Zitten in een eigen ontwerp: met of zonder masker

Een stoel, nogmaals dezelfde stoel, een vrouw met een masker, een man en nogmaals de gemaskerde vrouw. In opnieuw dezelfde stoel. Als een Ivanhoe van het modernisme met een masker. Staat de vijand voor de deur? Ach, zitten is een werkwoord zei Gerrit Rietveld. Poseren is nog harder werken. Kan een masker welbeschouwd scheel kijken?

De man heeft de stoel in 1925 ontworpen en is de Hongaarse architect en ontwerper Marcel Lajos Breuer (1902-1981). Hij zit in z’n eigen ontwerp. De eerste stoel van stalen buizen. En met leer. De vrouw draait zich om naar Erich Consemüller, de fotograaf. Ongewis blijft wie zij is. Lis Beyer die de jurk heeft ontworpen of Ilse Gropius, de vrouw van een andere architect? Stichter van het Bauhaus. Consequent als het Lis Beyer was. Zittend in haar eigen ontwerp. Maar we weten er niets van.

Foto 1 en 3: Erich Consemüller, Vrouw met masker van Oskar Schlemmer en jurk van Lis Beyer in Wassily-stoel (B3) van Marcel Breuer, 1927

Foto 2: Marcel Breuer in Wassily-stoel (B3)

Z van Zigzag


De Z is de laatste letter. De buitenvetter van het alfabet. Dat leidt tot zigzag gedrag. Vanwege het wachten. Kwispelstaartend kondigt het een einde aan. Zwart is de kleur van het afscheid. Zo valt alles te combineren. In kleur, in vorm, in geur of in weefsel. De ene voorstelling is neef van de ander, de andere is tante van de een. Alles naait zigzag.

Als troost leggen we een verband dat we graag zien. Materiaal hangt samen. Gedwongen in een verhaal. Waarom staan en te trappelen? Niemand die het weet. Zo zijn de raadsels van het leven. De Zeitgeist van nu wordt gekenmerkt door de Z-generatie die zapt. Zoiets? Het valt niet te zeggen. Je kunt de Z beter gewoon nageven dat het van allen de mooiste bocht maakt. Meer is er niet.


Foto 1: Zigzag-line dress, Christian Dior, 1948 
Foto 2: Zigzagstoel, Gerrit Rietveld, 1935