September Song (1938-1954)

Een song over de melancholie van de herfst. Een compositie van Kurt Weill (1900-1950) met tekst van Maxwell Anderson voor de Broadway Musical Knickerbocker Holiday (1938). Met Walter Huston als Peter Stuyvesant. Van de filtersigaretten. Nederlanders welbekend. Huston was acteur en geen zanger. Hij zingtzegt de standard die speciaal voor ‘m geschreven werd. Wat ’n eer. Wat ’n muziek. Wat ’n weemoed.

Poster_of_the_movie_September_Affair

De song komt ook voor in September Affair van William Dieterle met Joan Fontaine en Joseph Cotten. Het gaat over verloren liefde en verloren jaren. Terugkijken op de zomer. Terugkijken op wat geweest is. Duits talent ontmoet de Amerikaanse markt.  Zoals in die jaren vaak gebeurde. 

When I was a young man courting the girl
I played me a waiting game
If a maid refused me with tossing curls
I’d let the old Earth make a couple of whirls
While I plied her with tears in lieu of pearls
And as time came around she came my way
As time came around, she came

Oh, it’s a long long while from May to December
But the days grow short when you reach September
When the autumn weather turns the leaves to flame
And you ain’t got time for waiting game

When days dwindle down to a precious few
September November,
And these few golden days I’d share with you
Those golden days I share with you

When you meet with the young girls early in the Spring
You court them in song and rhyme
They answer with words and a clover ring
But if you could examine the goods they bring
They have little to offer but the songs they sing
And the plentiful waste of time of day
A plentiful waste of time

Oh, it’s a long, long while from May to December
But the days grow short when you reach September
When the autumn weather turns the leaves to flame
One hasn’t got time for the waiting game

Oh, the days dwindle down to a precious few
September, November
And these few precious days I’ll spend with you
These precious days I’ll spend with you

knickerbockerfeat460

Als naschrift Sarah Vaughan in 1946 met een kwartet van fluwelen pianist Teddy Wilson. Met Charlie Ventura op tenor, Remo Palmieri  op gitaar en Billy Taylor op bas. Sarah zou de song nog vaak opnemen. Onder andere met Clifford Brown in 1954. Ze wist de song te temmen.

Foto 1: Affiche van de film September Affair, 1950.

Foto 2: Knickerbocker Holiday, ‘Washington Irving (Ray Middleton, at right) tries to persuade Stuyvesant (Walter Huston) to spare his political enemies in the final scene. Brom Broek (Richard Kollmar) is on the gallows.

Advertenties

Modelle in Blu: Yves Klein in Mondo Cane (1962)

Yves Klein (1928-1962) is geen Tsjechische kunstenaar. Hij was Frans en had een Nederlandse vader Frits Klein die in Bandung werd geboren. Yves’ handelsmerk was zijn ultramarijnpigment Klein Blue. Net als Orson Welles 12 jaar later in F for Fake bezweert Klein de wereld.

Muziek verraadt de herkomst. De ‘shockumentary’ Mondo Cane (1962) van Paolo Cavara, Franco Prosperi en Gualtiero Jacopetti mixt in de toverkijker documentaire en drama, goede en slechte smaak. Nino Oliviero en Riz Ortolani schreven het thema ‘Ti guarderò nel cuore‘ dat met Engelse tekst van Norman NewellMore‘ wordt. Ultieme muzak voor winkelcentra en liften. Klein krijgt een hartaanval tijdens de screening op het Cannes Filmfestival 1962 en overlijdt nog geen maand later op 6 juni.

More than the greatest love the world has known,
This is the love I give to you alone,
More than the simple words I try to say,
I only live to love you more each day.
More than you’ll ever know, my arms long to hold you so,
My life will be in your keeping, waking, sleeping, laughing, weeping,
Longer than always is a long long time, but far beyond forever you’re gonna be mine.
I know I’ve never lived before and my heart is very sure,
No one else could love you more.

Foto: Hoes van het album Mondo Cane (OST). In 1963 wordt ‘More’ genomineerd voor the Academy Award for Best Song.

Touch of Evil: Opening

1958. Een Mexicaanse grensplaats. Een man plant een tijdbom in de achterbak van een auto.  Een man en vrouw rijden langzaam naar de Amerikaanse grens. Pasgehuwden Miguel Mike Vargas (Charlton Heston) and Susie (Janet Leigh) passeren de auto enkele keren te voet. De auto steekt de grens over en ontploft. De inzittenden vertellen niks na.

Er wordt niet gesneden in dit shot. Alles in een beweging. Da’s de opening van Orson Welles’ Touch of Evil (1958) dat de laatste klassieke film noir wordt genoemd. Technisch pronken werkt. Maar de film heeft meer met sfeer dan met logica. Beter dan dit wordt het niet.

