Late Spring: Yasujiro Ozu (1949)

Filmen is zo simpel. Niet overhaasten, tijd nemen. Op zithoogte. Banshun (Late Spring) uit 1949 van Yasujiro Ozu is verzadigd van ‘Japansheid’. Tempels, zentuinen, het landschap rond Kyoto. David Bordwell merkt in z’n monografie op dat het dient om het traditionele Japan te verzoenen met het nieuwe liberalisme van de bezettingstijd. Dat blijkt uit de fietsscène. Het kon ook een tochtje langs de Italiaanse Po zijn in een neo-realistische film als Luchino Visconti’s Ossesione (1943).

De vader (Chishu Ryu) liegt de dochter (Setsuko Hara) voor dat-ie hertrouwt zodat zij gerust kan trouwen. Van haar hoeft het niet. Maar als 25-jarige (‘Late Spring’) moet ze op zoek naar een man. De moderniteit van het naoorlogse Japan dwingt haar in een eng individualisme zonder zeggenschap. Wat mag ze denken? Verandering komt ten koste van iets. Dat besef ontroert. Niet uit vals sentiment, maar als verbeelding van de vergankelijkheid. De vader geeft dat iets door aan de dochter. Met liefde.

09_18_08i

Foto: Still van trouwscène uit Banshun (1949) van Yasujiro Ozu met vader (Chishu Ryu) die naar dochter (Setsuko Hara) kijkt.

Seydou Keita: Sociale mobiliteit

Gagosian Art Gallery introduceert in 1997 een onbekende fotograaf uit Mali. Zo werkt de kunsthandel. Seydou Keïta (1921-2001). De portretfotograaf wordt op slag bekend en geniet in zijn laatste jaren roem.

Zijn studio in Bamako bevatte rekwisieten. Zoals fietsen, scooters en auto’s. Men dacht vanwege die variatie aan twee- en vierwielers zelfs dat-ie rijk was. Of de Vespa’s ook reden blijkt niet uit de stille beelden.

Het jongetje met de fiets spiegelt het Franse leven. Een gedraaid iconisch beeld. Lachen om zijn witte kousen die niet wit zijn. Of is het meer dan lachen? Seydou Keïta toont de ambitie van een middenklasse. Als genie van het gewone. Die lof komt hem in zijn laatste jaren toe.

Foto 1: Seydou Keïta, Homme au Scooter, 1952-1955

Foto 2: Seydou Keïta, zonder titel, 1952-55

Foto 3: Seydou Keïta, L’enfant À La Bicyclette, 1997