het heet. Ofwel het bedienen van een specifieke doelgroep op een speciale plaats met specifieke informatie. Alles over Nepal, de geschiedenis van Oost-Groningen, Humphrey Bogart of de parenteel van een individu. Tot in details komt een onderwerp beschikbaar voor de liefhebber. In zo’n reservaat ontstaat door smaak en interesse een sentimenteel museum.

Ville-de-Liege-01

Neem de Ville de Liège. In 1913 gebouwd op de Cockerill werf in het Antwerpse Hoboken. In twee wereldoorlogen ingezet, in 1936 tot carferry omgebouwd, omgedoopt tot de London-Istanbul. Daarna tijdelijk herdoopt tot HMS Algoma en HMS Ambitious. In 1950 uit de vaart genomen. Een Belgische pakketboot met een roemruchte geschiedenis.

1914_v11

Interessant? Ach, een vaartuig voor het collectief geheugen. Door terug te kijken helpt het ons vooruit. Dat kan ook de buitenstaander meeslepen. Maar die zoekt eerder het bijzondere in het gewone, dan andersom. De achtersteven blijkt fotogeniek. De geschiedenis kijkt de Ville de Liège in de kont. Zomaar een boot als spiegel van de verloren tijd die sommigen willen bewaren. Om herinneringen blijvend vast te houden.

Foto 1: Ville de Liège

Foto 2: Ansichtkaart van de Ville de Liège bij vertrek uit Oostende

Foto 3: Ville de Liège

Mundaneum, Paul Otlet en Alle Kennis van de Wereld

Al ruim 100 jaar bestaat er zoiets als Wikipedia. Het heet het  Mundaneum  en is Belgisch. Paul Otlet (1868–1944) en Henri La Fontaine (1854–1943) stichtten het in 1910. Nu een museum dat de nagedachtenis van Otlet koestert en samenwerking zoekt met Google. Otlet voorzag in 1934 het ontstaan van de computer in zijn boek Traité de documentation.

Deze voorloper van de informatica is interessant voor Google. Het biedt deze multinational de kans om iets voor Europese cultuur te doen en het eigen prestige op te poetsen. Bibliograaf W. Boyd Rayward ziet Otlet als een typische 19de-eeuwse positivist die denkt dat de wereld op een objectieve manier beschreven kan worden. Hier legt Rayward uit.

Het Mundaneum ontstond uit het ‘Universele Bibliografische Repertoire’ dat een catalogus van kaarten was dat met ‘links’ verwees naar informatie in boeken, tijdschriften, kranten en ander bibliotheek- en archiefmateriaal. Het omvatte 16 miljoen kaarten. Sinds 1940 is er veel verloren gegaan, maar wat rest wordt sinds 1998 bewaard in Bergen.

Foto 1: Vrijwilligers werken aan het Repertoire Bibliographique Universel (1895-1910), dat uitgroeide tot het Mundaneum

Foto 2: De telegraafkamer in het oorspronkelijke Mundaneum in Brussel

Foto 3: Een zaal in het Palais du Cinquantenaire van het Palais Mondial dat de microfoto vertegenwoordigt

Frank Philippi maakt beelden van Belgie

Frank Philippi (1921-2010) is de Belgische Ben van Meerendonk. Een fotograaf van alle markten thuis. In de Antwerpse Rex draait Night People uit 1954 van Nunnally Johnson met Gregory Peck. Zo dus.

Of mode in de stad met Mercedes en Martini of een meisje voor een jukebox in een café. Beelden zijn weg, komen nooit meer terug en zijn tot foto geworden. Kwaliteit van Philippi is dat opsmuk ontbreekt. Het spreekt vanzelf. Ik wil er niks over zeggen om het restje dagelijks leven zo min mogelijk te storen. Weemoed schrijnt met een dode open mond.

So Long Eric: Luik 1964

19 april 1964. Twee weken na het Town Hall Concert en een maand na het Concert op Cornell. Mingus toert door Europa en doet het Luikse le Palais des Congrès aan voor een televisie uitzending. Tussen Parijs en Marseille. Precies twee maanden voordat Eric Dolphy in een Berlijns ziekenhuis aan diabetes sterft. Men vermoedt een drugsverslaving.

De groep bestaat uit Charles Mingus (b), Eric Dolphy (as, fl, bcl), Clifford Jordan (ts), Jaki Byard (p) en Danny Richmond (dr). Trompettist Johnny Coles is twee dagen daarvoor wegens een maagperforatie in een Parijs’ ziekenhuis opgenomen. Een muzikantenleven vraagt slachtoffers.

Eric Dolphy (1928-1964) past in een overgangstijd. Hij verbindt bebop met avant-garde, Edgard Varèse met Olivier Messiaen. Zijn fluit en basklarinet hypnotiseren op Meditations (on Integration). Mingus schreef het nadat Dolphy hem een artikel over gevangenissen liet zien. Een soort Guantanamo Bay 40 jaar eerder. Maar muziek is muziek, los van de sociale context. Zoals Dolphy zei: When you hear music, after it’s over, it’s gone, in the air. You can never capture it again. So long.

Transitie 1957

Iets hangt in de lucht. Rechts buiten het kader. Als de trapeze met menselijke kanonskogels. Vallen ze en slaan ze in? De goochelaar geeft een klap. Het gaat voorbij aan normale verhoudingen. De dikke dame zucht. Met haar hoed op de fiets op de draad in de nok. Het draait en draait. Iets kondigt zich aan, maar wat? Expo 58 in Brussel komt eraan.

Directeur vertoont dictatoriale trekjes. Publiek houdt de adem in. Het vergeet, maar kijkt reikhalzend vooruit. Spoetnik en Atomium maken ruimte. Laika blaft. Jerry Lee Lewis rockt. Alles wordt beter. AOW kondigt de verzorgingsstaat aan. De verandering heeft in 1957 de toekomst.

Foto 1: Het Atomium op de Wereldtentoonstelling te Brussel, 1957-1958

Foto 2: Circus Balay, Berlijn, 1957