Palladio Behang: 1955

51138145

Behang raakte uit de mode raakte tijdens de periode van het modernisme. Kale muren namen het over. Het Palladio gamma werd in de jaren 1950 ontworpen om behang terug te brengen in de interieurs van moderne gebouwen. Zowel openbaar als privé. Behangers konden weer volop aan het werk. Ze plakten de tijdgeest aanschouwelijk op de muur.

2006AL7122_jpg_l

De Lockheed Constellation was het naoorlogse meest populaire lijnvliegtuig. Het verbond landen. Nog voordat het toerisme echt op gang kwam. In gedachten ontstond al belangstelling voor buitenlandse vakanties en bijpassend eten en wijn. Trattoria, albergo, bistro en bars verbeeldden de honger naar het verleggen van grenzen. Met een vis erbij.

2006BB1666_jpg_l

Flessen poseren glitterend met elkaar. Daar, in Malaga. Als behang in café’s, koffiebars en restaurants overgebracht naar het binnenland. Ook klotsend in de woonkeuken van de kosmopoliet. Maar tegenwoordig verwisselt de decoratie uit 1955 tijd en plek. Wat toen onbereikbaar was in ruimte , is dat nu in tijd. Heimwee brengt ons naar de andere wereld.

2006AL7124_jpg_l

Foto 1: Malaga, Palladio Wallpaper, 1955. Flessen. Collectie V&A Museum.

Foto 2: Bistro, Palladio Wallpaper, 1955. Café’s, vissersboten, barsCollectie V&A Museum.

Foto 3: Basuto door Edward Hughes, Palladio Wallpapers stalenboek, 1955. Collectie V&A Museum.

Foto 4: Malaga, Palladio Wallpaper, 1955. Flessen. Collectie V&A Museum.

The Honeycombs: Have I the Right? (1965)

De Noord-Londense The Honeycombs bestaan van 1963 tot 1967. De honingraten hebben een hit: Have I the Right? Honey Langtree is de vrouwelijke drummer die prikkend drumt. Bijzonder genoeg om te vermelden. Slag-, klap- en stampwerk staat centraal. Denis D’Ell ofwel Denis Dalziel sprint zingend naar het einde van dit snelle nummer.

Have I the right to hold you?
You know I’ve always told you
That we must never ever part.
No no no no no no

Have I the right to kiss you?
You know I’ll always miss you.
I’ve loved you from the very start.

Come right back I just can’t bear it
I’ve got this love and I long to share it
Come right back I’ll show my love is strong.
Oh yeah yeah

Punkband The Dead Kennedys zetten in 1979 Have I the Right? van Ken Howard en Alan Blaikley op het album Live at the The Deaf Club. Hun altijd gejaagde tempo verschilt niet eens zoveel van dat van The Honeycombs. Prettig gestoord als het ware. Muziek die blij bijblijft.

Foto: Platenhoes van ‘Have I The Right ‘ door The Honeycombs, 1964

Dusty Springfield sings Burt Bacharach (1964)

De grootste Britse popzangeres Dusty Springfield (1939-1999) die de Swinging Sixties belichaamt was de Queen of White Soul. Ze bereidde de invasie van de Britse pop in de VS voor, kreeg daar volop erkenning en zette zich in voor zwarte artiesten. In 1964 heeft ze succes met twee nummers van componist Burt Bacharach en tekstdichter Hal David.

Wishin’ and Hopin’ en I Just Don’t Know What To Do With Myself worden hits. Springfield neemt andere Bacharach-David klassiekers op zoals Anyone Who Had a Heart. Dionne Warwick wordt er bekend mee. Drie jaar later scoort Dusty met The Look of Love uit de James Bond parodie Casino Royale. Haar toptijd eindigt. In 1987 kent ze een revival.

Wishin’ and hopin’ and thinkin’ and prayin’
Plannin’ and dreaming each night of his charms
That won’t get you into his arms

So if you’re lookin’ to find love you can share
All you gotta do is
Hold him and kiss him and love him
And show him that you care

Show him that you care just for him
And do the things he likes to do
Wear your hair just for him, ‘cause
You won’t get him
Thinkin’ and a-prayin’
Wishin’ and a-hopin’

I just don’t know what to do with myself
Don’t know just what to do with myself
I’m so used to doing everything with you
Planning everything for two
And now that we’re through

I just don’t know what to do with my time
I’m so lonesome for you, it’s a crime
Going to a movie only makes me sad
Parties make me feel as bad
When I’m not with you, I just don’t know what to do

