The Supremes: I Hear A Symphony (1965)

The Supremes Florence Ballard, Mary Wilson en ‘leider’ Diana Ross zingen in 1965 hun nummer 1 hit I Hear a Symphony. Motown’s topteam Holland-Dozier-Holland schrijft het. Het optreden met strings in Hullabaloo van 18 oktober wekt de suggestie dat de muziek complex is dan ooit. En verwijst naar de titel. Maar het orkest speelt nauwelijks. De formule lijkt op het publiek van Where Did Our Love Go dat dient als opvulling. Het tweede optreden is in de Mike Douglas Show van 3 november 1965.

You’ve given me a true love
and every day I thank you love
For a feeling that’s so new
So inviting, so exciting

Whenever you’re near
I hear a symphony
A tender melody
Pulling me closer
Closer to your arms

Then suddenly, I hear a symphony
Ooh, your lips are touching mine
A feeling so divine
‘Till I leave the past behind
I’m lost in a world
Made for you and me

Whenever you’re near
I hear a symphony
Play sweet and tenderly
Every time your lips meet mine now baby

Leadzangeres Diana Ross wordt door fans verketterd omdat ze een kreng zou zijn. En Motown-baas Berry Gordy had versierd. Popsongs zingen kan ze. Billie Holiday is ze niet, maar Diana Ross voldoet. Hear.

Foto: Hoes I Hear A Symphony

The Honeycombs: Have I the Right? (1965)

De Noord-Londense The Honeycombs bestaan van 1963 tot 1967. De honingraten hebben een hit: Have I the Right? Honey Langtree is de vrouwelijke drummer die prikkend drumt. Bijzonder genoeg om te vermelden. Slag-, klap- en stampwerk staat centraal. Denis D’Ell ofwel Denis Dalziel sprint zingend naar het einde van dit snelle nummer.

Have I the right to hold you?
You know I’ve always told you
That we must never ever part.
No no no no no no

Have I the right to kiss you?
You know I’ll always miss you.
I’ve loved you from the very start.

Come right back I just can’t bear it
I’ve got this love and I long to share it
Come right back I’ll show my love is strong.
Oh yeah yeah

Punkband The Dead Kennedys zetten in 1979 Have I the Right? van Ken Howard en Alan Blaikley op het album Live at the The Deaf Club. Hun altijd gejaagde tempo verschilt niet eens zoveel van dat van The Honeycombs. Prettig gestoord als het ware. Muziek die blij bijblijft.

Foto: Platenhoes van ‘Have I The Right ‘ door The Honeycombs, 1964

Carl Perkins in 1959: Blue Suede Shoes

Rockabilly ster Carl Perkins (1932-1998) treedt op 6 juni 1959 op in Town Hall Party van Tex Ritter. Met zijn zelfgeschreven standard Blue Suede Shoes, dat-ie eind 1955 opnam. De eerste million-seller in country, rhythm & blues en pop. Voordat Elvis er in 1956 mee scoort. Perkins speelt sneller dan voorheen door het up-tempo dat Elvis eraan meegaf.

Well, it’s one for the money,
Two for the show,
Three to get ready,
Now go, cat, go.

But don’t you step on my blue suede shoes.
You can do anything but lay off of my Blue suede shoes.

Well, you can knock me down,
Step in my face,
Slander my name
All over the place.

In Town Hall Party speelt Perkins ook zijn eigen Matchbox. Samen met his boys’ van de Perkins Brothers Band met zijn broers Clayton (bas) en Jay (slaggitaar). De eind 1956 opgenomen blues wordt opnieuw een rock klassieker. In 1964 coveren The Beatles het met succes.

Yeah I’m sitting here wondering, will a matchbox hold my clothes
Yeah I’m sitting here wondering, will a matchbox hold my clothes
I got no matches, got a long way to go
Let ‘er go boy, go-go

Carl Perkins is een pionier van de rock en was een begenadigd songwriter. Trouw aan zijn eigen stijl. De nagedachtenis van the King of Rockabilly is nooit vergeten, maar Elvis Presley of Johnny Cash werden nog mythischer. Two for a showThree to make ready, Four for the go!  

Foto 1: The Perkins Brothers Band: (vanaf links) Clayton Perkins, Carl Perkins, W.S. Holland en Jay Perkins

Foto 2: Platenhoes Carl Perkins, Blue Suede Shoes, 1957 voor Sun

Summer in the City: The Lovin’ Spoonful (1966)

De Amerikaanse John Sebastian en de Lovin’ Spoonful scoren in 1966 een nummer 1 hit met Summer in the City van Mark Sebastian en Steve Boone en trotseren de invasie van Britse bands. In de zomer zingt het lied zichzelf. John Sebastian verlaat de Lovin’ Spoonful in 1968.

Hot town, summer in the city
Back of my neck getting dirty and gritty
Been down, isn’t it a pity
Doesn’t seem to be a shadow in the city

All around, people looking half dead
Walking on the sidewalk, hotter than a match head

Fotograaf en fotojournalist Arthur Fellig (1899-1968), ofwel Weegee legt in 1937 een New Yorkse zomer vast. De kinderen spelen op straat.

In 1953 beleeft New York een hittegolf. De brandkranen bieden verkoeling. LIFE’s Peter Stackpole (1913-1997) maakt een reportage.

De Australische fotograaf Rennie Ellis (1940-2003) fotografeert in 1975 een rennend naakt. Aan de ‘Summer in the City‘ op televisie gaat ze voorbij. Wat zit haar op de hielen? Is het de kolder van de zomerhitte?

