Blast of Silence: 1961

Frank Bono komt naar New York om een maffialeider te doden. Manhattan, 1961. Lange schaduwen, een levendige, gejaagde stad volop leegheid. Het is kerstmis. De dood loert om de hoek. Dat wordt een film noir, nog zwarter en cynischer dan anders. Blast of Silence is een zo nu en dan vergeten meesterwerk van Allen Baron met een jazzy score van Meyer Kupferman. Vergeten meesterwerken vormen de aparte categorie van ‘net niet‘. Van minor poets van de cinema. Ook dat past het thema.

blastOfSilenceTree

De ‘Face in the Crowd‘ van Bono is de stijlfiguur om tegenstellingen aan te dikken. De uitgesloten eenling draagt manmoedig het zelfgekozen lot. Zo lijkt het. Maar de kijker weet beter. Precies in het jaar dat op het scharnierpunt naar de moderne tijd de vervreemding de film overstroomt: Antonioni. De gemeenschap aanvaardt zo’n rol niet en straft Bono met de dood. Eeuwige stilte. In beelden en geluiden leeft de tijdscapsule voort.

Foto: Allen Baron als Frank Bono in Blast of Silence (1961)

Marilyn Monroe: How Wrong Can I Be

Elke snipper van een beroemdheid telt. Eerste pogingen dragen de belofte in zich. Marilyn Monroe zingt in 1948. Manny Klein speelt trompet en Fred Karger piano. Het verhaal gaat dat Marilyn verliefd werd op Fred, maar-ie haar afwees omdat ze geen goede stiefmoeder voor zijn zoon uit een eerder huwelijk kon zijn. Een profetische blik. Bij Danziger Gallery in New York duikt een fotoserie op uit 1955 van Peter Mangone. Ongepolijst en zonder intentie genomen. Mangone was 15 jaar en is op 11 december 2012 overleden. Haar roem wordt zijn roem. Tot aan de laatste snipper.

PMA_MMO_QUAD_02_240

Foto: Peter Mangone, Marilyn Monroe. New York, 1955. Danziger Gallery.

Johnny Staccato: 1959-1960

Johnny Staccato is John Cassavetes. Maar Johnny Staccato is ook een detective serie van NBC die in het seizoen 1959-1960 uitgezonden werd. Met succes. Johnny Staccato is een jazz-pianist in New York die bijklust als detective. John Cassavetes is de ultieme tough guy die zich kracht aanmeet en finesse suggereert. Het thema is van Elmer Bernstein.

Johnny Staccato is Film Noir. Vleugje avant-garde en beatnik met taaie straatwijsheid aangelengd. In het jaar van Michelangelo Antonioni’s L’Avventura die onder scherpe schaduwen de eenzaamheid verbeeldt. Waar mensen verdwijnen alsof het niks is. Zoals Johnny Staccato blijvend in de nacht van 1960 verdwijnt en blue notes hem begeleiden.

Staccato swingt dankzij het hollen en stilstaan van componist Elmer Bernstein. Onheilspellend toont het mysterie. Niet mis te verstaan ontrolt zich de soundtrack. Dubbelop. Vet en cool van romantiek. Zo stemmig.

beatniks

Foto: Still uit Johnny Staccato met John Cassavetes als pianist.

Summer in the City: The Lovin’ Spoonful (1966)

De Amerikaanse John Sebastian en de Lovin’ Spoonful scoren in 1966 een nummer 1 hit met Summer in the City van Mark Sebastian en Steve Boone en trotseren de invasie van Britse bands. In de zomer zingt het lied zichzelf. John Sebastian verlaat de Lovin’ Spoonful in 1968.

Hot town, summer in the city
Back of my neck getting dirty and gritty
Been down, isn’t it a pity
Doesn’t seem to be a shadow in the city

All around, people looking half dead
Walking on the sidewalk, hotter than a match head

Fotograaf en fotojournalist Arthur Fellig (1899-1968), ofwel Weegee legt in 1937 een New Yorkse zomer vast. De kinderen spelen op straat.

