Isham Jones and his Orchestra (1933)

1933. Het Isham Jones & His Orchestra speelt. Voor Vitaphone. Een medley van populaire muziek. Dansmuziek zoals dat klinkt in de salons. Strak gespeeld met prachtige arrangementen van Gordon Jenkins die het orkest symfonisch laat klinken. Paul Whiteman is de grote concurrent die George Gershwin in 1924 opdracht geeft tot Rhapsody in Blue. Nieuwe kunstvormen haken bij oude aan om aan prestige te winnen. Ontlening.

Jones

Jazz en swing is de popmuziek van ooit. Met als laatsten Charlie Parker with Strings in 1950 en Dave Brubeck met Take Five in 1959. Toen was het afgelopen met de populariteit bij het grote publiek. Aficionado’s grasduinen door de geschiedenis van de populaire muziek en trekken zich terug in hun eigen reservaat. En vinden pareltjes tussen de muziek die niemand begrijpt. Of uit onwetendheid in de verkeerde hoek zet.

IJ

Isham Jones is nagenoeg vergeten. Terwijl-ie klassieke nummers als I’ll See You in My DreamsI’ll See You in My Dreams en There Is No Greater Love componeerde. Opgenomen in het American Songbook. De cross-overs naar Cuba met Siboney van Ernesto Lecuona en naar Rusland met een prelude van Sergej Rachmaninov benadrukken dat elk materiaal met klasse klinkt. In Toyland Club telt goed spel. Da’s de toverspreuk.

Foto 1: Isham Jones Orchestra, 1933.

Foto 2: Schermafbeelding uit de Vitaphone-film Isham Jones & His Orchestra

When Day Is Done: 1926-27

Als ‘The King of JazzPaul Whiteman in 1926 met zijn orkest door Europa toert pikt trompettist Henry Busse in Duitsland de schlager ‘Madonna, du bist schöner als der Sonnenschein‘ op. De Oostenrijkse componist Robert Katscher schreef het in 1924 voor de revue ‘Küsse um Mitternacht‘. Tenor Engelbert Milde zingt het in een cabareteske traditie.

Een Duitse hit wordt een internationaal succes met een Engelstalige tekst. Buddy DeSylva schrijft ‘When Day Is Done‘. Whiteman scoort in 1927 met een instrumentale versie. Zoals vaker op het raakvlak van een sterke compositie, effectbejag en sentiment. Een klassieker is geboren:

When day is done and grass is wet with twilight’s dew
My lonely heart is sinkin’ with the sun
Although I miss your tender kiss the whole day through
I miss you most of all when day is done
When day is done

$(KGrHqF,!nME63S96nSnBO09iyIbWg~~60_3

De versie van Jack Hylton met op Wurlitzer organist Claude Ivy uit eind 1927 leent van Whiteman. De band treedt een maand lang in het Scala Theater in Berlijn op. Een hakenkruis kondigt de ‘arisering’ aan. Ook Robert Katscher moet eraan geloven en vlucht in 1938 naar de VS.

Foto: BladmuziekWhen Day Is Done’, 1926. Uitgeverij Harms Inc.

Tragische held: Bix Beiderbecke

Bix is kornettist Leon Bismarck Beiderbecke. De eerste blanke jazzmusicus die ertoe doet (1903-1931) en niet is vergeten. Dranklust, temperament en muzikaal genie gaan gelijk op. Hij sterft op 28-jarige leeftijd aan longonsteking. Detaillering en poëzie is zijn stijl en wijst op de welstand van Bix’ familie. Anders dan de bravour en het imponeren van geweldenaar Louis Armstrong. In 1950 speelt Kirk Douglas het losjes op Bix gebaseerde Young Man with A Horn. Hollywood met Henry James op de geluidsband.

In A Mist roept Debussy of To a Wild Rose uit de Woodland Sketches van Edward MacDowell in herinnering. Maar nog meer The Legend of Lonesome Lake van Eastwood Lane. In A Mist is het enige pianostuk dat Bix opneemt. De pastiche past bij toporkestleider Paul Whiteman die zich The King of Jazz noemt, waar Bix tot herfst 1929 speelt. Whiteman die George Gershwin en Ferde Grofé engageert en hun talenten omvormt tot muziek die nergens op lijkt. Geen jazz in elk geval.

Bix kan best herinnerd worden door zijn trompetsolo’s die noot voor noot een glashard verhaal vertellen. Het halfvolle glas van een geniaal talent dat te vroeg leeg is. En daarom toch ongehoord en ongezien blijft.