Il Sorpasso (1962)

Il Sorpasso is een film van Dino Risi uit 1962. Realisme in lege decors dat het realisme ontvlucht. Dat inhalen gevaarlijk is toont het slotfragment. Roberto (Jean-Louis Trintignant) overleeft het niet. De bravoure-achtige Bruno (Vittorio Gassman) wel. Maar z’n holle praatjes zijn weg. Nog ongelukkiger zonder schone schijn dat hij al was. Muziek van Riz Ortolani benadrukt de actie in de leegte. Was het makkelijk leven?

Kan een film die zo triest eindigt een komedie genoemd worden? Ja, natuurlijk. Grimlachen om de vergankelijkheid is iets van alle tijden. Dat weglachen is de functie van humor. Als dat doden oplevert dan moet dat maar. Tot die tijd is voor Bruno het dansen op de vulkaan een uitweg. In een zomers Italië dat in staat van ontbinding is. Maar toch ook weer niet als de muziek aanzwelt. Kortom, een meesterwerk waar alles in zit.

The Easy Life - still - 55

Foto: Still voor de uitbreng van Il Sorpasso op de Amerikaanse markt onder de titel ‘The Easy Life‘met Vittorio Gassman en Catherine Spaak.

Advertenties

Le Petit Bal Perdu: Bourvil

Opperste melancholie van de Franse komische acteur Bourvil. Naïef en droog, niet per se humoristisch. Een kleinood uit 1961 van componist Gaby Verlor en tekstdichter Robert Nyel. Over een hopeloze verliefdheid, vlak na de oorlog. Van een klein bal waarvan de naam vergeten is. Twee geliefden verliezen zich in elkaar. Intens gelukkig. Als de accordeonist ophoudt met spelen, stopt de betovering. De avond valt. Ook over hun leven. Moeten ze terug naar de regelmaat? Is de zanger de man die nog steeds terugverlangt naar 1945? Mogelijk. Meer weemoed bestaat niet. Tegen het huilen aan. Over het voorbijgaan van het leven. Tristesse.

62b6d8f816862b51b8065cd3e0c23896.wix_mp_1024

C’était tout juste après la guerre,
Dans un p’tit bal qu’avait souffert.
Sur une piste de misère,
Y’en avait deux, à découvert.
Parmi les gravats ils dansaient
Dans ce p’tit bal qui s’appelait…
Qui s’appelait… qui s’appelait… qui s’appelait…

Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est de ces amoureux 
Qui ne regardaient rien autour d’eux. 
Y’avait tant d’insouciance 
Dans leurs gestes émus, 
Alors quelle importance
Le nom du bal perdu ?
Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu
Ce dont je me souviens c’est qu’ils étaient heureux 
Les yeux au fond des yeux
Et c’était bien…
Et c’était bien…

Ils buvaient dans le même verre,
Toujours sans se quitter des yeux.
Ils faisaient la même prière,
D’être toujours, toujours heureux.
Parmi les gravats ils souriaient 
Dans ce p’tit bal qui s’appelait… 
Qui s’appelait… qui s’appelait… qui s’appelait…

Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est de ces amoureux 
Qui ne regardaient rien autour d’eux. 
Y’avait tant d’insouciance 
Dans leurs gestes émus, 
Alors quelle importance
Le nom du bal perdu ?
Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu
Ce dont je me souviens c’est qu’ils étaient heureux 
Les yeux au fond des yeux
Et c’était bien…
Et c’était bien…

Et puis quand l’accordéoniste 
S’est arrêté, ils sont partis. 
Le soir tombait dessus la piste, 
Sur les gravats et sur ma vie. 
Il était redev’nu tout triste 
Ce petit bal qui s’appelait, 
Qui s’appelait… qui s’appelait… qui s’appelait… 

Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est de ces amoureux 
Qui ne regardaient rien autour d’eux. 
Y’avait tant de lumière,
Avec eux dans la rue, 
Alors la belle affaire 
Le nom du bal perdu. 
Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est qu’on était heureux 
Les yeux au fond des yeux.
Et c’était bien… 
Et c’était bien.

Foto: Bourvil met Jayne Mansfield bij een presentatie van Jacques Tati’s ‘Mon Oncle‘, 1958.

Sarkis ontmoet Saenredam en Futuro in kathedrale loods

In de Onderzeebootloods te Heijplaat presenteert Museum Boijmans in samenwerking met Havenbedrijf Rotterdam ‘Ballads‘ van de Franse Armeens-Turkse kunstenaar Sarkis (1938). Vertegenwoordigd in Nederland door galerie De Zaal. Derde in een reeks na een redelijke start van Atelier van Lieshout en Elmgreen & Dragset die teleurstelden.