Foto 1: WeegeeSummer, the Lower East Side, circa 1937

Foto 2: Peter Stackpole, LIFE-serie Fire Hydrants NYC, 1953

Foto 3: Rennie Ellis, Summer in the City, 1975

Tragische held: Sam Cooke

Sam Cooke (1931-1964) wordt geboren als Sam Cook. Zijn einde is tragisch. Doodgeschoten door Bertha Franklin, de manager van het Hacienda Motel. Details roepen nog steeds vragen op. Het eigen nummer ‘You Send Me‘ piekt in 1957. Het optreden twee jaar later in The Dick Clark Show is stijve playback met een mix van R&B, gospel en pop.

Darling you send me
I know you send me
Darling you send me
Honest you do, honest you do
Honest you do, whoa-oh-oh-oh-oh-oh

You thrill me
I know you, you, you thrill me
Darling you, you, you, you thrill me
Honest you do

Cookes belang voor de Soul kan niet overschat worden. Hij vindt het uit. De titel King of Soul past hem. Zwart en wit, oud en jong sprak-ie aan. Zijn dood markeert de opkomst van The Beatles. In 1963 klinkt het eigen nummer ‘Twisting the Night Away‘ in The Jerry Lewis Show. Met een swingend orkest krijgt Cooke de zaal plat. Nog een jaar te gaan.

Let me tell you ‘bout a place somewhere up a New York way
Where the people are so gay
Twisting the night away

Here they have a lot of fun putting trouble on the run
Man
You find the old and young twisting the night away

They’re twisting
Twisting
Everybody’s feeling great
They’re twisting
Twisting
They’re twisting the night away

Foto: Sam Cooke in The Ed Sullivan Show, waarschijnlijk 1 december 1957.

Soul of The Four Tops: (1965-66)

In 1965 scoren The Four Tops hun eerste nummer 1 hit met I Can’t Help Myself (Sugar Pie, Honey Bunch). Geschreven en geproduceerd door Motown’s topteam Holland–Dozier–Holland. Levi Stubbs (lead), Renaldo Benson (bass), Lawrence Payton en Abdul Fakir blijven tot 1997 samen.

De topjaren zijn 1964-67. In de herfst van 1965 gaat de Ed Sullivan Show over op kleur. Da’s goed te merken. The Four Tops zingen er in 1966 hun tweede nummer 1 hit: Reach Out, I’ll Be There. In gele pakken met korte pijpen. Het wordt hun bekendste nummer. They’ll be there.

Now if you feel that you can’t go on (can’t go on),
Because all of your hope is gone (all your hope is gone),
And your life is filled with much confusion (much confusion),
Until happiness is just an illusion (happiness is just an illusion),
And your world around is crumbling down, darlin’,
(Reach out) Come on girl reach on out for me,
(Reach out) Reach out for me,
I’ll be there with a love that will shelter you,
I’ll be there with a love that will see you through,

Foto: Publiciteitsfoto van The Four Tops, rond 1965. V.l.n.r.: Lawrence Albert Payton, Levi Stubbs, Abdul “Duke” Fakir en Renaldo “Obie” Benson.

The Loco-Motion: Little Eva (1962)

Eva Narcissus Boyd (1943-2003) was de babysitter van songwriter Carole King en tekstdichter Gerry Goffin. Ze schreven The Loco-Motion voor haar. Op het Dimension-label van Don Kirshner werd het in 1962 een nummer 1 hit. Little Eva was artiest.

Everybody’s doing a brand-new dance, now.
(Come on baby, do The Loco-motion.)
I know you’ll get to like it,
If you give it a chance, now.
(Come on baby, do The Loco-motion.)
My little baby sister can do it with ease.
It’s easier than learnin’ your A-B-C’s.
So, come on, come on, do The Loco-motion with me.

You gotta swing your hips, now.
Come on, baby, jump up, jump back.
Well, now, I think you’ve got the knack.

The Loco-Motion zet aan tot dansen. Maar de song was er vóór de dans. Little Eva kon haar gang gaan. Met The Cookies in de backup. De Franse cover van Sylvie Vartan toont aan dat de Wall of Sound het verschil maakt. Yé-yé zangeres Vartan mist een warm bad van klanken waarin ze zich kan thuisvoelen. Haar rest scharminkelige begeleiding.

Foto: Hoes van The Loco-Motion op het London-label, Franse versie

The Supremes: Where Did Our Love Go (1964)

Goed te zien dat dit de eerste van de 12 nummer-1 hits van The Supremes is. In 1964 kunnen ze zelf nog niet geloven dat ze na jaren ploeteren eindelijk doorgebroken zijn. Hun gezichten staan vol op smile.

De muziekindustrie in de VS was gesegregeerd met aparte hitlijsten. Het grote geld zat bij het blanke publiek. Daar probeerden zwarte producers in te breken. Dat was koorddansen in smaak en styling. Het publiek in de studio van WTIX New Orleans staat stijf van de wittigheid.

Leadzangeres Diana Ross wordt door fans verketterd omdat ze een kreng zou zijn. Motown-baas Berry Gordy had versierd. Maar zingen kan ze. De sound van schrijvers en producenten Holland–Dozier–Holland telt. Het halen van de top kan zelfs zonder goede tekst. Baby, baby, baby.

I’ve got this yearning, burning
Yearning feelin’ inside me
Ooh, deep inside me
And it hurts so bad

Before you won my heart
You were a perfect guy
But now that you got me
You wanna leave me behind
Baby, baby, ooh baby

Baby, baby don’t leave me
Ooh, please don’t leave me
All by myself

Ooh, baby, baby
Where did our love go?

Foto 1: The Supremes in 1965. Detail van albumhoes The Supremes: Gold. Van links naar rechts: Florence Ballard, Mary Wilson en Diana Ross.

Foto 2: Publiciteitsfoto The Supremes optreden in The Ed Sullivan Show, 1966.