V van Verlangen

V is de 22ste letter. Ooit uitwisselbaar met U en F, W, B, M. De V komt van ver. Het wijst naar victorie en vie, leven. Naar vrouwelijkheid. Bezit is het einde aan het verlangen. Eenmaal vervuld is het voorbij. Evolutie is oorsprong voor verlangen. Zonder jacht en ambitie gebeurt er niets. Kunst en taal profiteren van het verlangen. Veel verhalen worden verteld om te benadrukken dat een verstoord evenwicht wordt hersteld.

Marlene Dietrich verbeeldt verlangen en verleiding. In Desire trekt ze aan door afstand. De blik van de bewonderaar voldoet niet. Haar leven laveert tussen gebroken landen, harten en geschiedenissen. Bijvangst van de goede Duitser. Nog een klassieke Hollywood-film is Tennessee Williams’ A Streetcar Named Desire. Marlon Brando als oerkracht. Het creëert de behoefte bij het Amerikaanse publiek naar serieuze cinema. Da’s weer een ander soort verlangen.

Foto 1: Marlene Ditrich in Desire van Frank Borzage, 1936

Foto 2: Marlon Brando en Vivian Leigh in A Streetcar Named Desire van Elia Kazan, 1951

Seul ce soir

Tijdens de bezetting gaven songs hoop. Zoals in Frankrijk het melancholische Seul ce soir dat door Léo Marjane gezongen en Charles Trenet geschreven werd. Waar waren de krijgsgevangen mannen?

Je suis seule ce soir
Avec mes rêves,
Je suis seule ce soir
Sans ton amour.
Le jour tombe, ma joie s’achève,
Tout se brise dans mon cœur lourd.
Je suis seule ce soir
Avec ma peine
J’ai perdu l’espoir
De ton retour,
Et pourtant je t’aime encor’ et pour toujours
Ne me laisse pas seul sans ton amour.

Tussen de Duitse en Amerikaanse amusentsindustrie van die jaren zijn overeenkomsten. Ze versterkten zich met buitenlandse talenten. Van Zarah Leander, Kristina Söderbaum, Rosita Serrano, Lilian Harvey, Johan Heesters of Ilse Werner tot Fritz Lang, Billy Wilder of Marlene Dietrich. De laatsten gingen naar Hollywood. De Duitsers maakten in bezet gebied gebruik van lokale talenten. Zoals Léo Marjane in Parijs. Na de oorlog was haar ster verbleekt. Tijdens de oorlog werd dat anders ervaren.

De Duitsers trokken Belgische dansorkesten aan als Fud Candrix, Jean Omer of Stan Brenders en het Nederlandse Orchester Ernst van ’t Hoff. In de eerste oorlogsjaren was de Duitse economie booming. Waarom deze orkesten zo goed waren is een raadsel. Wisten ze de gouden middenweg te vinden tussen het Amerikaanse voorbeeld en de op de maat spelende Duitse Telefunken-dansmuziek?

Foto: Parijs tijdens de bezetting, André Zucca