Invitation: 1950-1952-1958-1975

Lana Turner schittert met Ray Milland in A Life of Her Own (1950) van ‘vrouwenregisseur’ George Cukor. De soundtrack met het hoofdthema is van de Pools-Amerikaanse componist Bronislaw Kaper (1902-1983) die vanaf 1935 onder contract stond bij ‘major’ MGM. Omdat A Life of Her Own het aan de kassa niet zo goed deed werd het thema in 1952 als titelsong voor het romantische drama Invitation hergebruikt. Paul Francis Webster schreef er een tekst bij. Zo werd een ‘standard’ geboren.

7390

Wherever I go
You’re the glow of temptation
Glancing my way
In the grey of the dawn

And always your eyes
Smile that strange invitation
When you are gone
Where oh, where have you gone?

Dexter Gordon speelt met gitarist Philip Catherine in 1975 een van z’n beste solo’s ooit. Volgens Gordon zelf. Hij benadrukt het jagend-spookachtige aspect van het thema meer dan John Coltrane die in z’n befaamde vertolking uit juli 1958 de spanning opbouwt met lange lijnen.

Foto: Affiche van ‘A Life of Her Own‘ (1950).

Advertenties

Krzysztof Komeda: Roman Two (1964)

Poolse jazz uit 1964 met pianist Krzysztof Komeda. Een tragische held (1931-1969) . Hij zou furore maken met zijn filmmuziek voor z’n vriend Roman Polanski. En jong sterven. Het kwintet met Tomasz Stanko (tp), Michal Urbanak (ss), Maciej Suzin (bass) en Czesław ‘Mały’ Bartkowski (dr) speelt melancholieke muziek uit Polanski’s film ‘Mes in het Water‘ (Noz W Wodzie) uit 1962: Roman Two ofwel Dwojka Rzymska.

240183.1

Maakt rauwheid deze muziek zo explosief en apart? Is het zoals de biograaf van Tomasz Stańko Rafał Księżyk zegt dat Komeda modernist en romanticus was? In de traditie van Chopin die stilte kon laten klinken. Tussen de noten door. Is het dat Komeda op het hoogtepunt van de koude oorlog Oost met West verbond tot iets nieuws? Deze avant-garde laveert tussen herkenbaarheid en het verstoren ervan. Als de grootvader van Willem Breuker. Omdat het vol plezier inzichtelijk wordt gemaakt in het creatieve proces wordt de muziek zo spannend en invoelbaar. Top. 

cover

Foto 1: Uit: Mes in het Water, 1962

Foto 2: Hoes van Krzysztof Komeda: Soundtracks from Roman Polanski movies.

Anatomy of a Murder & Duke Ellington: 1959

Vormgever Saul Bass maakt de titelsequentie van Anatomy of a Murder. Met lichaamsdelen als puzzelstukken. Als het knippen en scheuren van Henri Matisse of Willem Sandberg. Orkestleider Duke Ellington schrijft de soundtrack met zijn arrangeur Billy Strayhorn. In 1959 functioneert Hollywoods studiosysteem nog. Het wordt een meesterwerk.

Met Duits accent presenteert Otto Preminger (1905-1986) de spelers. Anatomy of a Murder van rechter, visser en auteur John D. Voelker is gebaseerd op een waar verhaal. UCLA-professor Michael Asimov noemt het rechtbankdrama ‘probably the finest pure trial movie ever made‘. Als Pie-Eye speelt Duke Ellington piano met James Stewart.

Foto: Otto Preminger, Billy Strayhorn en Duke Ellington (vlnr) aan de piano in Anatomy of a Murder (1959) van regisseur/producent Otto Preminger

Ein guter Freund, un Bon Copain (1930)

Componist Werner Richard Heymann (1896-1961) is door zijn filmwerk bekend. Als jood moet-ie in 1933 Duitsland verlaten wat hem in Frankrijk en de VS brengt. Vanwege kostenbesparing werden toen soms meerdere versies van een film gemaakt. Decors, draaiboek en crew werden dan doelmatig gebruikt. Van songs ontstaan zo meerdere versies.

Heymann excelleert samen met tekstdichter Robert Gilbert in filmkomedies waarvoor-ie begin jaren ’30 in de UFA-studio in Babelsberg de soundtrack maakte. Zijn meesterschap is te zien in een Duitse en Franse versie. Drei von der Tankstelle van Wilhelm Thiele met Lilian Harvey, Willi Fritsch en Heinz Rühmann. En Le Chemin du Paradis waarbij Max de Vaucorbeil voor de acteursregie bijspringt, weer met Lilian Harvey en Henry Garat. De wals Ein Freund, ein guter Freund wordt een hit. Ook in de Franse bewerking van Jean Boyer Avoir un bon copain.

