Beauty, Brains and Power in de Schaak Show

Een strand, een zee, een paard, een dame, en ervoor een dame in badpak. Da’s Aleksandra Kosteniuk. Deze Russische grootmeester was van 2008 tot 2010 wereldkampioene schaken bij de vrouwen. Ze profileert zichzelf als ‘Chess Queen‘. Een lange weg sinds de Brits-Tsjechische Vera Menchik (1906-1944), de eerste wereldkampioene.

De Duitse kunstenares Sarah Ortmeyer en het Gentse museum voor hedendaagse kunst S.M.A.K. ‘realiseren met SCHAAK SHOW de eerste Belgische solopresentatie van Sarah Ortmeyer.’ Met pin-up foto’s van halfnaakte vrouwelijke schaakgrootmeesters. Dat u het weet. Deze kunstenares eigent zich een traditie toe en vult die met Playboy, Mickey Mouse, Chanel, de Eiffeltoren, Karl Lagerfeld en maatschappijkritiek.

Wat mannen en vrouwen beweegt om schaken met erotiek te verbinden hoort bij het spel van aantrekken en afstoten. In ieder geval kegelen sterke schaaksters de theorie omver dat vrouwen er niets van kunnen. Daarbij zijn ze knap genoeg om er gaaf uit te zien. Wie zet?

Foto 1: Aleksandra Kosteniuk

Foto 2: Sonja Graf (links) en Vera Menchik, 1936

Foto 3: Gil Elvgren, Your Move, 1964

Vladimir Nabokov door Carl Mydans: 1958

Vladimir Nabokov (1899-1977) was een invloedrijke Russische schrijver. Met zijn familie vluchtte hij voor de communisten en woonde in Berlijn en Parijs. In 1940 emigreerde hij naar de VS om daar in 1961 weer te vertrekken. Met zijn vrouw Véra trok hij in het Montreux Palace Hotel.

Bekend is Nabokov door zijn roman Lolita (1955) dat een schandaal en een succes wordt. Geen enkele gerenommeerde uitgeverij wilde het uitgeven zodat Nabokov bij de marginale Olympia Press in Parijs van Maurice Girodias uitkomt. Stanley Kubrick maakt er in 1962 een film van.

Nabokov voorzag tijdens zijn Amerikaanse jaren in zijn onderhoud door literatuur te geven op universiteiten. Hij woont vanaf 1953 in Ithaca, New York waar fotojournalist Carl Mydans hem in 1958 fotografeert. Nabokov werkt met systeemkaarten in zijn auto dat zijn kantoor is. Op weg naar een volgende bestemming. Om aan de analyse te ontkomen.

Foto 1, 2 en 3: Carl Mydans, Vladimir Nabokov in car, Ithaca, 1958

Foto 4: James Mason als Humbert Humbert en Sue Lyon als Dolores Haze in Lolita (1962) van Stanley Kubrick

Some Day My Prince Will Come

Disney giet zilveren Sneeuwwitje en Bill Evans maakt er goud van. De Bobby Fischer van de Jazz. Midden jaren ’50 onberispelijk begonnen en in 1980 slordig geëindigd. Maar zijn muziek is altijd sober, zelfs naakt en van zet tot zet navolgbaar zoals Billy Holiday of Frank Sinatra elke lettergreep accentueren. Woorden meanderend langs lange lijnen.

Some day my prince will come
Some day we’ll meet again
And away to his castle we’ll go
To be happy forever I know 

Some day when spring is here
We’ll find our love anew
And the birds will sing
And wedding bells will ring
Some day when my dreams come true

De opname op 19 maart 1965 voor het BBC-programma Jazz 625 valt aan het begin van Swinging London. Maar da’s andere swing. Pianist Evans speelt met bassist Chuck Israels en drummer Larry Bunker. Na dit Evans-gambiet is niets meer hetzelfde. Zelfs eeuwige Sneeuwwitje niet.

F van Freud

F is de 6de letter. Ontstaan uit de vorm van de knots. Dat levert stevige klappen op. Het wijst op wat een man tot man maakt. Fallus, moet ik meer zeggen? Dat Sigmund Freud in de Weense Berggasse zijn divan verbond met het onderbewuste moest zo zijn. Door Vladimir Nabokov in voorwoorden de Weense afvaardiging genoemd. Die niet uitgenodigd was. Maar als ze toch naar binnen glipten had de schaker in hem enkele wrede vallen geplaatst.

Bij Nabokov en Freud staan tekst en taal centraal. Ze maakten mooie literatuur die mogelijk dient als hulpmiddel bij het denken, maar altijd een waarde in zichzelf was. Deze nooit vervangt. Freuds pretentie dat wel te doen was de rancune van Nabokov. Orson Welles bouwt frauduleuze façades met zijn F for Fake, maar dringt tot geen kern door. Dat deed beeldend kunstenaar Lucian Freud fijnzinnig. Freud functioneert in het knotsgekke universum.

Foto 1:  Trappenhuis Berggasse, woning Sigmund Freud, Wenen

Foto 2: Lucian Freud (links) en Brendan Behan, Dublin 1952