Earl Bostic (1913-1965): Heavy op altsax

In de jaren ’70 kocht ik op het Waterlooplein een 78-toerenplaat met dit nummer. En op de andere kant Sweet Lorraine. Ik kende vaag de naam van de uitvoerder en kon mijn oren niet geloven toen ik thuis de plaat speelde. Met op vibes Gene Redd. De Wikipedia-pagina over Earl Bostic is of gekaapt door zijn nabestaanden of het vertelt de waarheid. Namelijk dat Bostic de technisch meest begaafde altsaxofonist was die zelfs die andere meester op alt Charlie ‘Bird’ Parker de baas was. Zou het echt?

EB

Het doet Earl Bostic (1913-1965) hoe dan ook tekort om hem de scheurende sax van de R&B te noemen die ruw huilebalk (cry-baby) songs speelt. Midden in de traditie staand verbindt hij Sidney Bechet met John Coltrane. Maar het is lastig oordelen want hij zette zijn ultieme technische kunnen nooit op de plaat. Tegen die andere alt Lou Donaldson zei hij: ‘Don’t play anything you can play good on a record, because people will copy it.’ Grootspraak? In elk geval jammer. Daarom moeten we het doen met Earl Bostic zoals hij niet is. Maar da’s goed genoeg.

Invitation: 1950-1952-1958-1975

Lana Turner schittert met Ray Milland in A Life of Her Own (1950) van ‘vrouwenregisseur’ George Cukor. De soundtrack met het hoofdthema is van de Pools-Amerikaanse componist Bronislaw Kaper (1902-1983) die vanaf 1935 onder contract stond bij ‘major’ MGM. Omdat A Life of Her Own het aan de kassa niet zo goed deed werd het thema in 1952 als titelsong voor het romantische drama Invitation hergebruikt. Paul Francis Webster schreef er een tekst bij. Zo werd een ‘standard’ geboren.

7390

Wherever I go
You’re the glow of temptation
Glancing my way
In the grey of the dawn

And always your eyes
Smile that strange invitation
When you are gone
Where oh, where have you gone?

Dexter Gordon speelt met gitarist Philip Catherine in 1975 een van z’n beste solo’s ooit. Volgens Gordon zelf. Hij benadrukt het jagend-spookachtige aspect van het thema meer dan John Coltrane die in z’n befaamde vertolking uit juli 1958 de spanning opbouwt met lange lijnen.

Foto: Affiche van ‘A Life of Her Own‘ (1950).

Sweet Smell of Success: 1957

Sweet Smell of Success is een meesterwerk van Alexander Meckendrick uit 1957. Journalist J.J. Hunsecker is Burt Lancaster. Martin Milner speelt Steve Dallas, een gitarist in een jazzkwintet die iets krijgt met Hunseckers zus. Deze verhindert dat en neemt daartoe Sidney Falco in de arm. Gespeeld door Tony Curtis. Hunsecker is meedogenloos.

Chico-Hamilton-Quintet1-1

Een onderschrift bij een foto omschrijft het perfect: ‘The Chico Hamilton Quintet appeared in several scenes and helped shape the film’s hip, modernistic late-1950s atmosphere‘. De sfeer van Johnny Staccato of The Connection. Trouwens meer clichésituatie, dan echte vrijheid die het suggereert. Pas rond 1959 bevrijdt de jazz zich naar vrijere vormen. De muziek liep zo enkele jaren vooruit op wat in de jaren ’60 zou komen.

The Chico Hamilton Quintet-2

Foto 1: Success: ‘The Chico Hamilton Quintet appeared in several scenes and helped shape the film’s hip, modernistic late-1950s atmosphere’

Foto 2: Hoes van het album uit 1957 met muziek van ‘Sweet Smell of Success‘ door het Chico Hamilton Quintet.

Impressions met John Coltrane (1963)

Het is 7 december 1963. San Francisco. John Coltrane (1926-1967) speelt 30 minuten voor de Jazz Casual serie van Ralph Gleason. Voor uitzending op Nationale Educatieve Televisie (NET-TV) met meer dan 200 stations. Die focus maakt Trane ontspannen. Aandacht is verzekerd.

