Anton Karas speelt ‘The Third Man’

Anton Karas speelde 50 jaar geleden op Sonsbeek. Aldus een verslag in het UN. In een namaak Grinzing. Walter Lechner met de Drei Franzl speelt Schrammelmusik, Weense volksmuziek. Maar Anton Karas is de hoofdattractie. Met het Harry Lime Theme, de themamuziek uit The Third Man. Wereldberoemd was-ie ermee geworden. Tot in Arnhem toe.

Anton Karas op zijn alpenländische Zither klinkt vervreemdend en metalig. Maar aards tegelijk. Lokale kleur drukt ons met de neus op Wenen. Of dat Wenen met een lichte referentie naar Freud, zwarte markt en Johann Strauss. Maar schrammel is het niet, eerder strakke uptempo filmmuziek voor de internationale markt. Karas speelt andermans muziek.

Het thema spoort met Orson Welles als Harry Lime die nauwelijks in The Third Man optreedt, maar het als mysterie domineert. Op het gevaar af dat het een truc wordt die verveelt. Alida Valli en Joseph Cotton excelleren in hun expressionistische pose. Die ernst doet meesmuilen.

Foto: Alida Valli en Joseph Cotton in The Third Man van Carol Reed, 1949

Marxisme volgens Groucho

Groucho Marx wilde geen lid zijn van een club die mensen zoals hij accepteerde. Flexibiliteit en zelfspot om onszelf in meerdere rollen te zien geeft ruimte. In elke burger schuilt een Groucho. De overheid houdt ons op afstand en we gaan daar in mee. Toch ervaren we dat niet graag. Graag zien we onszelf als vrijheidsstrijders.

Vereenzelviging met een partij of stelselmatige kritiek beperkt en maakt ons plat. In de verteltheorie het verschil tussen een flat en een round characterIn welke mal laten we ons gieten? Die vraag is het begin van ons idee van vrijheid. Burgerplicht vraagt om die houding nooit op te geven. Burgers hebben de plicht om kritisch te zijn.

Nietsdoen is geen optie en goedpraten leidt tot tijdelijke verzoening die eindigt in weeïge stilstand. Zoals Groucho Marx deed met het publiek dat-ie aansprak. De diepte die hij voorstelt is de act van een acteur.

Foto: Groucho Marx in A Night at the Opera (1935)