Foto 1: Dusty Springfield en Burt Bacharach, 1964

Foto 2: Hoes van I Just Don’t Know What To Do With Myself van Dusty Springfield, 1964

Tony Crombie and His Rockets (1957)

Drummer ‘The Baron‘ Tony Crombie (1925-1999) en zijn band treden op in Rock You Sinners (1957) van Denis Kavanagh. Tubby Hayes op sax. ‘In the early days of rock and roll, a disc jockey and his friend, a writer, want to put a rock show on TV‘, da’s het verhaal. DJ Philip Gilbert wordt ster en vervreemdt door zijn ijdelheid en egoïsme van zijn vrienden.

De Britse rock ‘n’ roll timmert vanaf 1953 aan de weg en komt een heel eind. Tony Crombie komt uit de jazz en keert daar na zijn uitstapje naar de rock ‘n’ roll weer naar terug. Zijn vakmanschap werkt overal.


Foto: Anthony John ‘Tony’ Crombie en zijn band die van 1956 tot 1958 bestaat

Levenswandel Dance Hall: 1954

Londen, 1954. Teddy (=Edwardian) Girls worden bewonderd door Teddy Boys. Strak in het pak. Terugblikkend op de jaren 1952-1956 zegt Simon Napier-Bell dat het begrip en de naam rock’n’roll en teenager geleidelijk ontstaan. Halbstarken in Duitsland, Teddy Boys in Engeland of Nozems in Nederland. Tieners zoeken een identiteit. Het ontstaan van jongerencultuur gaat niet gelijk op met de rock’n’roll, maar krijgt er smoel door. Wat toen de ouderen schrik aanjoeg doet nu vertederend aan.

George Zimbel (1929) noemt zichzelf een documentaire fotograaf. Hij zegt dat het de informatie is die de kijker pakt, maar pas de fotograaf bindt het door zijn persoonlijke kijk en technische kennis samen. In 1954 heeft de vetkuif in een New Yorks-Ierse danshal bekijks. Zimbel schept diepte en onderscheid en voegt zijn blik toe aan de vele blikken die alle kanten opschieten. Signalen ventileren boodschappen na sluitingstijd.

Foto 1: Teddy Girls are admired by a group of Teddy Boys at Clapham Common, South London in 1954

Foto 2: George Zimbel, Irish Dancehall, The Bronx 1954 ©George S. Zimbel 1954/2007

Foto 3: Teddy Boys Mecca Dance Hall, Tottenham London 1954

The Beatles in Manchester: She Loves You (1963)

Twee dagen voor de moord op president Kennedy treden op 20 november 1963 The Beatles op in het ABC-Theater in Manchester. Ze spelen She Loves You en Twist and Shout. Het Pathe News technicolor filmpje ‘The Beatles Come to Town‘ is onderdeel van de documentaire uit 1965 met Britse popmuziek ‘Pop Gear‘. Titel in de VS ‘Go Go Mania‘. De compilatie is vergelijkbaar met de Amerikaanse TAMI-show uit 1964.

She loves you, yeah, yeah, yeah
She loves you, yeah, yeah, yeah
She loves you, yeah, yeah, yeah, yeah

You think you lost your love,
Well, I saw her yesterday.
It’s you she’s thinking of
And she told me what to say.

She says she loves you
And you know that can’t be bad.
Yes, she loves you
And you know you should be glad.

She said you hurt her so
She almost lost her mind.
But now she said she knows
You’re not the hurting kind.

Het brede formaat is bijzonder en kent allerlei versies voor het kleine scherm. Of Ringo Starr (links) in beeld of John Lennon (rechts). Hier het originele CinemaScope 2.66:1-formaat. Beatlesmania op zijn top.

Foto: Beatlesfans in het ABC-Theater te Manchester op 20 november 1963

Things To Come: 1936

De Britse science-fiction film Things To Come blinkt uit in ontwerp. Geen wonder omdat de beroemde set-designer William Cameron Menzies (1896-1957) de regisseur is. Kunstenaars Fernand Léger en László Moholy-Nagy en architect Le Corbusier werken mee. Producent is de Britse tycoon Alexander Korda. Rond die tijd ontwerpt Norman Bel Geddes op de New York World Fair voor het paviljoen van General Motors een kruising in de stad van de toekomst. De toekomst leeft.

