Summer in the City: The Lovin’ Spoonful (1966)

De Amerikaanse John Sebastian en de Lovin’ Spoonful scoren in 1966 een nummer 1 hit met Summer in the City van Mark Sebastian en Steve Boone en trotseren de invasie van Britse bands. In de zomer zingt het lied zichzelf. John Sebastian verlaat de Lovin’ Spoonful in 1968.

Hot town, summer in the city
Back of my neck getting dirty and gritty
Been down, isn’t it a pity
Doesn’t seem to be a shadow in the city

All around, people looking half dead
Walking on the sidewalk, hotter than a match head

Fotograaf en fotojournalist Arthur Fellig (1899-1968), ofwel Weegee legt in 1937 een New Yorkse zomer vast. De kinderen spelen op straat.

In 1953 beleeft New York een hittegolf. De brandkranen bieden verkoeling. LIFE’s Peter Stackpole (1913-1997) maakt een reportage.

De Australische fotograaf Rennie Ellis (1940-2003) fotografeert in 1975 een rennend naakt. Aan de ‘Summer in the City‘ op televisie gaat ze voorbij. Wat zit haar op de hielen? Is het de kolder van de zomerhitte?

Foto 1: WeegeeSummer, the Lower East Side, circa 1937

Foto 2: Peter Stackpole, LIFE-serie Fire Hydrants NYC, 1953

Foto 3: Rennie Ellis, Summer in the City, 1975

Advertenties

The Spotnicks 1962-1963

In 1954 filmt Nicholas Ray Johnny Guitar. Samen met Victor Young schrijft Peggy Lee de titelsong, die ze ook zingt. Dat doet ze dat jaar op televisie over. In 1962 maken The Spotnicks een instrumentele versie.

The Spotnicks is een Zweedse gitaarrockgroep uit Göteborg in de stijl van The Shadows of The Ventures. In 1961 ontlenen ze hun naam aan de Russische spoetnik. Ruimtepakken wordt hun truc. In de helmen is electronica ingebouwd. Tot 1963 bestaat de groep uit Bo Winberg (lead), Bob Lander (slag), Björn Thelin (bas) en Ove Johansson (drum).

Rocket Man is gebaseerd op het Russische Polyushko-polye dat het Rode Leger verheerlijkt. Albert Raisner kondigt in 1963 The Spotnicks aan die in Lyon voor de Franse TV zijn nummer The Last Space Train (Dernier Train de l’Espace) spelen. In 1974 zet ABBA het Zweedse succes voort.

Foto: Franse hoes van The Spotnicks, 1963

Gloria Rios en Mario Patron: Mexicaanse rock ‘n’ roll (1957)

La Locura del Rock’n Roll (1957) is een Mexicaanse film van Fernando Méndez die inspringt op de opkomst van de rock ‘n’ roll. Geportretteerd als een gekte. De Mexicaanse koningin van de rock Gloria Ríos verbindt dansend de boogie woogie met de rock. In de overgang naar de nieuwe muziek speelt pianist Mario Patrón een beslissende rol.

In een andere Mexicaanse rockfilm van dat jaar Los chiflados del rock and roll danst Gloria Ríos opnieuw de sterren van de hemel. Eerder bebop met Afro-Cubaanse invloed uit 1947 dan rock uit 1957. Het orkest van Mario Patrón grijpt weer terug naar Noord-Amerikaanse voorbeelden.

Foto: Affiche van La Locura del Rock’n Roll (1957) met zangeres Gloria Ríos

Tony Crombie and His Rockets (1957)

Drummer ‘The Baron‘ Tony Crombie (1925-1999) en zijn band treden op in Rock You Sinners (1957) van Denis Kavanagh. Tubby Hayes op sax. ‘In the early days of rock and roll, a disc jockey and his friend, a writer, want to put a rock show on TV‘, da’s het verhaal. DJ Philip Gilbert wordt ster en vervreemdt door zijn ijdelheid en egoïsme van zijn vrienden.

De Britse rock ‘n’ roll timmert vanaf 1953 aan de weg en komt een heel eind. Tony Crombie komt uit de jazz en keert daar na zijn uitstapje naar de rock ‘n’ roll weer naar terug. Zijn vakmanschap werkt overal.


Foto: Anthony John ‘Tony’ Crombie en zijn band die van 1956 tot 1958 bestaat

Levenswandel Dance Hall: 1954

Londen, 1954. Teddy (=Edwardian) Girls worden bewonderd door Teddy Boys. Strak in het pak. Terugblikkend op de jaren 1952-1956 zegt Simon Napier-Bell dat het begrip en de naam rock’n’roll en teenager geleidelijk ontstaan. Halbstarken in Duitsland, Teddy Boys in Engeland of Nozems in Nederland. Tieners zoeken een identiteit. Het ontstaan van jongerencultuur gaat niet gelijk op met de rock’n’roll, maar krijgt er smoel door. Wat toen de ouderen schrik aanjoeg doet nu vertederend aan.

George Zimbel (1929) noemt zichzelf een documentaire fotograaf. Hij zegt dat het de informatie is die de kijker pakt, maar pas de fotograaf bindt het door zijn persoonlijke kijk en technische kennis samen. In 1954 heeft de vetkuif in een New Yorks-Ierse danshal bekijks. Zimbel schept diepte en onderscheid en voegt zijn blik toe aan de vele blikken die alle kanten opschieten. Signalen ventileren boodschappen na sluitingstijd.