Ein Freund, ein guter Freund,
das ist das Schönste was es gibt auf der Welt.
Ein Freund bleibt immer Freund,
und wenn die ganze Welt zusammenfällt.
Drum sei auch nicht betrübt,
wenn dein Schatz dich nicht mehr liebt.
Ein Freund, ein guter Freund,
das ist der größte Schatz, den’s gibt.

Avoir un bon copain
Voilà c’qui y a d’meilleur au monde
Oui, car, un bon copain
C’est plus fidèle qu’une blonde
Unis main dans la main
A chaque seconde
On rit de ses chagrins
Quand on possède un bon copain

De uittocht van Heymann is symbolisch voor het einde van de Weimar-republiek en de culturele bloei van Berlijn. In 1955 halen de remakes van Hans Wolff het niet bij beide klassiekers uit 1930. Schluss.

Foto: Affiche van Le Chemin du Paradis uit 1930 met Lilian Harvey en Henry Garat

Modelle in Blu: Yves Klein in Mondo Cane (1962)

Yves Klein (1928-1962) is geen Tsjechische kunstenaar. Hij was Frans en had een Nederlandse vader Frits Klein die in Bandung werd geboren. Yves’ handelsmerk was zijn ultramarijnpigment Klein Blue. Net als Orson Welles 12 jaar later in F for Fake bezweert Klein de wereld.

Muziek verraadt de herkomst. De ‘shockumentary’ Mondo Cane (1962) van Paolo Cavara, Franco Prosperi en Gualtiero Jacopetti mixt in de toverkijker documentaire en drama, goede en slechte smaak. Nino Oliviero en Riz Ortolani schreven het thema ‘Ti guarderò nel cuore‘ dat met Engelse tekst van Norman NewellMore‘ wordt. Ultieme muzak voor winkelcentra en liften. Klein krijgt een hartaanval tijdens de screening op het Cannes Filmfestival 1962 en overlijdt nog geen maand later op 6 juni.

More than the greatest love the world has known,
This is the love I give to you alone,
More than the simple words I try to say,
I only live to love you more each day.
More than you’ll ever know, my arms long to hold you so,
My life will be in your keeping, waking, sleeping, laughing, weeping,
Longer than always is a long long time, but far beyond forever you’re gonna be mine.
I know I’ve never lived before and my heart is very sure,
No one else could love you more.

Foto: Hoes van het album Mondo Cane (OST). In 1963 wordt ‘More’ genomineerd voor the Academy Award for Best Song.

No Problem (1959)

In de trailer van Les liaisons dangereuses (1959) van Roger Vadim klonken Thelonious Monk’ hoekige piano en No Problem van Art Blakey. De soundtrack past bij Ascenseur pour l’échafaud (1958) van Louis Malle met Miles Davis en Des femmes disparaissent (1959) van Edouard Molinaro ook met Blakey. Jazz verbeeldde de opstand tegen de orde.

In club Saint-Germain spelen op 11 juli 1959 Bud Powell (p), Clark Terry (fl), Pierre Michelot (b), Barney Wilen (ts) en Kenny Clarke (d) No Problem. Sim Copans leidt in. Het trio van Powell wordt met Wilen en Terry tijdelijk uitgebreid om een brede Jazz Messengers sound te krijgen.

Foto: Bud Powell

Film en Jazz: Mickey One (1965)

Alle saxofonisten wilden klinken als Stan Getz (1927-1991). De mooiste klank in de business. Hij was geen Earl, Count of Duke, maar ‘The Sound’. Getz bewijst het in het openingsnummer ‘Once Upon a Time‘ van Mickey One van Arthur Penn. Met meesterhand schrijft Eddie Sauter de arrangementen. In 1991 registreert Getz samen met pianist Kenny Barron met de dood in het lijf nog het uitgebeende People Time.

Mickey One is een Amerikaanse film met een Europees handschrift. Vormcitaten van Fellini en inhoudelijke ratatouille van de voorman van de Nouvelle Vague, Jean-Luc Godard blijken al uit de opening. De film peurt in de film noir, dat oer-Amerikaanse genre dat Warren Beatty als Mickey tot een Philip Marlowe maakt. Nog Amerikaanser zijn Getz en Sauter met hun muziek. De soundtrack bindt alle elementen samen.

Foto 1: Hoes met de soundtrack van Getz en Sauter van Mickey One, 1965

Foto 2: Stan Getz met drummer Joe Harris in de Kopenhaagse jazzclub Montmartre, omstreeks 1955-1960. Credits: Erik Petersen