Esther Bubley: Girls in Arlington (1943)

Fotojournaliste Esther Bubley (1921-1998) werkt in 1942 en 1943 voor de Office of War Information (OWI) van Roy Stryker. Eind 1943 volgt ze hem naar  een project voor de Standard Oil Company (New Jersey). Zomer 1943 is ze in Arlington om het thuisfront te fotograferen. Meisjes in overheidsdienst nemen tijdens de oorlog leeggekomen plekken in. Is het meisje dat in het pension haar haar wast dezelfde die fotografeert?

Vrouwen worden gehuisvest in Arlington Farms, Virginia. Net over de grens van Washington DC. Op weg naar kantoor wachten ze op de bus.

In 1950 kijkt Esther Bubley voor een zelfportret in de spiegel. Haar blik heeft al heel wat vastgelegd, en kijkt nu  naar zichzelf. Wat ziet ze?

Foto 1: Esther Bubley, Arlington, Virginia. Meisje wast het haar op Arlington Farms, een onderkomen voor vrouwen die tijdens de oorlog voor de overheid werken, juni 1943

Foto 2: Esther Bubley, Arlington Cemetery, Arlington, Virginia. Meisje neemt een foto van de ceremonie van het leggen van een krans op het graf van de Onbekende Soldaat, mei 1943

Foto 3: Esther Bubley, Arlington, Virginia. Wachtend op de bus bij Arlington Farms, een onderkomen voor vrouwen die tijdens de oorlog voor de overheid werken, juni 1943

Foto 4: Esther Bubley, Zelfportret, omstreeks 1950

Advertenties

Russell Lee verbeeldt Amerika voor de Amerikanen (1936-1944)

Russell Lee (1903-1986) geeft de Amerikanen een beeld van de Depressie. Lee is ook bekend door de portrettering van etnische groepen. Zoals acht Japans-Amerikaanse vrouwen voor een kapsalon in het concentratiekamp waarin ze geïnterneerd zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Of vijf meisjes die iets te lachen hebben. Say Cheese.

Russell Lee werkt voor de Farm Security Administration (FSA) dat tijdens de oorlog overgaat in de Office of War Information (OWI). Onder leiding van Roy Stryker. Het project neemt als onderdeel van de New Deal de armoede van het Amerikaans platteland creatief op de korrel.

Foto 1: Russell Lee, Kamp voor Japans-Amerikanen, noodevacuatie, [Tule Lake Relocation Center, Newell, Calif.], 1942 of 1943; acht vrouwen voor kapsalon

Foto 2: Russel Lee, Kamp voor Japans-Amerikanen, noodevacuatie, [Tule Lake Relocation Center, Newell, Calif.], 1942 of 1943; vijf lachende vrouwen

Foto 3: Beaumont Newhall, Roy Stryker en FSA-fotografen, 1939-1943; v.l.n.r.: John Vachon, Arthur Rothstein en Russell Lee met Roy Stryker (rechts) die foto’s bekijken

Trefzekere detective Mary Shanley (1937)

1937. De vrouwelijke New Yorkse detective Mary A. Shanley trekt haar revolver. Op zoek naar zakkenrollers. Haar enige angst is dat ze ‘tough‘ gevonden wordt. Stel je voor. Ze vindt niet dat cops er uit moeten zien als cops. Als kordate voorloper van Maggie Thatcher trekt ze een dienstwapen uit haar witte leren tasje. Deze verrassing is haar kracht.

Burgemeester LaGuardia die herinnerd wordt door het voorlezen van de strip Dick Tracy tijdens de krantenstaking van 1945 feliciteert Shanley. De documentaire Sleuthing Mary Shanley van Patrick Mullens geeft inzicht in het incident dat haar bijna haar zwaarbevochten carrière kostte. Maar wat kan deze mannetjesputter aan het wankelen brengen? Een mysterie.

Foto 1: Mary A. Shanley, New York City detective; de vanger van zakkenrollers vreest dat ze stoer lijkt, 1937

Foto 2: Mary A. Shanley wordt gefeliciteerd door burgemeester La Guardia; plaatsvervangend hoofdinspecteur John Lyons kijkt toe, 1937

Fotografisch sociaal-realisme op de korrel

De Amerikaans-Litouwse fotograaf Ben Shahn (1898-1969) legt een rondtrekkende fotograaf vast in Columbus, Ohio. 1938. Shahn werkt voor de Farm Security Administration (1937-1942) van Roy Stryker. Een project als onderdeel van de New Deal om het Amerikaans platteland in beeld te brengen. Rond 1920 installeert een Russische straatfotograaf zich tussen hoge bomen. Het beeld is scherp. Soms houden fotografen elkaar bezig.