In 1953 beleeft New York een hittegolf. De brandkranen bieden verkoeling. LIFE’s Peter Stackpole (1913-1997) maakt een reportage.

De Australische fotograaf Rennie Ellis (1940-2003) fotografeert in 1975 een rennend naakt. Aan de ‘Summer in the City‘ op televisie gaat ze voorbij. Wat zit haar op de hielen? Is het de kolder van de zomerhitte?

Foto 1: WeegeeSummer, the Lower East Side, circa 1937

Foto 2: Peter Stackpole, LIFE-serie Fire Hydrants NYC, 1953

Foto 3: Rennie Ellis, Summer in the City, 1975

Vladimir Nabokov door Carl Mydans: 1958

Vladimir Nabokov (1899-1977) was een invloedrijke Russische schrijver. Met zijn familie vluchtte hij voor de communisten en woonde in Berlijn en Parijs. In 1940 emigreerde hij naar de VS om daar in 1961 weer te vertrekken. Met zijn vrouw Véra trok hij in het Montreux Palace Hotel.

Bekend is Nabokov door zijn roman Lolita (1955) dat een schandaal en een succes wordt. Geen enkele gerenommeerde uitgeverij wilde het uitgeven zodat Nabokov bij de marginale Olympia Press in Parijs van Maurice Girodias uitkomt. Stanley Kubrick maakt er in 1962 een film van.

Nabokov voorzag tijdens zijn Amerikaanse jaren in zijn onderhoud door literatuur te geven op universiteiten. Hij woont vanaf 1953 in Ithaca, New York waar fotojournalist Carl Mydans hem in 1958 fotografeert. Nabokov werkt met systeemkaarten in zijn auto dat zijn kantoor is. Op weg naar een volgende bestemming. Om aan de analyse te ontkomen.

Foto 1, 2 en 3: Carl Mydans, Vladimir Nabokov in car, Ithaca, 1958

Foto 4: James Mason als Humbert Humbert en Sue Lyon als Dolores Haze in Lolita (1962) van Stanley Kubrick

Levenswandel Dance Hall: 1954

Londen, 1954. Teddy (=Edwardian) Girls worden bewonderd door Teddy Boys. Strak in het pak. Terugblikkend op de jaren 1952-1956 zegt Simon Napier-Bell dat het begrip en de naam rock’n’roll en teenager geleidelijk ontstaan. Halbstarken in Duitsland, Teddy Boys in Engeland of Nozems in Nederland. Tieners zoeken een identiteit. Het ontstaan van jongerencultuur gaat niet gelijk op met de rock’n’roll, maar krijgt er smoel door. Wat toen de ouderen schrik aanjoeg doet nu vertederend aan.

George Zimbel (1929) noemt zichzelf een documentaire fotograaf. Hij zegt dat het de informatie is die de kijker pakt, maar pas de fotograaf bindt het door zijn persoonlijke kijk en technische kennis samen. In 1954 heeft de vetkuif in een New Yorks-Ierse danshal bekijks. Zimbel schept diepte en onderscheid en voegt zijn blik toe aan de vele blikken die alle kanten opschieten. Signalen ventileren boodschappen na sluitingstijd.

Foto 1: Teddy Girls are admired by a group of Teddy Boys at Clapham Common, South London in 1954

Foto 2: George Zimbel, Irish Dancehall, The Bronx 1954 ©George S. Zimbel 1954/2007

Foto 3: Teddy Boys Mecca Dance Hall, Tottenham London 1954

Corset in kunst en mode: Horst P. Horst (1939)

In 1939 introduceert modemerk Mainbocher het corset dat breekt met een onscherp silhouet en vooruit loopt op de New Look van Christian Dior. De Duitse fotograaf Horst P. Horst (1906-1999) ensceneert zijn ultieme foto in de studio van het Parijse Vogue. Symbolisch op de grens van oud en nieuw. Horst en Mainbocher verhuizen daarop naar New York.

Wat goed is wordt geleend. Kristian en Marie Schuller combineren surrealistische motieven in hun film The Waist/ La Taille (2010) voor ShowStudio. Verkenning van en ode aan het menselijk lichaam door mode en bewegend beeld. In 1934 loopt Hans Bellmer vooruit op Horst. Toeval dat vier Duitse kunstenaars zich hier in een corset laten passen?

