Vladimir Nabokov door Carl Mydans: 1958

Vladimir Nabokov (1899-1977) was een invloedrijke Russische schrijver. Met zijn familie vluchtte hij voor de communisten en woonde in Berlijn en Parijs. In 1940 emigreerde hij naar de VS om daar in 1961 weer te vertrekken. Met zijn vrouw Véra trok hij in het Montreux Palace Hotel.

Bekend is Nabokov door zijn roman Lolita (1955) dat een schandaal en een succes wordt. Geen enkele gerenommeerde uitgeverij wilde het uitgeven zodat Nabokov bij de marginale Olympia Press in Parijs van Maurice Girodias uitkomt. Stanley Kubrick maakt er in 1962 een film van.

Nabokov voorzag tijdens zijn Amerikaanse jaren in zijn onderhoud door literatuur te geven op universiteiten. Hij woont vanaf 1953 in Ithaca, New York waar fotojournalist Carl Mydans hem in 1958 fotografeert. Nabokov werkt met systeemkaarten in zijn auto dat zijn kantoor is. Op weg naar een volgende bestemming. Om aan de analyse te ontkomen.

Foto 1, 2 en 3: Carl Mydans, Vladimir Nabokov in car, Ithaca, 1958

Foto 4: James Mason als Humbert Humbert en Sue Lyon als Dolores Haze in Lolita (1962) van Stanley Kubrick

D van Droom

D is een deur die opent en sluit. Van een tent of een huis. De vierde letter die buiten het ABC valt. Dromen en het woord bedriegen hangen samen. Dromen kunnen gebeurtenissen voorspellen. Oneiromantie. Dood is als een leven omringd door slaap. Zo wordt het leven tot een droom.

Little Nemo in Slumberland van Winsor McCay is een surrealistische strip (1905-1914) in Jugendstil-vorm over het jongetje Nemo die droomt, monsters en verschrikkingen ontmoet en telkens in het laatste plaatje ontwaakt. In 1908 maken Wallace McCutcheon en Edwin S. Porter een op McCay gebaseerde film The Dream of a Rarebit Fiend. Slecht voedsel wordt als inspiratiebron voor dromen gezien. Dat doet de deur dicht.

Foto 1: Little Nemo Night of the Living Houses, 1909

Foto 2: Dream of a Rarebit Fiend, 1906

F van Freud

F is de 6de letter. Ontstaan uit de vorm van de knots. Dat levert stevige klappen op. Het wijst op wat een man tot man maakt. Fallus, moet ik meer zeggen? Dat Sigmund Freud in de Weense Berggasse zijn divan verbond met het onderbewuste moest zo zijn. Door Vladimir Nabokov in voorwoorden de Weense afvaardiging genoemd. Die niet uitgenodigd was. Maar als ze toch naar binnen glipten had de schaker in hem enkele wrede vallen geplaatst.

Bij Nabokov en Freud staan tekst en taal centraal. Ze maakten mooie literatuur die mogelijk dient als hulpmiddel bij het denken, maar altijd een waarde in zichzelf was. Deze nooit vervangt. Freuds pretentie dat wel te doen was de rancune van Nabokov. Orson Welles bouwt frauduleuze façades met zijn F for Fake, maar dringt tot geen kern door. Dat deed beeldend kunstenaar Lucian Freud fijnzinnig. Freud functioneert in het knotsgekke universum.

Foto 1:  Trappenhuis Berggasse, woning Sigmund Freud, Wenen

Foto 2: Lucian Freud (links) en Brendan Behan, Dublin 1952

Anton Karas speelt ‘The Third Man’

Anton Karas speelde 50 jaar geleden op Sonsbeek. Aldus een verslag in het UN. In een namaak Grinzing. Walter Lechner met de Drei Franzl speelt Schrammelmusik, Weense volksmuziek. Maar Anton Karas is de hoofdattractie. Met het Harry Lime Theme, de themamuziek uit The Third Man. Wereldberoemd was-ie ermee geworden. Tot in Arnhem toe.

Anton Karas op zijn alpenländische Zither klinkt vervreemdend en metalig. Maar aards tegelijk. Lokale kleur drukt ons met de neus op Wenen. Of dat Wenen met een lichte referentie naar Freud, zwarte markt en Johann Strauss. Maar schrammel is het niet, eerder strakke uptempo filmmuziek voor de internationale markt. Karas speelt andermans muziek.

Het thema spoort met Orson Welles als Harry Lime die nauwelijks in The Third Man optreedt, maar het als mysterie domineert. Op het gevaar af dat het een truc wordt die verveelt. Alida Valli en Joseph Cotton excelleren in hun expressionistische pose. Die ernst doet meesmuilen.

Foto: Alida Valli en Joseph Cotton in The Third Man van Carol Reed, 1949