Foto 1: Teddy Girls are admired by a group of Teddy Boys at Clapham Common, South London in 1954

Foto 2: George Zimbel, Irish Dancehall, The Bronx 1954 ©George S. Zimbel 1954/2007

Foto 3: Teddy Boys Mecca Dance Hall, Tottenham London 1954

Mina als Queen of Screamers (1959)

Mina Mazzini (1940- ) zingt in de quizshow Il Musichiere van de RAI op 4 april 1959. De Muzikanten wordt geregisseerd door Antonello Falqui en gepresenteerd door Mario Riva. Uitgezonden van 7 december 1957 tot 7 mei 1960. Mina zingt Nessuno. Niemand, zelfs het lot zal de eeuwige liefde verbreken. Wie weet. Tot 1961 schreeuwt de Tigre di Cremona met krachtige stem in rock-‘n-roll-stijl. Daarna past ze zich aan.

Mina’s eerste hit is Tintarella di Luna uit 1960.s Nachts ‘manen’ op het dak om een wit kleurtje te krijgen is anders dan zonnen op het strand.

Tintarella di luna,
tintarella color latte
tutta notte sopra il tetto
sopra al tetto come i gatti
e se c’e’ la luna piena
tu diventi candida.
E se c’e’ la luna piena
tu diventi candida.
E se c’e’ la luna piena
tu diventi candida, candida, candida!

Foto 1: Mina en oprichter van de Happy Boys Nino Donzelli (1958)

Foto 2: Mina, hoes van Tintarella Di Luna (1959-1960)

Tragische held: Eddie Cochran

Eddie Cochran is de pure Elvis. Zonder Colonel Parker, ofwel Dries van Kuijk. In Engeland komt de rockabilly pionier tijdens een tournee met Gene Vincent om het leven. In april 1960. Slechts 21 jaar oud. In de Town Hall Party van Tex Ritter speelt Cochran op 7 februari 1959 met zijn vaste begeleidingsgroep van Dick D’Agostin en de Swingers. Dick ramt op de piano in C’mon Everybody. Huiswerk af en ouders weg, tijd voor feest:

Well c’mon everybody and let’s get together tonight
I got some money in my jeans
And I’m really gonna spend it right
Well, I been doin’ my homework all week long
Now the house is empty and my folks are gone
Ooh, c’mon everybody 

De echo van Eddie’s gitaar klinkt na zijn dood door. Voor velen een eerste kennismaking met zijn nalatenschap. Zoals in 1970 bij The Who in hun Summertime Blues. Net als C’mon Everybody schrijft Eddie Cochran dat nummer met Jerry Capehart. Dick D’Agostin speelt onder de lach van Eddie de autoriteit. De doorbraak van de jeugdcultuur maakt-ie niet mee:

Well my mom and pop told me,
“Son you gotta make some money,
If you want to use the car to go ridin’ next Sunday”
Well I didn’t go to work, told the boss I was sick
“Well you can’t use the car ‘cause you didn’t work a lick”

Elvis at the Seattle World’s Fair (1962)

De 21ste eeuw in 1962. Een promotiefilm voor Bell-telecom. In toekomstperspectieven waren Amerikanen groots. Zoals met Futurama op de New York World Fair 1939. Planning, logistiek en zelfvertrouwen.

En Elvis draaft op voor de glamour. In september 1962 is-ie voor filmopnamen in Seattle. It Happened at the World’s Fair van Norman Taurog wordt opgenomen. Massa’s fans weten de Pelvis te vinden.

De 21ste eeuw heeft niks met Rock ’n Roll. Zoals Elvis ook steeds minder had. Hij is de ster. Een World Fair binnen de World Fair. Basta!

Shake, Rattle and Roll: Big Joe Turner

Big Joe Turner (1911-1985) was een gewichtig man. Zijn machtige lichaam en stem hadden geen microfoon nodig. Hij overspande genres, van boogie-woogie, blues en R&B tot rock and roll. Shake, Rattle and Roll van Jesse Stone dateert uit 1954. Succes voor een zwart publiek in de gescheiden muziekindustrie. Stone gaat tegelijk met Bill Haley in zee voor een wit publiek. Met een gekuiste versie. Maar Joe Turner zingt:

I’m like a one-eyed cat peeping in a seafood store
I’m like a one-eyed cat peeping in a seafood store
Well, I can look at you and tell you ain’t no child no more

Ah, shake, rattle and roll, shake, rattle and roll
Shake, rattle and roll, shake, rattle and roll
Well, you won’t do right to save your doggone soul

I said, over the hill and way down underneath
I said, over the hill and way down underneath
You make me roll my eyes, Baby, make me grit my teeth

I said, shake, rattle and roll, shake, rattle and roll
Shake, rattle and roll, shake, rattle and roll
Well, you won’t do right to save your doggone soul

De clip komt uit de Rhythm and Blues Revue uit 1955. Een muzikale variety show in het Apollo Theatre in Harlem, New York City met Willie Bryant, Freddie Robinson, Lionel Hampton, Count Basie, Faye Adams, Bill Bailey, Herb Jeffries, Amos Milburn, Sarah Vaughan, Nipsey Russell, Big Joe Turner, Martha Davis, Little Buck, Nat ‘King’ Cole, Mantan Moreland, Cab Calloway en Ruth Brown. Een hoog gehalte R&B.

Willie Bryant introduceert Big Joe Turner. Die lijkt de tekst nog niet in zijn hoofd te hebben en kijkt steeds schuin links. Naar de assistent met de tekstborden. Paul Hucklebuck Williams soleert op tenor. Swell.

Foto: Prosperous Chicagoan spends evening at home. Big Joe Turner in 1941.