Late Spring: Yasujiro Ozu (1949)

Filmen is zo simpel. Niet overhaasten, tijd nemen. Op zithoogte. Banshun (Late Spring) uit 1949 van Yasujiro Ozu is verzadigd van ‘Japansheid’. Tempels, zentuinen, het landschap rond Kyoto. David Bordwell merkt in z’n monografie op dat het dient om het traditionele Japan te verzoenen met het nieuwe liberalisme van de bezettingstijd. Dat blijkt uit de fietsscène. Het kon ook een tochtje langs de Italiaanse Po zijn in een neo-realistische film als Luchino Visconti’s Ossesione (1943).

De vader (Chishu Ryu) liegt de dochter (Setsuko Hara) voor dat-ie hertrouwt zodat zij gerust kan trouwen. Van haar hoeft het niet. Maar als 25-jarige (‘Late Spring’) moet ze op zoek naar een man. De moderniteit van het naoorlogse Japan dwingt haar in een eng individualisme zonder zeggenschap. Wat mag ze denken? Verandering komt ten koste van iets. Dat besef ontroert. Niet uit vals sentiment, maar als verbeelding van de vergankelijkheid. De vader geeft dat iets door aan de dochter. Met liefde.

09_18_08i

Foto: Still van trouwscène uit Banshun (1949) van Yasujiro Ozu met vader (Chishu Ryu) die naar dochter (Setsuko Hara) kijkt.

Route 66: Bobby Troup (1964)

Pianist, songwriter en acteur Bobby Troup (1918-1999) speelt in 1964 het in 1946 door hem geschreven nummer ‘Route 66‘. Over de autosnelweg tussen Chicago en Los Angeles. Nat King Cole neemt het al in 1946 op. Het filmpje begint met zangeres Julie London, de echtgenote van Troup. In een Snader Telescription uit 1951 speelt Nat King Cole het nummer met Irving Ashby (g), Joe Comfort (b) en Jack Costanzo (conga).

If you ever plan to motor west,
travel my way, take the highway that is best.
Get your kicks on Route sixty-six.

It winds from Chicago to LA,
more than two thousand miles all the way.
Get your kicks on Route sixty-six.

Now you go though Saint Looey
Joplin, Missouri,
and Oklahoma City is mighty pretty.
You see Amarillo,
Gallup, New Mexico,
Flagstaff, Arizona.
Don’t forget Winona,
Kingman, Barstow, San Bernandino.

Foto: Bobby Troup en Julie London, 1955-1960

Russell Lee verbeeldt Amerika voor de Amerikanen (1936-1944)

Russell Lee (1903-1986) geeft de Amerikanen een beeld van de Depressie. Lee is ook bekend door de portrettering van etnische groepen. Zoals acht Japans-Amerikaanse vrouwen voor een kapsalon in het concentratiekamp waarin ze geïnterneerd zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Of vijf meisjes die iets te lachen hebben. Say Cheese.

Russell Lee werkt voor de Farm Security Administration (FSA) dat tijdens de oorlog overgaat in de Office of War Information (OWI). Onder leiding van Roy Stryker. Het project neemt als onderdeel van de New Deal de armoede van het Amerikaans platteland creatief op de korrel.

Foto 1: Russell Lee, Kamp voor Japans-Amerikanen, noodevacuatie, [Tule Lake Relocation Center, Newell, Calif.], 1942 of 1943; acht vrouwen voor kapsalon

Foto 2: Russel Lee, Kamp voor Japans-Amerikanen, noodevacuatie, [Tule Lake Relocation Center, Newell, Calif.], 1942 of 1943; vijf lachende vrouwen

Foto 3: Beaumont Newhall, Roy Stryker en FSA-fotografen, 1939-1943; v.l.n.r.: John Vachon, Arthur Rothstein en Russell Lee met Roy Stryker (rechts) die foto’s bekijken

Kunst van het Vallen: Bas Jan Ader en Asimo

Vallen is een kunst. Dat weet ik omdat ik met een gekneusde enkel aan huis gebonden ben. Ik viel verkeerd. Traplopen is een expeditie. Dat weet robot Asimo van Honda. Het mooist valt Bas Jan Ader in 1971. Met zijn minimalistische herinnering aan de Sprong in de Leegte uit 1960 van Yves Klein. Bas Jan Ader die in 1975 voorgoed in de leegte verdwijnt.

Struikelen is stotteren als vallen spreken is. Het Engelse ‘Stumbling‘ verbeeldt het gestrompel. De elegantie van het vallen door Yves Klein en Bas Jan Ader maakt jaloers. Hun val is kunst. Zonder verstuikte enkel.

Foto: Bas Jan Ader valt voor de vuurtoren van het Zeeuwse Westkapelle, 1971

Ponton- en schipbruggen (1865-1901)

Pontonbruggen of schipbruggen zijn doorgaans noodbruggen. Ze stremmen de vaart en kunnen troepen over het water zetten. The Army of the James opereert van juni 1864 tot april 1865 langs de James in Virginia gedurende de laatste fase van de burgeroorlog. Kimbei (Kusakabe Kimbei 1841-1923), was leerling van Beato en assisteerde hem bij het inkleuren. Net als T. Enami had-ie een studio in Yokohama. Vanaf 1881.

Reguliere pontonbruggen zijn ondoelmatig als ze verkeersstromen niet meer kunnen verwerken. Dat blijkt rond 1905 bij de Indiase Howrah Bridge. In 1943 is de nieuwe brug klaar. Vlot is anders. Een Duitse firma die het goedkoopst inschrijft wordt geen opdracht gegund. Oorlog?

