Rita Reys: Deed I Do (1953)

Deed I Do is een standard uit 1926 van tekstschrijver Fred Rose en Walter Hirsch. Geen heel bekend nummer. In 1953 spelen Wessel en Rita in Stockholm op vakantie met Zweedse musici. Met ‘ster’ bariton Lars Gullin op alt. Ze vinden elkaar in vier nummers waarvan dit er een is.

Do I want you? Oh my, do I?
Honey, ‘deed I do
Do I need you? Oh my, do I?
Honey, ‘deed I do

I’m glad that I’m the one who found you
That’s why I’m always hangin’ ‘round you
Do I love you? Oh my, do I?
Honey, ‘deed I do
Wessel_Ilcken_Rita_Reys

Rita Reys (1924-2013) is niet meer. Ze was er altijd. Europa’s First Lay of Jazz, zoals ze vanaf de jaren ’50 werd genoemd. Stijlvol swingend en altijd het luisteren waard. Maar zoveel meer succes had ze kunnen hebben, zegt men. Jarenlang is haar nagedragen dat ze in de jaren ’50 in de VS voor de veilige weg koos. Werkelijk? Drummer Wessel Ilcken en pianist Pim Jacobs waren de mannen in haar leven, da’s wel zeker.

Rita Reys’ vakmanschap is haar natuur. Zoals de improvisatie van de manouche-musici Hono Winterstein, Dorado Schmitt en diens zuster Luna zoveel jaar later. Zo’n echo knijpt de keel dicht. Voorgoed. Op reis.

Foto: Wessel Ilcken en Rita Reys; promotiefoto voor Philips, midden jaren ’50.

Tragische held: Krzysztof Komeda

Nóż w wodzie (Mes in het Water) dateert van 1962. De eerste lange speelfilm van Roman Polanski en de zevende voor pianist en componist Krzysztof Komeda (1931-1969). Als gevolg van een ongeluk overlijdt-ie te vroeg. In kleine kring is zijn roem gevestigd. Buiten Polen lijkt deze cult held vergeten. Of het moet voor de muziek van Rosemary’s Baby zijn.

Onder het communisme verkende Krzysztof Komeda de grenzen aan de vrijheid. Hij had het geluk dat Chroestjovs destalinisatie gelijk opging met zijn loopbaan die op het 1ste Jazzfestival van Sopot 1956 van start ging. Met een Gerry Mulligan-achtig kwintet. Of Lars Gullin? In elk geval klinkt er een echo van vrijheid die toentertijd gretig werd ontvangen.

Met Astigmatic werkt Komeda in 1965 de muziek van John Coltrane en Ornette Coleman uit. Een Europese variant die door de montage van versnellen en vervagen filmisch en energiek overkomt. Tomasz Stanko en Bernt Rosengren houden Krzysztof Komeda in de dood levend. Met een ode die wel en niet nostalgisch is: zowel eindpunt als vertrekpunt.