Tragische held: Eddie Cochran

Eddie Cochran is de pure Elvis. Zonder Colonel Parker, ofwel Dries van Kuijk. In Engeland komt de rockabilly pionier tijdens een tournee met Gene Vincent om het leven. In april 1960. Slechts 21 jaar oud. In de Town Hall Party van Tex Ritter speelt Cochran op 7 februari 1959 met zijn vaste begeleidingsgroep van Dick D’Agostin en de Swingers. Dick ramt op de piano in C’mon Everybody. Huiswerk af en ouders weg, tijd voor feest:

Well c’mon everybody and let’s get together tonight
I got some money in my jeans
And I’m really gonna spend it right
Well, I been doin’ my homework all week long
Now the house is empty and my folks are gone
Ooh, c’mon everybody 

De echo van Eddie’s gitaar klinkt na zijn dood door. Voor velen een eerste kennismaking met zijn nalatenschap. Zoals in 1970 bij The Who in hun Summertime Blues. Net als C’mon Everybody schrijft Eddie Cochran dat nummer met Jerry Capehart. Dick D’Agostin speelt onder de lach van Eddie de autoriteit. De doorbraak van de jeugdcultuur maakt-ie niet mee:

Well my mom and pop told me,
“Son you gotta make some money,
If you want to use the car to go ridin’ next Sunday”
Well I didn’t go to work, told the boss I was sick
“Well you can’t use the car ‘cause you didn’t work a lick”

Elvis at the Seattle World’s Fair (1962)

De 21ste eeuw in 1962. Een promotiefilm voor Bell-telecom. In toekomstperspectieven waren Amerikanen groots. Zoals met Futurama op de New York World Fair 1939. Planning, logistiek en zelfvertrouwen.

En Elvis draaft op voor de glamour. In september 1962 is-ie voor filmopnamen in Seattle. It Happened at the World’s Fair van Norman Taurog wordt opgenomen. Massa’s fans weten de Pelvis te vinden.

De 21ste eeuw heeft niks met Rock ’n Roll. Zoals Elvis ook steeds minder had. Hij is de ster. Een World Fair binnen de World Fair. Basta!