Orange was the Color of Her Dress (1964)

In 1964 toert Charles Mingus met z’n band door Europa. Op 19 april Luik, een week eerder Oslo, Noorwegen. De groep bestaat uit Charles Mingus (b), Eric Dolphy (as, fl, bcl), Clifford Jordan (ts), Jaki Byard (p) en Danny Richmond (dr). Trompettist Johnny Coles speelt een mooie solo die Eric Dolphy goedkeurend aanhoort. Enkele dagen later wordt Coles in een Parijs’ ziekenhuis opgenomen wegens een maagperforatie.

Componist en bassist Charles Mingus en filmster en icoon Audrey Hepburn komen samen in de kleur oranje. In 1964 verbeeldden ze ‘naturel‘, stijlvastheid en hedendaagsheid. Nu komt daar nostalgie bij. Hun kunst was het beste in hun tijd. Opgelost in de tijd, gone in the air.

Foto 1: DVD-Hoes van ‘Charles Mingus, Orange was the Color of Her Dress‘ (1964)

Foto 2: Audrey Hepburn is wearing a Givenchy burnt orange raw silk and shantung floor length coat over an off-white floor length dress with a tie at the waist and cowl neck, 1964. Credits: Condé Nast Archive/CORBIS

Advertenties

Kiwi Fashion Parade: 1957

Een modeshow in 1957 in Nieuw-Zeeland is armoedige sjiek. De glamour van Parijs of Milaan valt met enige moeite terug te vinden in de modellen, maar niet in entourage van publiek en de wijdse zaal. Volgens de onderschriften bij de foto’s schouwen de modellen hun jurken voor een overwegend vrouwelijk publiek. Hetzelfde publiek blijkt ineens mannelijker als er een badpak langskomt. Wonder van perspectief.

Fotograaf Morris ‘Morrie’ James Hill (1929-2002) verdwijnt achter zijn foto’s. Het lot van fotojournalisten. Vervluchtigd met de mode van z’n tijd.

Foto 1: Woman modelling a dress before a largely female audience, Wellington Town Hall, photographed in July 1957 by Morrie Hill

Foto 2: Woman modelling a dress with shawl before a largely female audience, Wellington Town Hall, photographed in July 1957 by Morrie Hill

Foto 3: View of the audience watching a woman modelling a bathing suit, Wellington Town Hall, photographed in July 1957 by Morrie Hill

Vladimir Nabokov door Carl Mydans: 1958

Vladimir Nabokov (1899-1977) was een invloedrijke Russische schrijver. Met zijn familie vluchtte hij voor de communisten en woonde in Berlijn en Parijs. In 1940 emigreerde hij naar de VS om daar in 1961 weer te vertrekken. Met zijn vrouw Véra trok hij in het Montreux Palace Hotel.

Bekend is Nabokov door zijn roman Lolita (1955) dat een schandaal en een succes wordt. Geen enkele gerenommeerde uitgeverij wilde het uitgeven zodat Nabokov bij de marginale Olympia Press in Parijs van Maurice Girodias uitkomt. Stanley Kubrick maakt er in 1962 een film van.

Nabokov voorzag tijdens zijn Amerikaanse jaren in zijn onderhoud door literatuur te geven op universiteiten. Hij woont vanaf 1953 in Ithaca, New York waar fotojournalist Carl Mydans hem in 1958 fotografeert. Nabokov werkt met systeemkaarten in zijn auto dat zijn kantoor is. Op weg naar een volgende bestemming. Om aan de analyse te ontkomen.

Foto 1, 2 en 3: Carl Mydans, Vladimir Nabokov in car, Ithaca, 1958

Foto 4: James Mason als Humbert Humbert en Sue Lyon als Dolores Haze in Lolita (1962) van Stanley Kubrick

Polly Maggoo en William Klein (1966)

De in Frankrijk wonende Amerikaanse fotograaf en regisseur William Klein (1928) draait in 1965 Qui êtes-vous, Polly Maggoo? Een satire op de modewereld. Zijn tijd als fotograaf bij Vogue inspireert hem. Dorothy McGowan is Polly Maggoo. Onderwerp van een film in de film die vraagt wie ze is. Qui êtes-vous? Wat zit er achter het masker aan de buitenkant?

Vrolijk maakt Klein de pracht van de modewereld belachelijk. Normaal is niet normaal. Maar wat niet normaal is kan toch normaal zijn. Ernst is scherts. De spanningsboog van William Klein bestaat uit onzin die de marges van onze acceptatie probeert op te rekken. Dat is het.

Foto: Dorothy McGowan en Jean Rochefort in Qui êtes-vous, Polly Maggoo? van William Klein, 1966

Paris 1967: Joel Meyerowitz

Op de voorgrond loopt een Jean-Pierre Léaud-achtige volwassene achteromkijkend weg. Op de boulevard staat het verkeer vast. Joel Meyerowitz (1938- ) maakt de gevallen man tot focus. Onze blik tipt alle niveau’s aan. Werkelijkheid of niet? Wielrensters voor de Sacré-Cœur lijken te onderstrepen dat Roger Pingeon de Tour gewonnen heeft. Zijn hun snelle benen werkelijk echt? De schoenen doen vermoeden van niet.

