Church Bells May Ring: The Willows (1956)

Lead singer Tony Middleton en The Willows scoren in 1956 de hit ‘Church Bells May Ring‘. Een crossover van jazz, soul, R&B en Doo-Wop. Met een volop swingend orkest. En Neil Sedaka op chimes, klokkenspel, zo zegt de legende. De Canadese The Diamonds pikken het nummer op en brengen het nog hoger op de pop charts. Allerlei groepen coveren. The Willows profiteren er nauwelijks van. De tragiek van de muziekindustrie.

Ow-woh, ling a-ling a-ling,
A-ling a-ling, ding-dong,
(Ling, ling-dong.)
I love you, darlin’,
And I want you for my own.
(Ling, ling-dong.)
I’ll give you any-…
Anything that I own,
(Ling, ling-dong.)
You should have known,
Sweethea-ah-ah-art.

willows-2

In het Louis de Funès vehicle Nous irons à Deauville uit 1962 gaat Michel Serrault naar Deauville. Tony Middleton zingt als Tony Milton ‘Oh yeah ah ah!‘. Een slappe echo van de Church Bells. Hij woont begin jaren ’60 in Frankrijk. Want het leven gaat verder. Ook na een hit die er geen kon zijn, maar het uiteindelijk toch werd. Door de kwaliteit van de muziek.

Foto: The Willows in 1956.

The Honeycombs: Have I the Right? (1965)

De Noord-Londense The Honeycombs bestaan van 1963 tot 1967. De honingraten hebben een hit: Have I the Right? Honey Langtree is de vrouwelijke drummer die prikkend drumt. Bijzonder genoeg om te vermelden. Slag-, klap- en stampwerk staat centraal. Denis D’Ell ofwel Denis Dalziel sprint zingend naar het einde van dit snelle nummer.

Have I the right to hold you?
You know I’ve always told you
That we must never ever part.
No no no no no no

Have I the right to kiss you?
You know I’ll always miss you.
I’ve loved you from the very start.

Come right back I just can’t bear it
I’ve got this love and I long to share it
Come right back I’ll show my love is strong.
Oh yeah yeah

Punkband The Dead Kennedys zetten in 1979 Have I the Right? van Ken Howard en Alan Blaikley op het album Live at the The Deaf Club. Hun altijd gejaagde tempo verschilt niet eens zoveel van dat van The Honeycombs. Prettig gestoord als het ware. Muziek die blij bijblijft.

Foto: Platenhoes van ‘Have I The Right ‘ door The Honeycombs, 1964

The Loco-Motion: Little Eva (1962)

Eva Narcissus Boyd (1943-2003) was de babysitter van songwriter Carole King en tekstdichter Gerry Goffin. Ze schreven The Loco-Motion voor haar. Op het Dimension-label van Don Kirshner werd het in 1962 een nummer 1 hit. Little Eva was artiest.

Everybody’s doing a brand-new dance, now.
(Come on baby, do The Loco-motion.)
I know you’ll get to like it,
If you give it a chance, now.
(Come on baby, do The Loco-motion.)
My little baby sister can do it with ease.
It’s easier than learnin’ your A-B-C’s.
So, come on, come on, do The Loco-motion with me.

You gotta swing your hips, now.
Come on, baby, jump up, jump back.
Well, now, I think you’ve got the knack.

The Loco-Motion zet aan tot dansen. Maar de song was er vóór de dans. Little Eva kon haar gang gaan. Met The Cookies in de backup. De Franse cover van Sylvie Vartan toont aan dat de Wall of Sound het verschil maakt. Yé-yé zangeres Vartan mist een warm bad van klanken waarin ze zich kan thuisvoelen. Haar rest scharminkelige begeleiding.

Foto: Hoes van The Loco-Motion op het London-label, Franse versie

Spycatcher Oreste Pinto

Wie Mata Hari is weten we. Exotische domheid, zoiets. Maar haar rationele tegenvoeter luitenant-kolonel Oreste Pinto is weggezakt uit het collectieve geheugen. Toch noemde generaal Eisenhower hem the greatest living authority on security. Of expert. Bronnen haperen. Waar is de herinnering aan Pinto gebleven? Deze maand is-ie 50 jaar dood.

Begin jaren ’50 schreef Pinto Spycatcher en Friend or Foe over zijn leven als contra-spion. YouTube laat het afweten op zoek naar fragmenten met Bernard Archard in BBC’s Spycatcher (1959-1961) of de Nederlandse bewerking De Fuik (1962-63) met de magere Frits Butzelaar.

Mogelijke verklaring is dat Pinto beschuldigd werd van ijdelheid en fraude. Zijn Sherlockiaanse methode van deductie lijkt op die van een andere zo goed als vergeten bekende Nederlander. Namelijk Robert van Gulik met zijn Rechter Tie/Judge Dee-boeken. Succes is in Nederland soms de snelste weg naar onbekendheid. Tenzij men Mata Hari heet.

Foto 1: Boekomslag Oreste Pinto Spycatcher 2, Four Square Books, 1960

Foto 2: Kolonel Oreste Pinto (1889-1961), Nederlandse contraspionage officier

Foto 3. Boekomslag Oreste Pinto Spy Catcher, Berkley G-67, 1957