De film toont optimisme en is gebaseerd op toekomstvisioenen van schrijver H.G. Wells die naar 2036 verwijzen. Wetenschap wordt positief beoordeeld in antwoord op Metropolis (1927) van Fritz Lang. Wat zien we? Dertig jaar slopende oorlog, honger en ziekte teistert Everytown. In de toekomst wordt de stad herbouwd en kondigt zich een tijdperk van vooruitgang aan. De dreigende oorlog maakt de film niet tot een succes.

Foto 1: Affiche voor Things To Come (1936). Credits: Heritage Auction Galleries

Foto 2: Set voor Things To Come (1936)

Teddy Bear’s Picnic: 1932

Vrouwen die kleren met beren dragen gaan tot het randje. Mannen die dwepen met teddyberen gaan er overheen. Ze koesteren hun dwaasheid. Amerikaans president ‘Teddy’ Roosevelt verklaarde zo’n 100 jaar geleden zijn liefde voor beren. De popcultuur weet er wel raad mee.

Amerikaan John Walter Bratton componeert in 1907 Teddy Bear’s Picnic. De Iers-Engelse James Kennedy schrijft er in 1932 tekst bij. Orkestleider Henry Hall neemt het op en Val Rosing zingt. De standaard is gezet. Een kinderliedje voor grote mensen. Engelser kan echt niet.

If you go out in the woods today
You’re sure of a big surprise.
If you go out in the woods today
You’d better go in disguise.

For every bear that ever there was
Will gather there for certain, because
Today’s the day the teddy bears have their picnic.

Foto 1: Politieke cartoon door Clifford Berryman (1869-1949) van President Theodore Roosevelts berenjacht naar Mississippi die de Teddybeer zijn naam gaf. In 1902 gepubliceerd in ‘The Washington Post’

Foto 2: Gilbert Russell bekend als ‘Val Rosing’ die in 1932 als eerste Teddy Bear’s Picnic zingt

Beryl Davis: Undecided (1939)

Beryl Davis (1924-2011) is vandaag gestorven. Ze was in Engeland bekend als zangeres bij de band van Oscar Rabin en haar vader Harry Davis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ze populair door haar optredens voor militairen. Ella Fitzgerald was een voorbeeld. Het verhaal gaat dat Glenn Miller haar ‘ontdekte’ en zij naar de VS ging. Zo zong ze met Frank Sinatra in 1947 in Your Hit Parade. Toen nog op radio.

Undecided van Sid Robins en Charlie Shavers werd op 25 augustus 1939 opgenomen in Londen. Met Django Reinhardt en zijn Quintette du Hot Club de France. Een minimale sophisticated Cole Porter-song:

First you say you do
And then you don’t
And then you say you will
And then you won’t
You’re undecided now
So what are you gonna do?
Now you want to play
And then it’s no
And when you say you’ll stay
That’s when you go
You’re undecided now
So what are you gonna do?

Foto: Tommy Dorsey (links) interviewt Beryl Davis, 8 oktober 1947. Credits: William P. Gottlieb

Tragische held: Eddie Cochran

Eddie Cochran is de pure Elvis. Zonder Colonel Parker, ofwel Dries van Kuijk. In Engeland komt de rockabilly pionier tijdens een tournee met Gene Vincent om het leven. In april 1960. Slechts 21 jaar oud. In de Town Hall Party van Tex Ritter speelt Cochran op 7 februari 1959 met zijn vaste begeleidingsgroep van Dick D’Agostin en de Swingers. Dick ramt op de piano in C’mon Everybody. Huiswerk af en ouders weg, tijd voor feest:

Well c’mon everybody and let’s get together tonight
I got some money in my jeans
And I’m really gonna spend it right
Well, I been doin’ my homework all week long
Now the house is empty and my folks are gone
Ooh, c’mon everybody 

De echo van Eddie’s gitaar klinkt na zijn dood door. Voor velen een eerste kennismaking met zijn nalatenschap. Zoals in 1970 bij The Who in hun Summertime Blues. Net als C’mon Everybody schrijft Eddie Cochran dat nummer met Jerry Capehart. Dick D’Agostin speelt onder de lach van Eddie de autoriteit. De doorbraak van de jeugdcultuur maakt-ie niet mee:

Well my mom and pop told me,
“Son you gotta make some money,
If you want to use the car to go ridin’ next Sunday”
Well I didn’t go to work, told the boss I was sick
“Well you can’t use the car ‘cause you didn’t work a lick”