Sarkis zet ruimtes naar zijn hand. Met gebruikmaking van oudere werken die hij als nieuw inzet. Als Turk uit de Armeense minderheid grijpt-ie terug op kunstenaars die christelijke symboliek gebruiken. Zoals de cineasten Roberto Rossellini, Sergei Parajanov of Andrei Tarkovski. Sarkis draagt het kruis niet als wapen, maar als menselijke maat van toenadering. Ironie is in zijn werk volstrekt afwezig. Hij vervangt het door poëzie. Zo maakt-ie een loods tot een kathedrale ontmoetingsplek.

Foto 1: Pieter Saenredam, Interieur van de St. Bavo in Haarlem (1648)

Foto 2: Sergei Parajanov, Sayat Nova (1968) met Spartak Bagashvili en Medea Djaparidze. Credits: A. Vladymirov

Ein guter Freund, un Bon Copain (1930)

Componist Werner Richard Heymann (1896-1961) is door zijn filmwerk bekend. Als jood moet-ie in 1933 Duitsland verlaten wat hem in Frankrijk en de VS brengt. Vanwege kostenbesparing werden toen soms meerdere versies van een film gemaakt. Decors, draaiboek en crew werden dan doelmatig gebruikt. Van songs ontstaan zo meerdere versies.

Heymann excelleert samen met tekstdichter Robert Gilbert in filmkomedies waarvoor-ie begin jaren ’30 in de UFA-studio in Babelsberg de soundtrack maakte. Zijn meesterschap is te zien in een Duitse en Franse versie. Drei von der Tankstelle van Wilhelm Thiele met Lilian Harvey, Willi Fritsch en Heinz Rühmann. En Le Chemin du Paradis waarbij Max de Vaucorbeil voor de acteursregie bijspringt, weer met Lilian Harvey en Henry Garat. De wals Ein Freund, ein guter Freund wordt een hit. Ook in de Franse bewerking van Jean Boyer Avoir un bon copain.

Ein Freund, ein guter Freund,
das ist das Schönste was es gibt auf der Welt.
Ein Freund bleibt immer Freund,
und wenn die ganze Welt zusammenfällt.
Drum sei auch nicht betrübt,
wenn dein Schatz dich nicht mehr liebt.
Ein Freund, ein guter Freund,
das ist der größte Schatz, den’s gibt.

Avoir un bon copain
Voilà c’qui y a d’meilleur au monde
Oui, car, un bon copain
C’est plus fidèle qu’une blonde
Unis main dans la main
A chaque seconde
On rit de ses chagrins
Quand on possède un bon copain

De uittocht van Heymann is symbolisch voor het einde van de Weimar-republiek en de culturele bloei van Berlijn. In 1955 halen de remakes van Hans Wolff het niet bij beide klassiekers uit 1930. Schluss.

Foto: Affiche van Le Chemin du Paradis uit 1930 met Lilian Harvey en Henry Garat

Polly Maggoo en William Klein (1966)

De in Frankrijk wonende Amerikaanse fotograaf en regisseur William Klein (1928) draait in 1965 Qui êtes-vous, Polly Maggoo? Een satire op de modewereld. Zijn tijd als fotograaf bij Vogue inspireert hem. Dorothy McGowan is Polly Maggoo. Onderwerp van een film in de film die vraagt wie ze is. Qui êtes-vous? Wat zit er achter het masker aan de buitenkant?

Vrolijk maakt Klein de pracht van de modewereld belachelijk. Normaal is niet normaal. Maar wat niet normaal is kan toch normaal zijn. Ernst is scherts. De spanningsboog van William Klein bestaat uit onzin die de marges van onze acceptatie probeert op te rekken. Dat is het.

Foto: Dorothy McGowan en Jean Rochefort in Qui êtes-vous, Polly Maggoo? van William Klein, 1966

Modelle in Blu: Yves Klein in Mondo Cane (1962)

Yves Klein (1928-1962) is geen Tsjechische kunstenaar. Hij was Frans en had een Nederlandse vader Frits Klein die in Bandung werd geboren. Yves’ handelsmerk was zijn ultramarijnpigment Klein Blue. Net als Orson Welles 12 jaar later in F for Fake bezweert Klein de wereld.

Muziek verraadt de herkomst. De ‘shockumentary’ Mondo Cane (1962) van Paolo Cavara, Franco Prosperi en Gualtiero Jacopetti mixt in de toverkijker documentaire en drama, goede en slechte smaak. Nino Oliviero en Riz Ortolani schreven het thema ‘Ti guarderò nel cuore‘ dat met Engelse tekst van Norman NewellMore‘ wordt. Ultieme muzak voor winkelcentra en liften. Klein krijgt een hartaanval tijdens de screening op het Cannes Filmfestival 1962 en overlijdt nog geen maand later op 6 juni.