Foto 1: Joel Meyerowitz, Fallen Man, Paris, 1967

Foto 2: Joel Meyerowitz, Zonder titel, Paris, 1967

Corset in kunst en mode: Horst P. Horst (1939)

In 1939 introduceert modemerk Mainbocher het corset dat breekt met een onscherp silhouet en vooruit loopt op de New Look van Christian Dior. De Duitse fotograaf Horst P. Horst (1906-1999) ensceneert zijn ultieme foto in de studio van het Parijse Vogue. Symbolisch op de grens van oud en nieuw. Horst en Mainbocher verhuizen daarop naar New York.

Wat goed is wordt geleend. Kristian en Marie Schuller combineren surrealistische motieven in hun film The Waist/ La Taille (2010) voor ShowStudio. Verkenning van en ode aan het menselijk lichaam door mode en bewegend beeld. In 1934 loopt Hans Bellmer vooruit op Horst. Toeval dat vier Duitse kunstenaars zich hier in een corset laten passen?

Foto 1: Horst P. Horst, Mainbocher Corset1939

Foto 2: Hans Bellmer, La poupée,1934. Virginia Lust Gallery, New York

No Problem (1959)

In de trailer van Les liaisons dangereuses (1959) van Roger Vadim klonken Thelonious Monk’ hoekige piano en No Problem van Art Blakey. De soundtrack past bij Ascenseur pour l’échafaud (1958) van Louis Malle met Miles Davis en Des femmes disparaissent (1959) van Edouard Molinaro ook met Blakey. Jazz verbeeldde de opstand tegen de orde.

In club Saint-Germain spelen op 11 juli 1959 Bud Powell (p), Clark Terry (fl), Pierre Michelot (b), Barney Wilen (ts) en Kenny Clarke (d) No Problem. Sim Copans leidt in. Het trio van Powell wordt met Wilen en Terry tijdelijk uitgebreid om een brede Jazz Messengers sound te krijgen.

Foto: Bud Powell

Andre Kertesz en Willi Baumeister in Meudon (1928)

De Hongaarse fotograaf André Kertész (1894-1985) drukt af. Meudon, 1928. Het lijkt een surrealistisch schilderij van Giorgo de Chirico. Of een film van Luis Buñuel. Een viaduct met een trein die het beeld inrijdt. Stoomwolken zoals het hoort. Passanten. Aflopende straat. Op de voorgrond een man met hoed en een in kranten verpakt object.

Wat zien we? Daar loopt de Duitse schilder Willi Baumeister (1889-1955). Een vriend van Kertész. Volgens degenen die het duizend jaar lang zouden weten een maker van Entartete Kunst. Wat er onder zijn kranten verstopt zit blijft geheim. Een schilderij? Het zou zomaar kunnen. Er gebeurt niets dat regels overtreedt. We weten niet waar te moeten kijken.

Foto 1: André Kertész, Meudon, Paris, 1928

Foto 2: Zoom/ uitsnede van foto 1

So Long Eric: Luik 1964

19 april 1964. Twee weken na het Town Hall Concert en een maand na het Concert op Cornell. Mingus toert door Europa en doet het Luikse le Palais des Congrès aan voor een televisie uitzending. Tussen Parijs en Marseille. Precies twee maanden voordat Eric Dolphy in een Berlijns ziekenhuis aan diabetes sterft. Men vermoedt een drugsverslaving.

De groep bestaat uit Charles Mingus (b), Eric Dolphy (as, fl, bcl), Clifford Jordan (ts), Jaki Byard (p) en Danny Richmond (dr). Trompettist Johnny Coles is twee dagen daarvoor wegens een maagperforatie in een Parijs’ ziekenhuis opgenomen. Een muzikantenleven vraagt slachtoffers.

Eric Dolphy (1928-1964) past in een overgangstijd. Hij verbindt bebop met avant-garde, Edgard Varèse met Olivier Messiaen. Zijn fluit en basklarinet hypnotiseren op Meditations (on Integration). Mingus schreef het nadat Dolphy hem een artikel over gevangenissen liet zien. Een soort Guantanamo Bay 40 jaar eerder. Maar muziek is muziek, los van de sociale context. Zoals Dolphy zei: When you hear music, after it’s over, it’s gone, in the air. You can never capture it again. So long.

M van Metro

M is man en Maria, mens en massa. De 13de letter brengt geen ongeluk, maar verandering. M is een film van Fritz Lang (1897-1976). De stad zoekt de moordenaar van meisjes en gaat op mensenjacht. Moeders krijgen er hun vermoorde kind niet mee terug. De omvorming eindigt.

Onder de stad rijdt de metro die macht symboliseert. Een netwerk van lijnen verbindt de uithoeken. Treinen vervoeren reizigers onder de grond. Soms erboven. Kleuren, letters en cijfers geven betekenis aan de obscuriteit. In de metropool stromen massa’s mensen door de goot.

Foto 1: Peter Lorre als Hans Beckert in M (1931) van Fritz Lang

Foto 2: Station Porte d’Ivry, Parijse metro, lijn 7, omstreeks 1938