Dracula (1931)

Transsylvanië is de plek. Eigenlijk de backlot van Hollywood. In dit geval de studio van Universal. Het jaar is 1931. De Hongaarse Béla Lugosi staat als graaf Dracula garant voor nodige huiver. Vanwege zijn vette Midden-Europese accent is de uitvinding van de geluidsfilm zijn geluk. De aristocratische vampier. Na zijn dood houdt-ie zijn eigen legende levend. Mede dankzij schrijver Bram Stoker. Wat een kunst.

Horror vraagt een sterk hart en levert harde belichting op zonder de ruimte uit te vullen. Het draait om expressie en emotie. Natuurlijk worden dood en sex verenigd. Dus trap op, trap af, hoek om, gang in, gang uit is de vertraging tot de entree naar de slaapkamer. De rest is suggestie.

Foto 1: Filmposter Dracula, 1931

Foto 2: Béla Lugosi en Frances Dade in Dracula, 1931

A Matter of Life and Death

We houden de dood op afstand. Sommigen zijn er ambtshalve mee bezig en worden immuun. Anderen worden er direct mee geconfronteerd door ouders of vrienden die sterven. De achterblijvers schuiven een stukje op in de piramide van de dood. Een horribele promotie.

De dood van publieke figuren is publiek bezit. Maar de vorm van herdenken verandert. Vroeger bewonderde doodsmaskers, gebalsemde lijken en monumenten, nu het tekenen van digitale rouwregisters en een bloemenzee voor Lady Di, Michael Jackson of André Hazes.

Verpleegsters schakelen tussen leven en dood als begeleiders naar de onderwereld. Het Schimmenrijk is een verre van begerenswaardige plek die in de verbeelding angst oproept. Oorlog verhevigt pijn als jonge mannen sterven. Dat vrouwen mannen oplappen is een afwijking die films in stand houden. Daardoor blijft een drama op leven en dood waarin dood en erotiek in elkaar overlopen het ultieme beeld van urgentie.

Foto 1: Making Death Mask

Foto 2: Verpleegsters in de rechtbank, A Matter of Life and Death, Powell en Pressburger, 1946

Foto 3: Ayako Wakao in Akai Tenshi (Red Angel) van Yasuzo Masumura, 1966