Blue Camel als gekleurd exotisme

De ‘blauwe kameel‘ klinkt als de naam van sigarettenmerk of een bar in een zwart-wit film met Humphrey Bogart. De concurrende bar in Casablanca met de gewichtige Sidney Greenstreet heet de ‘Blue Parrot‘.

Of de naam voor een muziekalbum uit 1992 met Oriëntaalse invloeden dat Oost en West verbindt. Zoals de Duits-Frans-Libanese oud-speler Rabih Abou-Khalil doet. Die andere Anouar Brahem die met zijn melodieën een Westers publiek weet te benaderen met betovering.

Timbuktu Fabric is behang van de Britse ontwerper Andrew Martin met een blauwe kamelencaravaan tegen een zandkleurige achtergrond. De kameel heeft twee bulten, de dromedaris een. Met het Arabische ǧamal worden ze allebei bedoeld. Zodat een Blue Camel ook een Blue Dromedary kan zijn. Dat klinkt in de verte niet als exotisch raffinement.

Foto 1: AlbumhoesBlue Camel‘ voor enja-records van Rabih Abou-Khalil

Foto 2: Andrew Martin, Timbuktu Fabric, ontwerp voor behang

Foto 3: Duitse Heupfles ‘Kameel’ van Schafer & Vater

My Heart Belongs To Daddy (1938-1946-1954)

Mary Martin (1913-1990) zingt My Heart Belongs To Daddy in Night and Day (1946). Een fictieve biografie van tekstdichter Cole Porter (1891-1964). Homosexueel, gelukkig getrouwd en briljant. Hij schreef de song voor de broadwayshow Leave It To Me! (1938) die Martin tot ster maakte.

While tearing off a game of golf
I may make a play for the caddy
But when I do, I don’t follow through
Cause my heart belongs to Daddy

If I invite a boy some night
To dine on my fine food and haddie
I just adore, his asking for more
But my heart belongs to Daddy

Yes, my heart belongs to Daddy
So I simply couldn’t be bad
Yes, my heart belongs to Daddy
Da, Da, Da, Da, Da, Da, Da, Da, DAAAAD

So I want to warn you laddie
Though I know that you’re perfectly swell
That my heart belongs to Daddy
Cause my Daddy, he treats it so well

Het Great American Songbook heeft jazzmusici altijd aangetrokken. Charlie ‘Bird’ Parker (1920-1955) werkte in 1954 voor Verve aan een Cole Porter songbook. Hiermee zette-ie samen met producent Norman Granz een standaard. Nog voor het befaamde songbook van Ella Fitzgerald uit 1956. Bird stierf voordat zijn songbook album uitgebracht kon worden.

Foto: Charlie Parker

Couplet 1943

You’d Be So Nice To Come Home To schrijft Cole Porter. You’d Be So Nice By The Fire. Troost is nodig omdat de wereld in brand staat. Duitsers zijn op de terugtocht na de nederlaag in Stalingrad. Op de conferentie van Teheran wordt de wereld verdeeld. Bogie speelt met Peter Lorre een interventie-gambiet in Casablanca. De naam van weer een andere conferentie waar veel beslist wordt. Zonder Stalin.

De opkomst van Latijns-Amerikaanse muziek geeft aan dat Europa en Azië voor de VS op slot zitten en het gaat om conga, rumba en mambo. Xavier Cugat viert met Machito nog jaren feest, met deze South of the Border muziek. Geloofwaardiger dan operaster Grace Moore eerder deed met Siboney in When You’re in Love. De wereld is een station op drift. Bailar, dansend in de seculiere kathedraal. Ongewis over de afloop.

Foto 1: Chicago, Illinois. In de wachtkamer van Union Station, 1943

Foto 2: Humphrey Bogart en Peter Lorre in Casablanca van Michael Curtiz, Oscarwinnaar 1944

Tragische held: Bix Beiderbecke

Bix is kornettist Leon Bismarck Beiderbecke. De eerste blanke jazzmusicus die ertoe doet (1903-1931) en niet is vergeten. Dranklust, temperament en muzikaal genie gaan gelijk op. Hij sterft op 28-jarige leeftijd aan longonsteking. Detaillering en poëzie is zijn stijl en wijst op de welstand van Bix’ familie. Anders dan de bravour en het imponeren van geweldenaar Louis Armstrong. In 1950 speelt Kirk Douglas het losjes op Bix gebaseerde Young Man with A Horn. Hollywood met Henry James op de geluidsband.

In A Mist roept Debussy of To a Wild Rose uit de Woodland Sketches van Edward MacDowell in herinnering. Maar nog meer The Legend of Lonesome Lake van Eastwood Lane. In A Mist is het enige pianostuk dat Bix opneemt. De pastiche past bij toporkestleider Paul Whiteman die zich The King of Jazz noemt, waar Bix tot herfst 1929 speelt. Whiteman die George Gershwin en Ferde Grofé engageert en hun talenten omvormt tot muziek die nergens op lijkt. Geen jazz in elk geval.

Bix kan best herinnerd worden door zijn trompetsolo’s die noot voor noot een glashard verhaal vertellen. Het halfvolle glas van een geniaal talent dat te vroeg leeg is. En daarom toch ongehoord en ongezien blijft.