More than the greatest love the world has known,
This is the love I give to you alone,
More than the simple words I try to say,
I only live to love you more each day.
More than you’ll ever know, my arms long to hold you so,
My life will be in your keeping, waking, sleeping, laughing, weeping,
Longer than always is a long long time, but far beyond forever you’re gonna be mine.
I know I’ve never lived before and my heart is very sure,
No one else could love you more.

Foto: Hoes van het album Mondo Cane (OST). In 1963 wordt ‘More’ genomineerd voor the Academy Award for Best Song.

Paris 1967: Joel Meyerowitz

Op de voorgrond loopt een Jean-Pierre Léaud-achtige volwassene achteromkijkend weg. Op de boulevard staat het verkeer vast. Joel Meyerowitz (1938- ) maakt de gevallen man tot focus. Onze blik tipt alle niveau’s aan. Werkelijkheid of niet? Wielrensters voor de Sacré-Cœur lijken te onderstrepen dat Roger Pingeon de Tour gewonnen heeft. Zijn hun snelle benen werkelijk echt? De schoenen doen vermoeden van niet.

Foto 1: Joel Meyerowitz, Fallen Man, Paris, 1967

Foto 2: Joel Meyerowitz, Zonder titel, Paris, 1967

Corset in kunst en mode: Horst P. Horst (1939)

In 1939 introduceert modemerk Mainbocher het corset dat breekt met een onscherp silhouet en vooruit loopt op de New Look van Christian Dior. De Duitse fotograaf Horst P. Horst (1906-1999) ensceneert zijn ultieme foto in de studio van het Parijse Vogue. Symbolisch op de grens van oud en nieuw. Horst en Mainbocher verhuizen daarop naar New York.

Wat goed is wordt geleend. Kristian en Marie Schuller combineren surrealistische motieven in hun film The Waist/ La Taille (2010) voor ShowStudio. Verkenning van en ode aan het menselijk lichaam door mode en bewegend beeld. In 1934 loopt Hans Bellmer vooruit op Horst. Toeval dat vier Duitse kunstenaars zich hier in een corset laten passen?

Foto 1: Horst P. Horst, Mainbocher Corset1939

Foto 2: Hans Bellmer, La poupée,1934. Virginia Lust Gallery, New York

Kunst van het Vallen: Bas Jan Ader en Asimo

Vallen is een kunst. Dat weet ik omdat ik met een gekneusde enkel aan huis gebonden ben. Ik viel verkeerd. Traplopen is een expeditie. Dat weet robot Asimo van Honda. Het mooist valt Bas Jan Ader in 1971. Met zijn minimalistische herinnering aan de Sprong in de Leegte uit 1960 van Yves Klein. Bas Jan Ader die in 1975 voorgoed in de leegte verdwijnt.

Struikelen is stotteren als vallen spreken is. Het Engelse ‘Stumbling‘ verbeeldt het gestrompel. De elegantie van het vallen door Yves Klein en Bas Jan Ader maakt jaloers. Hun val is kunst. Zonder verstuikte enkel.

Foto: Bas Jan Ader valt voor de vuurtoren van het Zeeuwse Westkapelle, 1971

Bobby Rydell en Neil Sedaka op Cinebox (1962)

Cinebox is de voorloper van de muziekvideo. Een jukebox met 16mm-film. Frankrijk ontwikkelt rond 1960 de Scopitone, Italië de Cinebox, dat in de VS vanaf 1963 Colorama heette. Rond 1970 is de rage over. Filmpjes zijn bewaard gebleven en vullen de popgeschiedenis aan.

Sway van het Italiaans-Amerikaanse tieneridool Bobby Rydell wordt vermoedelijk rond 1962 opgenomen. Het is een bewerking van het Spaanse ¿Quién será? van Pablo Beltrán Ruiz waarmee Dean Martin in 1954 al scoorde. De in Italië populaire Neil Sedaka zingt in 1962 voor Cinebox-Colorama zijn nummer-1 hit Breaking Up Is Hard to Do

They say that breaking up is hard to do
Now I know, I know that it’s true
Don’t say that this is the end
Instead of breaking up I wish that we were making up again

I beg of you, don’t say goodbye
Can’t we give our love another try
Come on baby, let’s start a new
‘Cause breaking up is hard to do 

Foto: Frankie Avalon met Cinebox