Foto 1: Horst P. Horst, Mainbocher Corset1939

Foto 2: Hans Bellmer, La poupée,1934. Virginia Lust Gallery, New York

June Christy: Something Cool (1959)

June Christy (1925-1990) is bekend van haar samenwerking met Stan Kenton. Deze vernieuwer met zijn ‘progressieve’ arrangementen is een voorloper van Phil Spector en diens Wall of Sound. Vanaf 1954 gaat Christy solo en neemt het album Something Cool op. Met Pete Rugolo.

In Playboy’s Penthouse Party van november 1959 zingt Christy de titelsong van het album ‘Something Cool‘. Playboy-baas Hugh Hefner leidt haar in en kijkt toe. De man die een graf naast Marilyn Monroe heeft. Voor na zijn dood. Het programma dient om Playboy acceptabel te maken. Bill Barnes is componist en tekstdichter. Christy is adorable cool.

Something cool,
Something cool,
Something cool,
I’d like to order something cool!

Something cool, (something cool)
I’d like to order something cool; (something cool)
It’s so warm here in town,
And the heat gets me down,
Yes, I’d like something cool! (something cool)

Foto: June Christy, Georgie Auld (ts) en Red Rodney (tp), Club Troubadour, New York, N.Y., omstreeks september 1947.

My Heart Belongs To Daddy (1938-1946-1954)

Mary Martin (1913-1990) zingt My Heart Belongs To Daddy in Night and Day (1946). Een fictieve biografie van tekstdichter Cole Porter (1891-1964). Homosexueel, gelukkig getrouwd en briljant. Hij schreef de song voor de broadwayshow Leave It To Me! (1938) die Martin tot ster maakte.

While tearing off a game of golf
I may make a play for the caddy
But when I do, I don’t follow through
Cause my heart belongs to Daddy

If I invite a boy some night
To dine on my fine food and haddie
I just adore, his asking for more
But my heart belongs to Daddy

Yes, my heart belongs to Daddy
So I simply couldn’t be bad
Yes, my heart belongs to Daddy
Da, Da, Da, Da, Da, Da, Da, Da, DAAAAD

So I want to warn you laddie
Though I know that you’re perfectly swell
That my heart belongs to Daddy
Cause my Daddy, he treats it so well

Het Great American Songbook heeft jazzmusici altijd aangetrokken. Charlie ‘Bird’ Parker (1920-1955) werkte in 1954 voor Verve aan een Cole Porter songbook. Hiermee zette-ie samen met producent Norman Granz een standaard. Nog voor het befaamde songbook van Ella Fitzgerald uit 1956. Bird stierf voordat zijn songbook album uitgebracht kon worden.

Foto: Charlie Parker

Trefzekere detective Mary Shanley (1937)

1937. De vrouwelijke New Yorkse detective Mary A. Shanley trekt haar revolver. Op zoek naar zakkenrollers. Haar enige angst is dat ze ‘tough‘ gevonden wordt. Stel je voor. Ze vindt niet dat cops er uit moeten zien als cops. Als kordate voorloper van Maggie Thatcher trekt ze een dienstwapen uit haar witte leren tasje. Deze verrassing is haar kracht.

Burgemeester LaGuardia die herinnerd wordt door het voorlezen van de strip Dick Tracy tijdens de krantenstaking van 1945 feliciteert Shanley. De documentaire Sleuthing Mary Shanley van Patrick Mullens geeft inzicht in het incident dat haar bijna haar zwaarbevochten carrière kostte. Maar wat kan deze mannetjesputter aan het wankelen brengen? Een mysterie.

Foto 1: Mary A. Shanley, New York City detective; de vanger van zakkenrollers vreest dat ze stoer lijkt, 1937

Foto 2: Mary A. Shanley wordt gefeliciteerd door burgemeester La Guardia; plaatsvervangend hoofdinspecteur John Lyons kijkt toe, 1937