Jazzfans kennen de lineup van dit klassieke kwartet zoals Beatlesfans praten over John, Paul, George en Ringo. John Coltrane (ts), McCoy Tyner (p), Jimmy Garrison (b) en Elvin Jones (dr). Drie nummers worden opgenomen: Afro Blue, Alabama en Impressions. De laatste twee eigen composities van Trane. De goedaardige jazzreus laat indrukken na.

Foto: John Coltrane

Tragische held: Krzysztof Komeda

Nóż w wodzie (Mes in het Water) dateert van 1962. De eerste lange speelfilm van Roman Polanski en de zevende voor pianist en componist Krzysztof Komeda (1931-1969). Als gevolg van een ongeluk overlijdt-ie te vroeg. In kleine kring is zijn roem gevestigd. Buiten Polen lijkt deze cult held vergeten. Of het moet voor de muziek van Rosemary’s Baby zijn.

Onder het communisme verkende Krzysztof Komeda de grenzen aan de vrijheid. Hij had het geluk dat Chroestjovs destalinisatie gelijk opging met zijn loopbaan die op het 1ste Jazzfestival van Sopot 1956 van start ging. Met een Gerry Mulligan-achtig kwintet. Of Lars Gullin? In elk geval klinkt er een echo van vrijheid die toentertijd gretig werd ontvangen.

Met Astigmatic werkt Komeda in 1965 de muziek van John Coltrane en Ornette Coleman uit. Een Europese variant die door de montage van versnellen en vervagen filmisch en energiek overkomt. Tomasz Stanko en Bernt Rosengren houden Krzysztof Komeda in de dood levend. Met een ode die wel en niet nostalgisch is: zowel eindpunt als vertrekpunt.

Come Rain or Come Shine

Op 10 januari 1958 neemt John Coltrane in New York Come Rain or Come Shine op. Volgens de discografie van Jepsen dezelfde sessie als Lush Life. Een kwintet met Donald Byrd (tp), Red Garland (p), Paul Chambers (b) en Louis Hayes (dr). Het verschijnt op The Last Trane als Prestige 7378, Amerikaanse persing. Een laatste stap voor Giant Steps. Het prijsje zit nog op mijn elpee: 9,90 gulden.

Maakt het iets uit of het regent of dat de zon schijnt? In de studio niet, maar op straat wel. Op 1 december 1962 regent het in Lake Grove Union Station in Lake Oswego, Oregon. Ralph Carson glimlacht naar de fotograaf. Dat weten we omdat het is geboekstaafd.

Architectuurfotograaf Julius Shulman (1910-2009) vereeuwigt  in 1956 een tankstation van Mobil Oil als icoon van het moderne leven. Schaduwen slaan hun slag. Da’s 16 jaar nadat Edward Hopper zijn beroemde Gas schildert. Tweemaal het Pegasus-symbool van Mobil Oil. Bij Hopper kan elk moment iets gebeuren. Afgezonderd staat alles stil zonder benzine.

Wat hebben John Coltrane, Mobil Oil, Pegasus, Ralph Carson, Julius Shulman en Edward Hopper met elkaar te maken? Zijn ze allen aangespoeld op een verlaten strand van het internet? Hun resten worden gejut voor een nieuw verhaal. Dat vertelt over regen en zonneschijn, over muziek en weemoed van de tijd die passeert. Come Rain or Come Shine.

Foto 1: Lake Grove Union Station, Lake Oswego, Oregon

Foto 2: Mobil Gas Station 1956

Foto 3: Gas van Edward Hopper, 1940

Transitie 1961

Muren worden afgebroken en opgebouwd. Passanten passen zich aan. De Berlijnse Muur groeit om 28 jaar later weer te slinken. Freedom Riders testen in het zuiden van de VS de segregatie tussen zwart en wit. Progressie gaat niet overal even hard. Soms is toekomst het verleden.

Overgang is dan teruggang. Het beeld is gemengd. Belgisch-Congo stort in elkaar. Scheidend president Eisenhower waarschuwt voor het militair-industrieel complex. Joeri Gagarin verovert ruimte. Fellini’s La Dolce Vita schetst zoet leven. John Coltrane improviseert zijn Favorite Things. De straat kent meer blues dan West Side Story.

Foto 1: Bouw van de Berlijnse Muur, 1961

Foto 2: Dominee Martin Luther King jr. met Freedom Riders in Montgomery, Alabama, VS, 1961