Foto: Janet Leigh in Touch of Evil (1958)

Journey into Fame: Orson Welles in Holland

We zien een beroemdheid met een schare fans. Welgeteld twee mannen en dertien vrouwen. De handtekeningenjagers houden zich in, maar lijken het uit te schreeuwen van genot. Tuk op het buitenkansje in de nabijheid van de roem. Enkelen zijn gevangen in pure extase. Ze geloven niet wat er gebeurt en spelen de perfecte rol van bewonderaar. De vleugel benadrukt karakter en locatie van de samenzwering.

Op zaterdag 8 maart 1952 geeft Orson Welles in het Concertgebouw een voordracht. Het Utrechts Nieuwsblad van 10 maart wijdt er een stuk aan: Orson Welles zoekt een Salome. De toneelspeler, regisseur, filmacteur, goochelaar, avonturier en charmeur kwam met het vliegtuig uit Parijs zonder eigen koffer. Zonder schoon hemd. Hij betovert zijn publiek.

Welles is in 1952 bekend als Harry Lime uit The Third Man die op 20 januari 1950 zijn Nederlandse première beleeft. De kaskraker wordt hem toegerekend. Terwijl-ie een kleine rol speelt. Hetzelfde gebeurt met het script van Citizen Kane door Herman Mankiewicz dat Welles naar zich toetrekt. Welles koppelt roem aan eigendunk. Twee maanden later wint-ie in Cannes de Gouden Palm voor Othello. Dat flikt-ie nou weer wel. Echt.

Foto 1: Orson Welles temidden van bewonderaars in het Concertgebouw, Amsterdam, 8 maart 1952

Foto 2: Orson Welles in Othello, 1952

Estate Violenta en Temptation

In Estate Violenta uit 1959 van de Italiaanse regisseur Valerio Zurlini klinkt tijdens een zomerse danspartij Temptation. Gezongen door Teddy Reno. De sfeer van verleiding in die gewelddadige zomer van 1943 wordt gevoelig getroffen. Jean-Louis Trintignant neemt als fascistische meeloper een voorschot op zijn rol in Il Conformista van 10 jaar later. Maar de ster is Eleonora Rossi Drago. Ze zou het als filmster nooit helemaal maken, ondanks optredens in films als Antonioni’s Le Amiche.

You came, I was alone
I should have known
You were temptation.

I’m just a slave, only a slave
to you, temptation
I’m your slave!

In Estate Violenta klinkt nog een verre echo van Bing Crosby die Tempation in 1933 naar bekendheid croont in Going Hollywood. Tegenover Marion Davies de protégé van William Randolph Hearst die Orson Welles inspireerde tot Citizen Kane. Het fragment lijkt voornamelijk het Koelesjov-effect te onderbouwen. Crosby legt het uit als een eerste poging om een lied in de stijl van een drama te maken. Monsterlijk raak.

F van Freud

F is de 6de letter. Ontstaan uit de vorm van de knots. Dat levert stevige klappen op. Het wijst op wat een man tot man maakt. Fallus, moet ik meer zeggen? Dat Sigmund Freud in de Weense Berggasse zijn divan verbond met het onderbewuste moest zo zijn. Door Vladimir Nabokov in voorwoorden de Weense afvaardiging genoemd. Die niet uitgenodigd was. Maar als ze toch naar binnen glipten had de schaker in hem enkele wrede vallen geplaatst.

Bij Nabokov en Freud staan tekst en taal centraal. Ze maakten mooie literatuur die mogelijk dient als hulpmiddel bij het denken, maar altijd een waarde in zichzelf was. Deze nooit vervangt. Freuds pretentie dat wel te doen was de rancune van Nabokov. Orson Welles bouwt frauduleuze façades met zijn F for Fake, maar dringt tot geen kern door. Dat deed beeldend kunstenaar Lucian Freud fijnzinnig. Freud functioneert in het knotsgekke universum.

Foto 1:  Trappenhuis Berggasse, woning Sigmund Freud, Wenen

Foto 2: Lucian Freud (links) en Brendan Behan, Dublin 1952

Anton Karas speelt ‘The Third Man’

Anton Karas speelde 50 jaar geleden op Sonsbeek. Aldus een verslag in het UN. In een namaak Grinzing. Walter Lechner met de Drei Franzl speelt Schrammelmusik, Weense volksmuziek. Maar Anton Karas is de hoofdattractie. Met het Harry Lime Theme, de themamuziek uit The Third Man. Wereldberoemd was-ie ermee geworden. Tot in Arnhem toe.

Anton Karas op zijn alpenländische Zither klinkt vervreemdend en metalig. Maar aards tegelijk. Lokale kleur drukt ons met de neus op Wenen. Of dat Wenen met een lichte referentie naar Freud, zwarte markt en Johann Strauss. Maar schrammel is het niet, eerder strakke uptempo filmmuziek voor de internationale markt. Karas speelt andermans muziek.

Het thema spoort met Orson Welles als Harry Lime die nauwelijks in The Third Man optreedt, maar het als mysterie domineert. Op het gevaar af dat het een truc wordt die verveelt. Alida Valli en Joseph Cotton excelleren in hun expressionistische pose. Die ernst doet meesmuilen.

Foto: Alida Valli en Joseph Cotton in The Third Man van Carol Reed, 1949