My Heart Belongs To Daddy (1938-1946-1954)

Mary Martin (1913-1990) zingt My Heart Belongs To Daddy in Night and Day (1946). Een fictieve biografie van tekstdichter Cole Porter (1891-1964). Homosexueel, gelukkig getrouwd en briljant. Hij schreef de song voor de broadwayshow Leave It To Me! (1938) die Martin tot ster maakte.

While tearing off a game of golf
I may make a play for the caddy
But when I do, I don’t follow through
Cause my heart belongs to Daddy

If I invite a boy some night
To dine on my fine food and haddie
I just adore, his asking for more
But my heart belongs to Daddy

Yes, my heart belongs to Daddy
So I simply couldn’t be bad
Yes, my heart belongs to Daddy
Da, Da, Da, Da, Da, Da, Da, Da, DAAAAD

So I want to warn you laddie
Though I know that you’re perfectly swell
That my heart belongs to Daddy
Cause my Daddy, he treats it so well

Het Great American Songbook heeft jazzmusici altijd aangetrokken. Charlie ‘Bird’ Parker (1920-1955) werkte in 1954 voor Verve aan een Cole Porter songbook. Hiermee zette-ie samen met producent Norman Granz een standaard. Nog voor het befaamde songbook van Ella Fitzgerald uit 1956. Bird stierf voordat zijn songbook album uitgebracht kon worden.

Foto: Charlie Parker

The Man in the Gray Flannel Suit (1956)

Een boekverfilming door Nunnally Johnson van de roman van Sloan Wilson. Gregory Peck is Tom Rath, The Man in the Gray Flannel Suit. Vergeleken bij vrouwen hebben mannen het makkelijk: een grijs pak als basis. Daarbij een wit overhemd, zwarte schoenen en een gedekte das.

Hoofdrolspeler Jon Hamm is in Mad Men de verpersoonlijking van de man in het grijze pak. Dat gaat zover dat-ie zijn persoon verbergt achter een valse identiteit. Is dat het lot van mannen in grijze pakken?

Ooit was Gary Grant het ultieme grijze pak. Ook hij worstelt in North by Northwest met zijn identiteit. Hij wordt voor een ander gehouden en door de VS achtervolgd. En nu? Door de bankencrisis is het grijze pak in een ultieme identiteitscrisis beland. Makkelijk is een valkuil, dames.

Foto 1: Van links naar rechts, Henry Daniell, Gregory Peck en Arthur O’Connell in The Man in the Gray Flannel Suit

Foto 2: Jon Hamm als Don Draper in Mad Men

Foto 3: Cary Grant in de lift van het VN-gebouw in North by Northwest van Alfred Hitchcock (1959) 

Hitchcock als ultieme MacGuffin

Eind jaren ’50 is Hitchcock immens populair door zijn serie korte verhalen Alfred Hitchcock Presents. De openingstitels veranderen met de jaren maar Hitchcocks silhouet en Charles Gounod’s muziek Marche funèbre d’une marionnette blijven hetzelfde.

Alfred Hitchcock hield van koele blonde dames als Grace Kelly, Kim Novak en Tippi Hedren en van de glimprol, de cameo. In 39 van zijn 52 films betreedt-ie een bus of trein, loopt over straat of zit aan tafel. Zijn korte verschijning blijf niet onopgemerkt. Zo’n handtekening trekt de aandacht. Het bouwt bij de toeschouwer ook verwachting op die afleidt van het verhaal. Een reden om de cameo aan het begin te zetten.

De ene bus is de andere niet. Stadsbus of streekbus, VS of Zuid-Frankrijk, North by Northwest of To Catch a Thief, 1959 of 1955. Maar in beide films is Cary Grant op de vlucht. Voor de spreekwoordelijke MacGuffin. Onbelangrijk wat het is, het houdt het verhaal gaande. Het verstoort een evenwicht en zet de boel in beweging. Alfred Hitchcock als cameo is de ultieme MacGuffin. Onbelangrijk en onmisbaar tegelijk.


Foto 1: Alfred Hitchcock als cameo in North by Northwest
Foto 2: Cary Grant en Alfred Hitchcock als cameo in To Catch a Thief