The Pied Pipers en Frank Sinatra dromen (1941-51)

De Pied Pipers Chuck Lowry, Louanne Hogan, Clark Yocum en Hal Hopper zingen in 1951 ‘Dream‘. In een Telescriptions van Louis Snader. Met het Ernie Felice Quartet en de hemelse klanken van de celesta. De standard van Johnny Mercer maken de Pied Pipers in 1945 tot een hit.

Dream, when you’re feeling blue
Dream, that’s the thing to do
Just watch the smoke rings rise in the air
You’ll find your share of memories there

So dream when the day is through
Dream, and they might come true
Things never are as bad as they seem
So dream, dream, dream

Louanne Hogan maakt in 1951 deel uit van de groep. Al een jongere generatie na Jo Stafford en June Hutton. Zelfs vandaag bestaat de zoetgevooisde vocale groep nog. Maar de swing van de jaren ’30 en ’40 is het hoogtepunt. Samen met Frank Sinatra en de big band van Tommy Dorsey. In 1941 zingen de Pied Pipers en The Voice ‘Look at me Now’ van pianist Joe Bushkin en John DeVries. Het begin van een vriendschap. Tussen Sinatra en de bobby soxers, en met de Pied Pipers.

I’m not the guy who cared about love 
And I’m not the guy who cared about fortunes and such 
I never cared much 
Oh, look at you now! 

Foto: Van links naar rechts: Tommy Dorsey, Chuck Lowry, Jo Stafford, Frank Sinatra, Clark Yocum en John Huddleston, 1941-42

Herfstbladeren met Yves Montand (1951)

Yves Montand zingt Les Feuilles Mortes van dichter Jacques Prévert en componist Joseph Cosma in Parigi è sempre Parigi van Luciano Emmer. Parijs is altijd Parijs. Oudere zussen houden ervan.

Montand is 20 jaar dood. Zijn presentatie tussen chanson en jazz bedient de puristen niet. Maar alle anderen wel. Herfstbladeren leven altijd voort met de melancholie van het herinneren en het niet vergeten:

C’est une chanson qui nous ressemble,
Toi tu m’aimais et je t’aimais
Et nous vivions tous deux ensemble,
Toi qui m’aimais, moi qui t’aimais.

Mais la vie sépare ceux qui s’aiment,
Tout doucement, sans faire de bruit
Et la mer efface sur le sable
Les pas des amants désunis

Les Feuilles Mortes wordt door Johnny Mercer vertaald als Autumn Leaves en een instant jazz-klassieker. Miles Davis kiest het in 1958 voor Somethin’ Else van Cannonball Adderly. Middenin zijn Franse periode.

Foto: Yves Montand tussen filmopnamen van La Legge (1959) van Jules Dassin

Laura, the face in the misty lights

Ooit vroeg de eigenaar van een Brugs jazzcafé wat ik wilde horen. Nog in de tijd van de elpee. Bird with Strings antwoordde ik. Hij legde Laura op zijn Dual. De versie van zomer 1950. Charlie Parker met Strings was toen zo populair dat de studioband een working band werd en het tot in Carnegie Hall bracht. Ik bestelde nog een trappist.

Laura is film en song. De film noir van Otto Preminger uit 1944 met Gene Tierney en Dana Andrews was er het eerst. David Raskin maakte een jaar later de muziek, Johnny Mercer de lyrics. Film en song, Bird en Frank Sinatra, Woody Herman en Dick Haymes lopen door elkaar. Daar tussendoor loopt Laura. Da’s de Amerikaanse cultuur waarin alles op een hoogtepunt samenwerkt en dromen verkoopt. Zo ontstaan standards.

Laura is the face in the misty lights
Footsteps that you hear down the hall
The laugh that floats on a summer night
That you can never quite recall

And you see Laura on the train that is passing through
Those eyes how familiar they seem
She gave your very first kiss to you
That was Laura but she’s only a dream

Foto: Gene Tierney in Laura van Otto Preminger, 1944