Foto 1: Pontonbrug bij Richmond, Virginia, VS, 1865

Foto 2: Kusakabe Kimbei, Schipbrug over de Handa bij Maitabasai, Japan, omstreeks 1880-1890

Foto 3: Pontonbrug bij Howrah (Calcutta), India, omstreeks 1901

Hiroshige en sneeuw op de Tokaido (1831-1834)

Katsushika Hokusai was inspiratiebron voor Ando Hiroshige (1797-1858). De kunst van de houtsnede, de ukiyo-eKambara is het 16de station van de Tōkaidō, de belangrijkste route van Tokyo naar Kyoto. Een bergdorp tijdens de avondschemering onder een dik pak sneeuw. Drie mensen zwoegen, een het hoofd begraven in een halfopen paraplu.

Kameyama is het 47ste station. Reizigers lopen in diepe sneeuw tegen een steile helling naar het kasteel van Kameyama. Helder weer. Vanaf 1863 reist de Italiaans-Britse fotograaf Felice Beato (1825-1909) door Japan waar-ie de Edo-periode vastlegt. Waaronder de Tōkaidō.

Foto 1: Kambara op de Tōkaidō Route

Foto 2: Kameyama op de Tōkaidō Route

Foto 3: Zicht op de Tōkaidō Route ter hoogte van de Hakone Pas (1863-1868)

O van Oorlog

O is oog. Een cirkel met middenin een punt. De 15de letter streeft naar perfectie en kan diep vallen. O is soms een nul en lijkt het meest op een cijfer. Om ongecompliceerd doden te tellen. Oranje is de kleur van veroordeelde criminelen. Rood en zwart zijn de kleuren van de oorlog.

Oorlogsgoden zijn ook vruchtbaarheidsgoden. Door chaos ontstaat kracht voor opbouw. Oorlog is dubbelheid. Perfect verbeeld in Devils on the Doorstep (2000) van Jiang Wen. Angst, kracht, afstoten, verleiding, schoonheid en vernietiging teruggebracht tot een Japanse muziekkapel.

Foto 1: Britse en Franse troepen in bivak tijdens de Krimoorlog (1854-1855)

Foto 2: Japanese Cavalerie eenheid marcheert Peking binnen, 31 juli 1937

Chamberlain ziet niet, luistert niet en hoort niet: 1938

De Britse premier Neville Chamberlain heeft een papier. Daarop is-ie apetrots. Want hij heeft in München de vrede gered. Denkt-ie. De datum is veelzeggend: september 1938. Wij weten wat volgt. Hitler koopt uitstel en mag Sudetenland inlijven. Zodat Tsjecho-Slowakije machteloos wordt. Chamberlain gedraagt zich netjes en praat over Peace For Our Time. Ook da’s van alle tijden. Zijn papier is even geduldig als hijzelf.

Horen, Zien en Zwijgen. Of: Luister niet, kijk niet, en spreek niet. Geeft onderstaande foto commentaar op de opstelling van Chamberlain? Kunnen we meer dan 70 jaar later dan nog begrijpen hoe 1938 voelt?

Foto 1: Neville Chamberlain toont na terugkomst het vredesverdrag van München, 1938

Foto 2: Twee maiko en een geisha in Horen, zien en zwijgen; rond 1890

Beyond The Blue Horizon

Jeannette MacDonald zit als gravin Helena Mara in een Franse trein en barst in zingen uit. Het is 1930, de geluidsfilm gloednieuw, titel Monte Carlo en regisseur Ernst Lubitsch. Bekend van zijn touch. Richard A. Whiting en W. Franke Harling schrijven de muziek en Leo Robin de tekst. Op het land wordt vrolijk gewerkt. De crisis verdwijnt achter de horizon.

Beyond the blue horizon
Waits a beautiful day
Goodbye to things that bore me
Joy is waiting for me

I see a new horizon
My life has only begun
Beyond the blue horizon
Lies a rising sun

Iets voor gokkers en liefde. Het lijflied van Jeanette MacDonald (1903-1965). Tijdens de strijd met de Japanners verandert ze rising sun door shining sun. Waarom zou ze de vijand van Amerika symboliseren? Midden jaren ’40 geeft organist Artie Dunn van The Three Suns er weer een andere draai aan: morning sun. Horizon blijft horizon. Stel je voor.

Foto: Jeanette MacDonald en Jack Buchanan in Monte Carlo, 1930

Mount Fuji: Hokusai

Zesendertig gezichten op de berg Fuji zijn voor kalenders of musea, maar waren voor de massa. Houtsneden van de Japanse Katsushika Hokusai (1760-1849). Deze ukiyo-e zijn door de brede onderwerpkeuze vergelijkbaar met Nederlandse 17de-eeuwse schilderijen. Courtisanes, Kabuki-acteurs, erotische scenes, handelaren, boeren en landschappen.

In de eerste prent lijkt Mount Fuji op te rijzen uit het landschap. Een vrouw verliest papieren die wegwaaien uit haar kimono en een kruier zijn hoed. Zo’n compositie met voor- en achtergrond inspireerde later weer Japanse cineasten in hun ensceneringVoor optimale dieptewerking. Maar gewoon toepassing van een aloude repoussoir-schildertechniek.

Prent 1: Hokusai, Sunshū ejiri (Ejiri in de provincie Suruga)

Prent 2: Hokusai, Gohyaku-rakanji SazaidōSazai Hall, Temple of Five Hundred Rankan

Foto: Fuji from Lake Motosu door Herbert George Ponting, 1905