August Sander portretteert de Duitsers (1914)

Duitsland, 1914. Waar gaan de jonge boeren heen? Hun werkdag zit erop. Zijn het broers? Ze kijken fotograaf August Sander (1876-1964) aan. In een arrangement dat terloopsheid suggereert. Wandelstokken staan aan de grond genageld. De linker boer beweegt losser en de rechter staat versteend. Hun hoofden rusten op de horizon. Is het al oorlog?

Kleding typeerde ooit het beroep. In Duitsland kleden ambachtslui van gilden zich nog in Zunftbekleidung. Zoals de rondtrekkende timmerlui in Hamburg. Maar de drie boeren nemen met hun zwarte pak juist afstand van hun beroep. Ze stralen trots uit. August Sander legt het vast met rust, strenge soberheid en statigheid van de nieuwe zakelijkheid.

Foto 1: August Sander, Jonge Boeren of (interpretatie) Boeren uit  het Westerwald op weg naar de dans, 1914

Foto 2: August Sander, Reizende timmerlieden, Hamburg, 1928

Ed Kienholz gedenkt de oorlog

Onderdeel van de vaste opstelling van Museum Ludwig in Keulen is The Portable War Memorial (1968) van Ed Kienholz. Nederlanders zouden Kienholz kunnen kennen door de installatie The Beanery als het Stedelijk Museum het zou opstellen. Maar door een flinke verbouwing en het uitlopen ervan is de kroeg al jaren gesloten. De herhaaldelijke herinnering door publicist Henk Hofland dat het Stedelijk het werk niet toont grift het ontbreken ervan in ons cultureel geheugen. Het optimaliseert verlangen.

The Portable War Memorial is een gedenkteken voor de oorlog. In 1968 is de referentie naar Vietnam niet ver. Maar evenmin naar Iwo Jima. Ed Kienholz speelt met beelden in ons hoofd. Maar de hoofden onder de helmen zijn leeg. De verpakking is uniform. Wie lang kijkt ziet in de kritiek op de oorlog de gewenning eraan. Zoals altijd maakt vechten hongerig. Amerikanen nemen hot dogs mee. Want zaken gaan gewoon door. Juist tijdens oorlog. Zo’n idee is makkelijk verplaatsbaar.

Foto’s: The Portable War Memorial van Ed Kienholz in Museum Ludwig Keulen