Mezhrabpom: Loss of Sensation (1935)

Mezhrabpom (1922-1936) was een Duits-Russische studio die meer dan 600 films maakte. Gangmakers waren de Duitse communist Willi Münzenberg en de Russische producent Moisei Aleinikov. Het Verdrag van Rapallo opende in 1922 mogelijkheden tot samenwerking tussen de verliezers van de Grote Oorlog. Hoofdkwartier zat in Berlijn en de studio’s in Moskou. De opkomst van Hitler en Stalin beëindigde het experiment.

De Berlinale 2012 besteedde aandacht aan Mezhrabpom. Het programma is overgenomen door het MoMA in New York. Gibel sensatsii (Loss of Sensation) uit 1935 van Aleksandr Andriyevsky is een van de eerste robotfilms ooit. Radiosignalen en saxofoons besturen de robots. Acht jaar na Metropolis van Fritz Lang en 15 jaar na de uitvinding van het woord robot in het toneelstuk R.U.R. van de Tsjech Karel Čapek.

Foto 1 en 2: Stills uit Gibel sensatsii (Loss of Sensation) van Aleksandr Andriyevsky, 1935

Foto 3: Affiche voor Gibel sensatsii door Viktor Klimaschin, 1935

Things To Come: 1936

De Britse science-fiction film Things To Come blinkt uit in ontwerp. Geen wonder omdat de beroemde set-designer William Cameron Menzies (1896-1957) de regisseur is. Kunstenaars Fernand Léger en László Moholy-Nagy en architect Le Corbusier werken mee. Producent is de Britse tycoon Alexander Korda. Rond die tijd ontwerpt Norman Bel Geddes op de New York World Fair voor het paviljoen van General Motors een kruising in de stad van de toekomst. De toekomst leeft.

De film toont optimisme en is gebaseerd op toekomstvisioenen van schrijver H.G. Wells die naar 2036 verwijzen. Wetenschap wordt positief beoordeeld in antwoord op Metropolis (1927) van Fritz Lang. Wat zien we? Dertig jaar slopende oorlog, honger en ziekte teistert Everytown. In de toekomst wordt de stad herbouwd en kondigt zich een tijdperk van vooruitgang aan. De dreigende oorlog maakt de film niet tot een succes.

Foto 1: Affiche voor Things To Come (1936). Credits: Heritage Auction Galleries

Foto 2: Set voor Things To Come (1936)

M van Metro

M is man en Maria, mens en massa. De 13de letter brengt geen ongeluk, maar verandering. M is een film van Fritz Lang (1897-1976). De stad zoekt de moordenaar van meisjes en gaat op mensenjacht. Moeders krijgen er hun vermoorde kind niet mee terug. De omvorming eindigt.

Onder de stad rijdt de metro die macht symboliseert. Een netwerk van lijnen verbindt de uithoeken. Treinen vervoeren reizigers onder de grond. Soms erboven. Kleuren, letters en cijfers geven betekenis aan de obscuriteit. In de metropool stromen massa’s mensen door de goot.

Foto 1: Peter Lorre als Hans Beckert in M (1931) van Fritz Lang

Foto 2: Station Porte d’Ivry, Parijse metro, lijn 7, omstreeks 1938

Seul ce soir

Tijdens de bezetting gaven songs hoop. Zoals in Frankrijk het melancholische Seul ce soir dat door Léo Marjane gezongen en Charles Trenet geschreven werd. Waar waren de krijgsgevangen mannen?

Je suis seule ce soir
Avec mes rêves,
Je suis seule ce soir
Sans ton amour.
Le jour tombe, ma joie s’achève,
Tout se brise dans mon cœur lourd.
Je suis seule ce soir
Avec ma peine
J’ai perdu l’espoir
De ton retour,
Et pourtant je t’aime encor’ et pour toujours
Ne me laisse pas seul sans ton amour.

Tussen de Duitse en Amerikaanse amusentsindustrie van die jaren zijn overeenkomsten. Ze versterkten zich met buitenlandse talenten. Van Zarah Leander, Kristina Söderbaum, Rosita Serrano, Lilian Harvey, Johan Heesters of Ilse Werner tot Fritz Lang, Billy Wilder of Marlene Dietrich. De laatsten gingen naar Hollywood. De Duitsers maakten in bezet gebied gebruik van lokale talenten. Zoals Léo Marjane in Parijs. Na de oorlog was haar ster verbleekt. Tijdens de oorlog werd dat anders ervaren.

De Duitsers trokken Belgische dansorkesten aan als Fud Candrix, Jean Omer of Stan Brenders en het Nederlandse Orchester Ernst van ’t Hoff. In de eerste oorlogsjaren was de Duitse economie booming. Waarom deze orkesten zo goed waren is een raadsel. Wisten ze de gouden middenweg te vinden tussen het Amerikaanse voorbeeld en de op de maat spelende Duitse Telefunken-dansmuziek?

Foto: Parijs tijdens de bezetting, André Zucca