Foto 1: Ben Shahn, Rondtrekkende fotograaf, Columbus, Ohio, 1938

Foto 2: Straatfotograaf Soviet-Unie, omstreeks 1920. Credits: RIA Novosti

Fiorello LaGuardia en Dick Tracy: Seventeen Days

New York’s burgemeester Fiorello LaGuardia wordt herinnerd door het voorlezen van Dick Tracy. De strip van Chester Gould. De kleine man was een van de grootste burgemeesters van de VS. Tijdens een staking van 17 dagen werden in juli 1945 geen kranten bezorgd. Rijen ontstonden omdat mensen gretig waren naar het oorlogsnieuws. Newspapers were a necessity. Radio sprong in het gat, maar kon het niet opvullen.

LaGuardia was een bondgenoot van president Roosevelt en moest vechten  tegen de verkiezingsmachine van de New Yorkse Democraten. Dat verklaart zijn uitspraak in Movietone vanaf 11’40”: And, so children what does that mean? It means that dirty money never brings any luck! 

In 1945 staan kranten in hoog aanzien omdat ze de vrijheid van meningsuiting representeren: No other medium can take the place of newspapers in the lives of the people. Da’s een waarheid van 1945.

Cartoon: Strip Dick Tracy met een bijrol voor tekenaar Chester Gould

Couplet 1943

You’d Be So Nice To Come Home To schrijft Cole Porter. You’d Be So Nice By The Fire. Troost is nodig omdat de wereld in brand staat. Duitsers zijn op de terugtocht na de nederlaag in Stalingrad. Op de conferentie van Teheran wordt de wereld verdeeld. Bogie speelt met Peter Lorre een interventie-gambiet in Casablanca. De naam van weer een andere conferentie waar veel beslist wordt. Zonder Stalin.

De opkomst van Latijns-Amerikaanse muziek geeft aan dat Europa en Azië voor de VS op slot zitten en het gaat om conga, rumba en mambo. Xavier Cugat viert met Machito nog jaren feest, met deze South of the Border muziek. Geloofwaardiger dan operaster Grace Moore eerder deed met Siboney in When You’re in Love. De wereld is een station op drift. Bailar, dansend in de seculiere kathedraal. Ongewis over de afloop.

Foto 1: Chicago, Illinois. In de wachtkamer van Union Station, 1943

Foto 2: Humphrey Bogart en Peter Lorre in Casablanca van Michael Curtiz, Oscarwinnaar 1944

Couplet 1941

Picketline voor de storm van een nieuwe lovely war? Zomer 1941 is de VS formeel nog neutraal, maar geeft de Britten al materiële steun. Binnenlands woedt strijd tussen interventionisten en isolationisten. Henry Ford weigert vakbond UAW, United Auto Workers te erkennen. In Rouge Complex wordt-ie met Hitler vergeleken. Philip Roth trekt in 2004 deze vergelijking door in zijn meesterlijke roman The Plot Against America.

Amerikaanse socialisten spelen het scherp: That is why we demand the establishment of special officers’ training camps, financed by the government and controlled by the trade unions, to train workers to become officers. President Roosevelt manoeuvreert tussen socialisten, racisten en isolationisten. Op 7 december 1941 worden de interne schermutselingen opgeschort door de Japanse aanval op Pearl Harbor.

Foto 1: Ford arbeiders en hun kinderen posten in april 1941, met borden die Ford met Adolf Hitler vergelijken

Foto 2: Republikeins compromiskandidaat Wendell Willkie in de presidentsrace van 1940

Prosperity is just around the corner

In de VS heerst armoede. De rijken worden steeds rijker, en de armen steeds armer. Maar welvaart zou om de hoek liggen. Glamour is voor allen haalbaar.

De migrantenmoeder uit 1936 suggereert het tegendeel. Dit zijn de armen aan de onderkant die John Steinbeck in zijn Grapes of Wrath beschrijft. Deze erwtenplukkers vinden in California niet wat ze zoeken.

Florence Thompson met drie van haar zeven kinderen is een symbool van de Depressie geworden. Kinderen kijken weg en de moeder toont haar trots. Dorothea Lange heeft ze vastgelegd in het kader van de Farm Security Administration onder president Roosevelt.

Foto 1: Migrantenmoeder Florence Thompson, berooide erwtenplukkers in Nipomo, California, 1936

Foto 2: Dorothea Lange (1895-1965) met een Graflex Camera op het dak van een V8 Ford in California, 1936.