Anatomy of a Murder & Duke Ellington: 1959

Vormgever Saul Bass maakt de titelsequentie van Anatomy of a Murder. Met lichaamsdelen als puzzelstukken. Als het knippen en scheuren van Henri Matisse of Willem Sandberg. Orkestleider Duke Ellington schrijft de soundtrack met zijn arrangeur Billy Strayhorn. In 1959 functioneert Hollywoods studiosysteem nog. Het wordt een meesterwerk.

Met Duits accent presenteert Otto Preminger (1905-1986) de spelers. Anatomy of a Murder van rechter, visser en auteur John D. Voelker is gebaseerd op een waar verhaal. UCLA-professor Michael Asimov noemt het rechtbankdrama ‘probably the finest pure trial movie ever made‘. Als Pie-Eye speelt Duke Ellington piano met James Stewart.

Foto: Otto Preminger, Billy Strayhorn en Duke Ellington (vlnr) aan de piano in Anatomy of a Murder (1959) van regisseur/producent Otto Preminger

Tragische held: Osmar Maderna

Versleten taalgebruik zegt dat Osmar Maderna (1918-1951) voorgoed woont in het huis van zijn oudjes, La Casita de mis Viejos. Half ontstolen aan de dood schildert-ie tussen radiogolven van een voorbije tijd een toon en roept ultieme nostalgie op. Onbereikbaar ver weg.

Osmar Maderna is geen lost hero. Argentinië vierde onlangs de 90ste geboortedag van deze bandleider en pianist. Als Osvaldo Pugliese de Duke Ellington van de tango was, Miguel Caló Count Basie en Aníbal Troilo Stan Kenton, dan was Osmar Maderna Frédéric Chopin. De toque sutil y casi etéreo, met een subtiel en bijna hemels touché.

Volgens Henry Miller laat een tragische held zien wat hij of zij niet is geworden, maar had kunnen zijn. Het komt niet weer, maar is nooit weg. Een tragische geld krijgt contouren door een tragisch incident. Op 33-jarige leeftijd stort Osmar Maderna door roekeloos gedrag neer met zijn vliegtuig. Zorgeloos de dood tegemoet. Sans Souci zoals het orkest van Miguel Caló speelt. Op weg naar de Sterrenregen, Lluvia de Estrellas.

J van Jazz

J maakt in het alfabet de tien vol. Als eerste terugblik. De geniale Charlie ‘Bird’ Parker laat 50 jaar na zijn dood nog dagelijks een echo op de altsax klinken. Zijn hoorn als bocht in de tijd. The joint is jumping. Jargon, jive, jobs, juicy, jazz. Muzikanten lachen om Jim Crow, media en publiek niet. Bix Beiderbecke of Clifford Brown, Eddie Lang of Charlie Christian, Chet of Miles schitteren in zwart-wit.

In de 20ste eeuw borrelden in dranklokalen en bordelen invloeden tot muziek. De Jazz Age was geboren. In 1938 wordt amusement in Carnegie Hall tot Amerikaanse kunstvorm. George Gershwin, Duke Ellington en Charles Mingus componeren het Great American Songbook. Eind jaren ’50 sluit Tin Pan Alley vol deuntjes. Jazz is voorgoed een bocht in de tijd. Een jubileum in de spiegel.

Foto 1: Portrait of Charlie Parker, Tommy Potter, Miles Davis, Duke Jordan, and Max Roach, Three Deuces, New York, N.Y. 1947

Foto 2: Duke Ellington Orkest, circa 1940-42

Such Sweet Thunder

Het monster werpt schaduwen. De film past in een Shakespeare-decor zonder details. Haaks op realisme. Uit het theater loopt een lijn van Henrik Ibsen, Adolphe Appia, Gordon Craig en Norman Bel Geddes naar deze B-film. En de cinema voegt daar Duits Expressionisme en Film Noir aan toe. Belichting is ruimte. In vaktermen low-key lighting.

It, The Terror From Beyond Space wordt geproduceerd via United Artists. Weinig middelen en een snelle productie zijn de achtergrond. Deze genrefilm gaat nergens over, nou een soort Journey into Space dan. De Sprong in het Heelal kluistert volksstammen aan de radio.

In 1958 heerst in filmstudio’s nog vakmanschap dat de santekraam goed laat uitkomen. Shirley Patterson op de schouder van een Marsiaan. Om je dood te schrikken. Maar niet echt. In 1957 maakt Duke Ellington de op Shakespeare gebaseerde suite Such Sweet Thunder. Hoge en lage cultuur spelen haasje-over.

Foto: It, The terror From Beyond Space van Edward L. Cahn, 1958