Wilhelmina op reis: 1898 -1923

PRB01_145581195_001_X

In 1923 viert Koningin Wilhelmina haar 25-jarig regeringsjubileum. Dat vraagt om een gelegenheidsuitgave: De koningin op reis: 1898-1923.

PRB01_145581195_002_X

Onze lieve vorstin reist per trein langs de afbeeldingen in het prentenboek. Giethoorn, Friesland, Amsterdam, een heidebrand in Drente, het leger in mobilisatietijd, Rotterdam en een overstroming.

PRB01_145581195_003_X

In Amsterdam wordt de Koninklijke Familie op het balkon van het Paleis op de Dam begroet: ‘Men juicht van vreugd en zwaait met pet en hoed‘. Het regeringsjubileum is niet ongemerkt voorbijgegaan. Houzee!

PRB01_145581195_004_X

De Amsterdamse uitgever Ph. van Amerongen laat de koningin niet afreizen naar de zuidelijke provincies. Of naar de Oost. Of de West. Er zijn grenzen aan een prentenboek van 10 pagina’s. Festijn is hoofdzaak.

PRB01_145581195_005_X

Het Jubileums-Prentenboek is bedoeld voor de ‘Nederlandsche Jeugd‘. Een royaal gebaar. Ook reist de koningin naar Zweden en Noorwegen. Als een moderne Betzy Akersloot. Een artistieke invloed op Wilhelmina. Roodwitblauw in top. Met de stoomboot door de fjorden.

PRB01_145581195_006_X

Foto’s: Illustraties uit het prentenboek: ‘De koningin op reis 1898-1923‘ (1923).

Sarkis ontmoet Saenredam en Futuro in kathedrale loods

In de Onderzeebootloods te Heijplaat presenteert Museum Boijmans in samenwerking met Havenbedrijf Rotterdam ‘Ballads‘ van de Franse Armeens-Turkse kunstenaar Sarkis (1938). Vertegenwoordigd in Nederland door galerie De Zaal. Derde in een reeks na een redelijke start van Atelier van Lieshout en Elmgreen & Dragset die teleurstelden.

Sarkis zet ruimtes naar zijn hand. Met gebruikmaking van oudere werken die hij als nieuw inzet. Als Turk uit de Armeense minderheid grijpt-ie terug op kunstenaars die christelijke symboliek gebruiken. Zoals de cineasten Roberto Rossellini, Sergei Parajanov of Andrei Tarkovski. Sarkis draagt het kruis niet als wapen, maar als menselijke maat van toenadering. Ironie is in zijn werk volstrekt afwezig. Hij vervangt het door poëzie. Zo maakt-ie een loods tot een kathedrale ontmoetingsplek.

Foto 1: Pieter Saenredam, Interieur van de St. Bavo in Haarlem (1648)

Foto 2: Sergei Parajanov, Sayat Nova (1968) met Spartak Bagashvili en Medea Djaparidze. Credits: A. Vladymirov

Aji V.N. is eenkleurig en veelzijdig

De afgelopen tentoonstelling All About Drawing waarin 100 Nederlandse Kunstenaars ‘inzicht geven in de ontwikkeling van de tekenkunst in Nederland vanaf de jaren zestig tot nu’ in het Stedelijk Museum Schiedam kende voor mij een verrassing. De Indiër Aji V.N. die in Rotterdam woont. Ik had nog nooit van hem gehoord.

Aji combineert melancholie en passie, en heeft volgens een criticus drie inspiratiebronnen: liefde, muziek en het gretige leven zoals Vincent van Gogh dat leefde. Aji gaat uit van emotie en borduurt voort op de Italiaanse transavangardisten. Zeg maar, terugspringend over de avant-garde. Enfin, da’s marketingtaal. Zijn monochrone werken met houtskool of waterverf vaak in liggend formaat moeten zichzelf staande houden.

Dat doen ze voor mij niet altijd. Dan worden vormentaal en symboliek te zwaar. Maar als Aji lichtheid weet te pakken, dan heeft-ie beet. Zijn keuze voor Nederland is een plaatsbepaling voor open grenzen.

Foto 1: zonder titel, 2008; houtskool op getint papier (selectie All About Drawing)

Foto 2: zonder titel, 2006; waterverf op papier