Late Spring: Yasujiro Ozu (1949)

Filmen is zo simpel. Niet overhaasten, tijd nemen. Op zithoogte. Banshun (Late Spring) uit 1949 van Yasujiro Ozu is verzadigd van ‘Japansheid’. Tempels, zentuinen, het landschap rond Kyoto. David Bordwell merkt in z’n monografie op dat het dient om het traditionele Japan te verzoenen met het nieuwe liberalisme van de bezettingstijd. Dat blijkt uit de fietsscène. Het kon ook een tochtje langs de Italiaanse Po zijn in een neo-realistische film als Luchino Visconti’s Ossesione (1943).

De vader (Chishu Ryu) liegt de dochter (Setsuko Hara) voor dat-ie hertrouwt zodat zij gerust kan trouwen. Van haar hoeft het niet. Maar als 25-jarige (‘Late Spring’) moet ze op zoek naar een man. De moderniteit van het naoorlogse Japan dwingt haar in een eng individualisme zonder zeggenschap. Wat mag ze denken? Verandering komt ten koste van iets. Dat besef ontroert. Niet uit vals sentiment, maar als verbeelding van de vergankelijkheid. De vader geeft dat iets door aan de dochter. Met liefde.

09_18_08i

Foto: Still van trouwscène uit Banshun (1949) van Yasujiro Ozu met vader (Chishu Ryu) die naar dochter (Setsuko Hara) kijkt.

Mount Fuji: Hokusai

Zesendertig gezichten op de berg Fuji zijn voor kalenders of musea, maar waren voor de massa. Houtsneden van de Japanse Katsushika Hokusai (1760-1849). Deze ukiyo-e zijn door de brede onderwerpkeuze vergelijkbaar met Nederlandse 17de-eeuwse schilderijen. Courtisanes, Kabuki-acteurs, erotische scenes, handelaren, boeren en landschappen.

In de eerste prent lijkt Mount Fuji op te rijzen uit het landschap. Een vrouw verliest papieren die wegwaaien uit haar kimono en een kruier zijn hoed. Zo’n compositie met voor- en achtergrond inspireerde later weer Japanse cineasten in hun ensceneringVoor optimale dieptewerking. Maar gewoon toepassing van een aloude repoussoir-schildertechniek.

Prent 1: Hokusai, Sunshū ejiri (Ejiri in de provincie Suruga)

Prent 2: Hokusai, Gohyaku-rakanji SazaidōSazai Hall, Temple of Five Hundred Rankan

Foto: Fuji from Lake Motosu door Herbert George Ponting, 1905